Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 04-02-2016

(Post)koloniale intellectuelen. Een beschouwing op het symposium The Role of (Post-)Colonial Public Intellectuals in Europe

Wat zijn postkoloniale intellectuelen en wat is hun belang in hedendaags Europa? Dat was een centrale vraag tijdens het tweedaagse interdisciplinaire symposium ‘The Role of (Post-)Colonial Public Intellectuals’. (Universiteit Utrecht, 28 – 29 januari 2016)

Bekende postkoloniale intellectuelen als Edward Said, Stuart Hall en Gyatri Spivak passeerden de revue, maar de definitie van zowel ‘postkoloniaal’ als ‘ intellectueel’ werd tijdens het symposium flink opgerekt. Zo stelde Engin Ensin (Open University, GB) in zijn keynotelezing, onder verwijzing naar Hannah Arendt, dat Europa zich na de twee wereldoorlogen op een ‘postkoloniaal moment’ bevindt, wat intellectuelen per definitie postkoloniaal maakt.

Andere sprekers hielden er een minder brede definitie van het postkoloniale op na. Zo besprak Birgit Kaiser (UU) in haar lezing het gezamenlijke werk van filosofe Hélène Cixous en beeldend kunstenaar Adel Abdessemed als een reflectie op de postkoloniale conditie waarin gesproken wordt vanuit een ‘derde’ positie, die niet die van het ‘zelf’ of ‘de ander’ is, maar een eigen ruimte opeist. Rosemarie Buikema (UU) ging in op de postkoloniale wending in memory studies in haar bespreking van een installatie van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge waarin op een ‘multidirectionele’ manier herinneringen aan kolonialisme, fascisme en modernisme samenkomen.

De postkoloniale intellectueel als crisisfiguur    

Hoe verschillend hij ook kan worden gedefinieerd, merkte Sandro Mezzadra (Universiteit van Bogogna, IT) op in zijn afsluitende opmerkingen, de postkoloniale intellectueel fungeert steeds als een crisisfiguur. Waarbij ‘crisis’ niet noodzakelijkerwijs negatief moet worden opgevat, maar als een productief moment waaruit nieuwe mogelijkheden kunnen ontstaan. De urgentie daarvan merken we momenteel in het kader van de Europese vluchtelingenproblematiek. Nadat de postkoloniale theorie en kritiek het idee ‘Europa’ hadden gedeconstrueerd, worden vragen naar wat we ons heden ten dage nog bij Europa moeten (willen) voorstellen en hoe we ons moeten verhouden tot opkomend nationalisme relevant voor intellectuelen.

Postkoloniale intellectuelen in Nederland?

Een evenknie van Stuart Hall is voor de Nederlandse context niet gemakkelijk te noemen – Nederland heeft dan ook geen postkoloniaal debat gehad, is een veelgehoorde klacht – maar dat betekent niet dat er geen postkoloniale intellectuelen zijn of zijn geweest, bleek uit diverse bijdragen. 

Remco Raben (UU en UvA) bleef in zijn bespreking van postkoloniale intellectuelen in Nederland dicht bij de historische connectie met het kolonialisme. Hij onderscheidde drie categorieën postkoloniale intellectuelen: de nationalistische Indonesische intellectuelen in Nederland, zogenaamde ‘cultural brokers’ die zich vanuit een hybride positie uitspraken (bijvoorbeeld Tjalie Robinson, Cola Debrot en Bep Vuyk) en de ‘ White Third Worldists’, academici die zich vanuit de Nederlandse context met Derde Wereld politiek bezighielden, zoals Wim Wertheim.

Dat het publieke debat ondanks het bestaan van deze mensen geen brede postkoloniale wending nam, verklaarde Raben door te wijzen op de ‘Conimex-mentaliteit’ die in Nederland gangbaar was (en is): impliciete discoursen over kolonialisme, gebaseerd op het idee van de juistheid van het Nederlands kolonialisme, en een vergaande domesticatie van het exotische (zoals door Conimex) bleven dat debat beheersen.

Black feminism: herwaardering van vrouwelijke intellectuelen

In haar bespreking van de traditie van zwart feminisme in Nederland, vestigde Nancy Jouwe (UH) de aandacht op een andere stroom in het postkoloniale debat, die vrij recent wordt geherwaardeerd. Nederland, liet ze zien, kent een rijke traditie van feministen die intersectionele kritiek en ideeën over zwart burgerschap ontwikkelden (zoals Philomena Essed en Gloria Wekker).

Hoe relevant deze ideeën nog steeds zijn, illustreerde Jouwe aan de hand van een recent voorbeeld: de discussies rondom de toekenning van de P.C. Hooftprijs, de belangrijkste literaire oeuvreprijs van Nederland, aan de Surinaams-Nederlandse Astrid Roemer. Sommige critici waren geneigd deze bekroning af te doen als een ‘politieke keuze’ en hadden moeite de postkoloniale aspecten van Roemers werk te (h)erkennen. 

Wellicht is met een vernieuwde interesse in het zwarte feminisme van o.a. Wekker, die onlangs als intellectueel op De Correspondent sprak, en met de canonisering van postkoloniale stemmen als die van Roemer alsnog een voorzichtige wending in het Nederlandse postkoloniale debat ingezet.

Lisanne Snelders (UvA)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.