Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#erfgoed
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#archieven
#slavernij
#Gender
Door Leonieke Vermeer
06-04-2016
Leonieke Vermeer

Ontsnappen uit het Achterhuis. De onjuistheid én relevantie van historische escaperooms en games

Na historische games over de Tweede Wereldoorlog en Anne Frank de Musical was het wachten op een Anne Frank escaperoom. Wat moeten historici met deze ontwikkeling?

Aanmatigend en kwetsend

De maker is zich van geen kwaad bewust. De negentienjarige Thijs Verberne die de Anne Frank escaperoom heeft ontwikkeld, vindt dat deze een educatief doel dient. Dat was een voorwaarde voor het verkrijgen van een vergunning. Escaperooms zijn snel razend populair geworden, er zijn al enkele honderden in Nederland. De nieuwste telg is de Anne Frank escaperoom die zich in een uit de Tweede Wereldoorlog stammende bunker in Valkenswaard bevindt. Hier kun je voor een paar tientjes met een groep proberen te ontsnappen uit het nagebouwde Achterhuis. De ophef was groot. Vele media berichtten erover. De Anne Frank Stichting reageerde verontwaardigd: ‘Met dit spel wordt de indruk gewekt dat onderduiken een spannend spel is, en als onderduikers maar slim genoeg zijn, ze niet gepakt worden. Dat is niet alleen historisch, en daarmee educatief onjuist, maar ook aanmatigend en kwetsend voor diegenen die de gevolgen van de Jodenvervolging aan den lijve ondervonden hebben.’

De geschiedenis is veranderbaar

Het uitgangspunt van de escaperoom is inderdaad historisch onjuist. Want wanneer probeerde Anne Frank te ontsnappen uit het Achterhuis? Het Achterhuis was een schuilplaats, een onderduikadres, niet een gevangenis waaruit je kon ontsnappen. Het commentaar van de Anne Frank Stichting geeft precies het gevaar aan waarop ook cultuurhistoricus Peter Rietbergen in zijn recente boek Clio’s stiefzusters. Verledenverbeeldingen voorbij de wetenschap wijst. Computerspellen veronderstellen dat elke nieuwe spelronde een andere uitkomst en winnaar heeft. Dit impliceert dat het verleden anders had kunnen zijn als de spelers van toen maar even slim waren geweest als de winnaars van nu. Dit onderscheidt games van andere populaire verledenverbeeldingen als historische romans, films en musicals. Die houden zich, ondanks allerlei vrijheden, aan dezelfde grondregel van de academische geschiedschrijving: het verleden is voorbij, de geschiedenis is onveranderbaar. Maar in historische games lijkt de geschiedenis veranderbaar, net als in de escaperoom. Rietbergen noemt dit gevaarlijk, zowel door de foutieve en negatieve verbeelding van het verleden – een tijd van domme ‘losers’ – maar ook omdat dit zou kunnen leiden tot onrealistische en onwenselijke gedachten over een ‘remake’ van het heden. 

Groeimarkt

En toch. ‘What if history’ wordt ook door historici wel eens als methode gebruikt. Het kan heel verhelderend zijn om de contingentie, de niet-noodzakelijkheid, van een historische ontwikkeling te laten zien. Geschiedenis is een open proces waarbij ook andere uitkomsten mogelijk zijn geweest. Zou het Romeinse rijk ook zijn gevallen als de neus van Cleopatra niet zo groot was uitgevallen? Zou de Eerste Wereldoorlog ook zijn uitgebroken als er geen pistoolschot in Sarajevo was geweest? Hoewel dergelijke vragen onmogelijk te beantwoorden zijn, prikkelen ze wel. Of dit soort ‘contrafeitelijkheid’ ook bijdraagt aan de populariteit van games en historisch getinte escaperooms is moeilijk te zeggen. Vaststaat in ieder geval dat historische computerspellen een enorme groeimarkt zijn. Rietbergen stelt dat er in 2010 ongeveer 1760 historische computerspellen op de markt waren en dat er sindsdien elk jaar zo’n 100 nieuwe zijn verschenen. Bijna 30% gaat over de Tweede Wereldoorlog, zoals Call of Duty en Wolfenstein. Deze spellen zijn niet in het minst populair onder (mannelijke) geschiedenisstudenten. Bijvoorbeeld Jip Barreveld voor wie historische games juist een stimulans waren om geschiedenis te gaan studeren. Ook in musea en het onderwijs worden ‘serious games’ steeds meer ingezet. Een voorbeeld hiervan is ‘3D game, de verwoeste stad’ een virtuele reconstructie van de Rotterdamse binnenstad voor en na het bombardement.

Homo ludens

De Anne Frank escaperoom is historisch onjuist, maar daarmee niet irrelevant. Historische games vormen een belangrijk deel van de historische cultuur en verdienen nadere bestudering, vindt ook Rietbergen. De belangstelling is groeiende, zoals bijvoorbeeld blijkt het themanummer over historische games van het Journal of Digital Humanities. Het is belangrijk om historisch vermaak als games en escaperooms in verband met andere vormen van populaire verledenverbeeldingen te bestuderen. Uit een poll naar aanleiding van de Anne Frank escaperoom bleek dat een meerderheid (54%) vindt dat de Tweede Wereldoorlog nooit een thema mag zijn voor een spelletje zoals de escaperoom. Toch gebeurt dit al sinds de jaren ’80, toen met ‘Allo, ‘allo! ook de eerste komedieserie over de Tweede Wereldoorlog op de buis kwam. Tegenwoordig lachen we om Hitler die in het boek en de verfilming Er ist wieder da in hedendaags Berlijn opduikt. En er is de opmerkelijke trend van kleinkinderen in Israël die een tatoeage laten zetten met het kampnummer van hun grootouders. Deze enigszins willekeurige greep uit populaire verledenverbeeldingen laat zien hoe de omgang met de Tweede Wereldoorlog verandert en dat homo ludens – de spelende mens – hierin een belangrijke rol vervult. Ten slotte, als je meer wilt weten over Anne Frank zou ik niet afreizen naar Valkenswaard, maar haar dagboek lezen en naar het Anne Frank Huis in Amsterdam gaan, ook online te bezoeken. 

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.