Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 23-04-2015
Door demelzavandermaas
demelzavandermaas

Over de doden niks dan discussie

Het is een regenachtige vrijdagmiddag. Eén voor één druppelen de studenten van de honourscursus Bodies on Display het AMC binnen voor een bezoek aan Museum Vrolik. De groep wordt ontvangen door conservator Laurens de Rooij, die enthousiast vertelt over de achtergrond van de collectie en de ethische dilemma’s waar hij als museumprofessional bijna dagelijks mee te maken krijgt. Hoewel sommige van de studenten een medische achtergrond hebben, blijkt niemand helemaal voorbereid op wat hij te zien krijgt: vitrines vol resten van échte, dode mensen. Van de eerdere geanimeerde discussies en onderbouwde meningen is ineens niets meer over, iedereen schuifelt stil en bedremmeld achter De Rooij aan. Bodies on Display lijkt ineens echt begonnen. 

Wanneer is het verantwoord om een lichaam tentoon te stellen?

Eén van onze studenten merkte in een blog post terecht op we op televisie geen genoeg kunnen krijgen van afhakte benen, hoofden en armen. We kijken immers massaal naar series als Criminal Minds, CSI en Dexter. Zodra we echter in ons eigen leven geconfronteerd worden met dode lichamen, weten we vaak niet wat we ermee aan moeten. De afgelopen eeuw is de dood langzaam maar zeker uit ons dagelijks leven verdwenen: kerkhoven en mortuaria bevinden zich meestal aan de rand van dorpen en steden, balsemen en mummificeren doen we nauwelijks meer en sommigen van ons hebben gedurende hun volwassen leven nooit een lijk hoeven zien. Anderzijds is de fascinatie voor het (dode) menselijke lichaam nog altijd groot: tentoonstellingen als Gunther von Hagens’ Body Worlds trekken immers wereldwijd miljoenen bezoekers. En dan hebben we de nog altijd razend populaire mummies, prehistorische resten of veenlijken nog niet eens besproken. Maar wanneer is het eigenlijk verantwoord om een menselijk lichaam tentoon te stellen en wanneer niet? Keken we vroeger anders naar het verzamelen en tentoonstellen van dode lichamen dan nu, en waarom dan? Deze vraag hield de studenten van Bodies on Display acht weken lang intensief bezig. 

Mijn lichaam, jouw lichaam

Tijdens de introductiesessie bezochten we de tentoonstelling ‘Op het eerste gezicht’ in het Teylers Museum. Hier werd snel duidelijk dat wetenschappers al eeuwen bezig zijn om het menselijk lichaam in al zijn verschijningsvormen te bestuderen, en dat daar soms verstrekkende conclusies over iemands innerlijk aan verbonden werden. In de weken die volgden bezochten we achtereenvolgens de Bijzondere Collecties, Museum Vrolik, het Rijksmuseum voor Oudheden, het Tropenmuseum, het Hunterian Museum, de Wellcome Collection, het British Museum en het Museum of Natural History. Rode draad door al deze bezoeken was het toenemende besef dat we in de Westerse wereld onderscheid maken tussen ‘onze’ lichamen en de lichamen van ‘anderen’. ‘De ander’ heeft in de loop van de geschiedenis verschillende verschijningsvormen gekregen: armen, zieken, criminelen, niet-westerse samenlevingen en prehistorische en antieke beschavingen. Door de ander symbolisch – maar soms ook letterlijk – buiten de eigen samenleving en cultuur te plaatsen, werd het verzamelen, bestuderen en tentoonstellen van deze lichamen gelegitimeerd.  

 Arme, zieke en criminele anderen 

Zo bevatten de 18e en 19e eeuwse anatomische collecties zoals die van Museum Vrolik voornamelijk preparaten van zieke mensen uit de onderlaag van de bevolking. Voor publieke anatomische lessen werden vanaf de 17e eeuw naast armen en zwervers vooral de lichamen van criminelen gebruikt. Een dergelijke publieke ontering van het criminele lichaam gold als extra straf voor de veroordeelde, wiens ziel immers nog lang genoeg op aarde was om de vernedering te aanschouwen. Daarnaast was de ontleding een belangrijke afschrikwekkende en morele les voor de toeschouwers, die geconfronteerd werden met de gevolgen van een immoreel leven. 

Hoewel niet onomstreden, zijn ook recent nog ‘criminele lichamen’ voor wetenschappelijke en educatieve doeleinden gebruikt. Zo werd voor het destijds revolutionaire Visible Human Project (1994) gebruik gemaakt van het lichaam van Joseph Paul Jernigan, een Texaan die ter dood was veroordeeld. Jernigan kreeg in ruil voor zijn medewerking een dodelijke injectie in plaats van de elektrische stoel. Ook Gunther von Hagens kwam in opspraak toen duidelijk werd dat hij mogelijk een donatie van lichamen van geëxecuteerde Chinese gevangenen had geaccepteerd voor zijn reizende tentoonstelling. De morele verontwaardiging die volgde, maakte duidelijk dat niet criminaliteit maar  ‘informed consent’ tegenwoordig een belangrijke voorwaarde is voor het publiekelijk tonen van een dood lichaam. 

Prehistorische & Antieke anderen 

Ook archeologische en oudheidkundige collecties staan bol van de ‘anderen’. Zo worden de mummies uit het Oude Egypte al sinds de negentiende eeuw tentoongesteld als exotische en sprookjesachtige relieken uit een andere wereld. Door mummies zowel narratief als visueel in te kaderen als objecten die ons iets vertellen over de rituelen en overtuigingen van een volk dat leefde in een fundamenteel andere realiteit, wordt ook hun dood-zijn iets van een andere realiteit. Deze dubbele moraal wordt extra duidelijk in het British Museum waar de Egyptische mummies als spectaculair hoogtepunt van de Egypte afdeling van alle kanten te bewonderen zijn, terwijl het minstens zo interessante gedroogde lichaam van de Britse Lindow Man op een rustige afdeling in een gepast beschutte vitrine ligt.   

Niet-Westerse anderen

Tot slot zijn er natuurlijk de volkenkundige musea die in veel opzichten de belichaming van de Westerse blik op de ander vormen. In de 19e eeuw werden als gevolg van de zoektocht naar de oorsprong en ontwikkeling van mensheid enorme fysisch antropologische collecties bijeengebracht die voornamelijk uit skeletmateriaal bestonden. Binnen de fysische antropologie werd gebruik gemaakt van de evolutietheorie van Charles Darwin (1809-1882) om de verschillen in levenswijze tussen  volkeren te verklaren als het gevolg van een gefaseerde ontwikkeling van primitief naar modern. Deze tak van wetenschap raakte na de Tweede Wereldoorlog in diskrediet, maar menig museum zit nog altijd met de overgebleven dozen vol botten in zijn maag. Want tentoonstellen, dat doen we meestal niet meer. 

 

Na acht weken lezen, kijken en discussiëren bleken de studenten van Bodies on Display nog lang niet klaar met het onderwerp. De discussie bleek veel breder en veelomvattender dan zij van tevoren hadden durven vermoeden. Sommigen hadden gehoopt meer antwoorden te krijgen op ethische vraagstukken rondom het verzamelen en tentoonstellen van menselijke resten, maar beseften zich in toenemende mate dat dit misschien wel onmogelijke opgave is. Kortom: over de doden wordt voorlopig nog wel even gediscussieerd.  

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.