Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#inclusiviteit
#gender
#slavernij
Gepubliceerd op 04-02-2015
Door Maartje van de Kamp
Maartje van de Kamp

Openbaarheid, archieven en de controle over de geschiedenis

“Informatie is macht, desinformatie is meer macht”. “Archief is macht“. “Controle over archieven is controle over de geschiedenis“. Met deze harde uitspraken trapte algemene rijksarchivaris Marens Engelhard donderdag 29 januari het afsluitende symposium van het Archiefatelier Actieve Openbaarheid af.

In dit Archiefatelier van het Platform Archiefonderwijs werkten studenten, het Stadsarchief Rotterdam, het Noord-Hollands Archief, de Milieudienst Rijnmond en het Waterschap Brabantse Delta de afgelopen maanden samen om uit te zoeken hoe overheden hun informatie actief openbaar kunnen maken en aan burgers beschikbaar kunnen stellen. Het onderzoek leverde onder andere een beslisboom op, een gebruikersonderzoek en vooral veel mogelijkheden die ambtenaren kunnen inzetten om de openbaarheid van dossiers bij de creatie ervan vast te leggen.

Engelhard illustreerde zijn uitspraken met voorbeelden uit de literatuur. Met The Art of War waarin Sun Tzu ons leert dat de vijand zo min mogelijk over je mag weten. Met The Circle van Dave Eggers waaruit we leren dat transparantie misschien wel goed is voor anderen, maar dat we er voor onszelf graag nog even over na willen denken. En tenslotte met 1984 van George Orwell waarin het Ministry of Truth elke dag de historische bronnen laat herschrijven aan de hand van de nieuwste inzichten.

Vergeleken met die laatste twee boeken hebben we het in Nederland nog niet zo slecht geregeld. Er zijn wetten om onze privacy te beschermen en wetten die ons toegang geven tot overheidsinformatie. Dankzij de Wet openbaarheid van bestuur kunnen we ons dagelijks bestuur controleren en dankzij de Archiefwet kunnen historici datzelfde bestuur en de gevolgen daarvan eeuwen na dato reconstrueren.

Openbaarheid van archieven

De openbare toegang tot die archieven wordt echter zwaar bevochten. Volgens de Archiefwet die in 1995 van kracht werd moeten alle archieven van de overheid na twintig jaar naar een archiefbewaarplaats worden overgebracht. Ze zijn dan in principe openbaar. Maar de wet biedt ruimte voor Tenzij. Als de archieven informatie bevatten die de veiligheid van de Staat of zijn bondgenoten kan schenden, schade kan toebrengen aan de persoonlijke levenssfeer of kan zorgen voor onevenredige bevoordeling of benadeling van partijen, kunnen deze voor een vastgestelde periode wat minder openbaar zijn.

Of een archief na overbrenging wel of niet volledig openbaar is, bepaalt degene die het archief gevormd heeft. De archivaris heeft in dat proces niet meer dan een adviserende rol. Wanneer er beperkingen aan de openbaarheid worden gesteld, moet de archivaris zich daar ook aan houden.

In de praktijk wordt er elke dag gesteggeld tussen archivarissen en bestuurders over de openbaarheid van over te brengen archieven. De reflex van de bestuurder is vertrouwelijkheid, die van de archivaris openbaarheid. De wens van overheden om nu over te gaan naar meer actieve openbaarheid lijkt aan te geven dat die strijd uitvalt in het voordeel van de archivaris, maar toch is dat niet het geval.

De beslissing tot actieve openbaarmaking ligt nog altijd bij de archiefvormer en het is maar de vraag op welke gronden hij beslist. In de Archiefwet is nog duidelijk geformuleerd wanneer de openbaarheid mag worden beperkt, voor actieve openbaarheid bestaan geen voorschriften. En wat gebeurt er met de informatie die niet voor actieve openbaarheid in aanmerking komt? Zullen er  dossiers worden gesplitst? Wordt de informatie die wordt afgescheiden later wel weer bij het openbare deel gevoegd? Komen de dossiers ooit volledig in het archief? Of verdwijnen die in de spreekwoordelijke kluis om nooit meer te worden weergezien?

