Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 16-02-2012

Over de rol van historici bij de confrontatie met een gewelddadig verleden

Welke rol spelen historici bij  de omgang met een gewelddadig verleden? Moeten zij het slechts op afstand bestuderen of hebben zij een maatschappelijke plicht om een prominente rol in het maatschappelijk debat te spelen? En als dat zo is, hoe moeten zij dat dan doen? Rondom die vragen organiseerden Barbara Henkes, Abel Knottnerus en Ruben Bücking van de Rijksuniversiteit Groningen op 26 januari 2012 het congres ‘De historicus, de waarheid en het (samen)leven. Reflecties over de rol van historici bij de confrontatie met een gewelddadig verleden’.

In de ochtendsessie werd de problematiek theoretisch en filosofisch verkend. Knottnerus en Bücking betoogden dat het vaak juristen en politici zijn die de omgang met een gewelddadig verleden bepalen en discussies over herstelbetalingen, excuses, tribunalen of waarheidscommissies domineren. Hoewel de historische feiten hierbij van groot belang zijn, schitteren historici door afwezigheid en daarom is het de vraag of zij niet een grotere rol zouden moeten opeisen.

Volgens Berber Bevernage, postdoconderzoeker aan de Universiteit Gent, schuilt er een gevaar in de bemoeienis van historici. Bevernage was er lange tijd van overtuigd dat het de maatschappelijke plicht is van de historicus om de samenleving te helpen het verleden een plaats te geven door gebeurtenissen in hun historische context te plaatsen. Volgens haar is dit echter geen waardevrije activiteit; contextualisering en periodisering, het scheppen van een breuk tussen heden en verleden, is een performatieve handeling en een daad met reële gevolgen. Zij wees hierbij vooral op het gevaar dat machthebbers het historische vertoog kunnen misbruiken om een streep te zetten onder het verleden en zichzelf vrij te pleiten; hun daden behoren immers tot de geschiedenis.

Maar er kleven meer problemen aan de bemoeienis van historici in de politiek-maatschappelijke omgang met het verleden. Frank Ankersmit, emeritus hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis, vulde aan dat historici behalve aan feitenverzameling ook aan beeldvorming doen. Hij betwijfelde of die beeldvorming voor waarheidscommissies van nut kon zijn. Want dat beeld zal doorgaans afwijken van de politieke en maatschappelijke wensen. Daarnaast bestaat er volgens Ankersmit een fundamenteel verschil tussen de zienswijze van historici en juristen. Juristen brengen grenzen aan en zetten de tijd even stil, terwijl historici wijzen op de veranderlijkheid en relativiteit van die grenzen. Die zienswijzen staan tegenover elkaar – iets wat de toetreding van historici tot het juridische domein bemoeilijkt.

Na deze theoretische en filosofische verkenning van het probleem, kwamen in de middag enkele praktijkvoorbeelden aan bod. Chris Lamont, universitair docent Internationale Betrekkingen liet zien hoe in Kroatië zeer tegengestelde geschiedenissen worden verteld over de oorlog in 1991-1995. Hiermee illustreerde hij dat voorstellingen van het verleden afhankelijk zijn van de verteller. Aan de hand van twee filmpjes liet Lamont de contested nature of historical narratives zien. De historische waarheid ligt in de praktijk dus in de handen van de groep die de ruimte krijgt om ‘het verleden op zijn plaats te zetten’.

Het controversiële karakter van de omgang met een gewelddadig verleden speelt ook in Nederland, betoogde de tweede presentator van de middag: Martijn Eickhoff, docent aan de Radboud Universiteit en postdoc aan het NIOD. Hij illustreerde dit aan de hand van het zogenoemde ‘Rawagededebat’. In Rawagede, een dorpje op Java, executeerden Nederlandse militairen op 9 december 1947 volgens officiële bronnen 47 Indonesiërs. Een recent ontdekt document spreekt zelfs van 100 tot 120 doden. Na de ‘excessennota’ van 1969 en de publicatie van Lou de Jongs dertiende deel van zijn oorlogsgeschiedenis in 1988 is de aandacht na 2002 weer opgelaaid, toen Stef Scagliola haar proefschrift ‘Last van de oorlog’ publiceerde. Daarin wees Scagliola erop dat de schuldvraag in het bestaande ‘masternarratief’ nog steeds omzeild wordt. Eickhoff pleit daarom voor een ‘nieuw masternarratief’, waaraan vooral ook Indonesische wetenschappers moeten meeschrijven. Maar ook daarin blijft het de vraag hoe historici over zo’n moreel en politiek beladen onderwerp moeten schrijven. Met andere woorden: ook in de geschiedschrijving zelf spelen politieke en maatschappelijk beladen onderwerpen een problematische rol.

Uiteindelijk bleven de deelnemers het oneens over de vraag of historici een zinvolle aanvulling op het juridische en politieke vertoog over het verleden kunnen leveren. Dat neemt niet weg dat het symposium een goede aanzet gaf om verder na te denken over de rol van het (gewelddadige) verleden in het heden en daar bij ook nadrukkelijk de rol van de historicus te betrekken.

Constant Hijzen, Universiteit Leiden

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.