De januskop van de openbaarheid

Op dit moment zijn er twee duidelijke stromingen te onderscheiden in hoe we met informatie willen omgaan. Aan de ene kant is er een streven naar meer openbaarheid. De Tweede Kamer buigt zich over de Wet Open Overheid, gemeentes zetten de dossiers van bouwvergunningen online en zelf verstrekken we een kopie van ons paspoort aan Air B&B, plaatsen onze prive foto’s op Facebook en vragen ons openlijk af of mensen die een misdaad hebben gepleegd (of daarvan verdacht worden) wel recht hebben op privacy.

Tegelijkertijd gaat er onder de noemer van terrorismebestrijding, beleidsintimiteit (wat ambtenaren en bestuurders onderling bespreken) en dataprotectie steeds meer dicht. Omdat te veel mensen een al dan niet terecht beroep op de Wob doen, wordt ook deze aangescherpt. We willen graag dat anderen transparant zijn, maar over onszelf willen we nog even nadenken. Eind vorig jaar had Google al bijna 12.000 verzoeken uit Nederland ontvangen om onwelgevallige zoekresultaten te verwijderen.

De discussie over het recht om vergeten te worden, gaat ondertussen door in Brussel. Het is nog niet duidelijk hoe ver dat recht straks zal gaan. Zullen mensen ook overheden kunnen vragen hun gegevens te verwijderen? Dan zijn deze mensen straks niet meer terug te vinden in de officiële bronnen. Hoeveel strenger wordt de nieuwe privacyverordening? Strenger dan onze huidige Wet bescherming persoonsgegevens? Het is deze keer geen richtlijn, maar een verordening waar alle lidstaten zich aan zullen moeten houden.

Waar blijven de historici?

Nu kun je je afvragen wat historici hier nu mee te maken hebben. Archieven die slechts beperkt openbaar zijn, zijn voor historische onderzoekers immers vaak wel toegankelijk. Kwestie van een onderzoeksopzet indienen, beloven dat je je aan de wet zult houden en het onderzoek kan beginnen. Maar als de privacywetgeving wordt aangescherpt, is dat straks misschien wel niet meer genoeg. Zeker als je onderzoek niet statistisch van aard is, maar over personen gaat.

De nieuwe privacyverordening zal vooral grote gevolgen hebben voor digitale bronnen. Deze zijn immers op naam doorzoekbaar. Is het straks nog wel toegestaan zulke bestanden aan te bieden? Is het denkbaar dat Delpher straks alleen nog kranten mag aanbieden waarin geen personen worden genoemd die nu nog in leven zijn? Dan moeten alle kranten van minder dan honderd jaar oud offline. Daarmee zou een groot deel van de mogelijkheden die door digitalisering zijn ontstaan, weer teniet worden gedaan.

Het splitsen van dossiers door de overheid  om delen actief openbaar te kunnen maken, kan het gevolg hebben dat de originele bron nooit meer wordt gereconstrueerd. Of misschien deels wel vernietigd wordt, omdat al besloten is dat de inhoud niet aan de openbaarheid prijs gegeven mag worden. Het beschermen van persoonlijke belangen, zoals het afdekken van fouten, mag geen reden zijn om de openbaarheid van archiefstukken te beperken. Maar zullen bestuurders die gedwongen worden hun dossiers openbaar te maken, alles nog wel opschrijven?

Als de historicus van nu niet oppast, zit de historicus van de toekomst met halve bronnen. Met een geschiedenis die gereconstrueerd moet worden op basis van wat de beleidsmaker als openbaar heeft beoordeeld. Dan komen we toch wel erg in de buurt van het Ministry of Truth.

Bij het afsluitende symposium van het Archiefatelier waren alle stoelen gevuld. Er was zelfs een wachtlijst. Onder de aanwezigen veel ambtenaren, archivarissen, voorstanders van open data en een enkele journalist. Maar geen historici. En daardoor bleef het debat gericht op het nu, op wat we nu willen met actieve openbaarheid en onze privacy. Zonder aandacht voor wat dat betekent voor de geschiedschrijving.

Controle over de archieven is controle over de geschiedenis. Als historici die controle niet uit handen willen geven aan de beleidsmakers, wordt het tijd dat zij zich in het debat gaan mengen. De archivaris redt het niet alleen.

Flickr stream Symposium Actieve Openbaarheid

 

 

Overheidsarchief na tien jaar openbaar?
Door Maartje van de Kamp
E-mailarchivering: het digitale geheugen van de overheid
Door Maartje van de Kamp
Jarig?
Door Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.