Historici.nl





#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#kolonialisme
#erfgoed
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#archieven
#Monarchie
Door Susan Hogervorst
16-01-2018
Susan Hogervorst

Re-entweetment Het beleven van het verleden op Twitter

Vandaag, 10 uur: HMS Rawalpindi, converted British passenger ship with 10 small guns, has spotted an enemy vessel near Faroe Islands. In thick fog, she sails near- to find German battleships Scharnhorst & Gneisenau. Enkele minute later: HMS Rawalpindi has been sunk, torn apart by battlecruisers’ guns. 238 crew, including Captain Kennedy, are dead. 37 have been rescued from icy sea by Germans. Weliswaar één dag te laat, want vandaag is het 24 november, en de als Brits oorlogsgeschip geconfisceerde Rawalpindi zonk op 23 november 1939, maar vooruit. Deze quasi-live berichtenstroom uit het verleden is een beetje alsof je de oorlog zelf meemaakt, vanaf veilige (tijds)afstand dan. En dat is ook precies de bedoeling van @RealtimeWWII, een meerjarenproject van Alwyn Collinson, werkzaam bij het Museum of London.  Dagelijks twittert hij over uiteenlopende oorlogsgebeurtenissen van 1939 tot 1945, voor zover mogelijk op de datum zelf. ‘In veel opzichten is het een poging om verslag te doen van het nieuws, maar dan jaren en jaren geleden,’ zegt Collinson in een van de vele media-interviews met hem. Collinson begon in augustus 2011 en heeft dus alle zes de oorlogsjaren al achter de rug, maar hij is dit jaar aan een tweede ronde begonnen. Zoals the Atlantic over zijn project schreef: ‘In one corner of the internet, World War II is just getting started’.

@RealtimeWWII, intussen in meerdere talen vertaald, is lang niet de enige in zijn soort. Een greep uit het aanbod laat zien dat naast oorlogen (de Arabisch-Israelische oorlog van 1948, en de Eerste Wereldoorlog heeft er zelfs vier) en veldslagen (Slag bij Waterloo, Slag bij Gettysburg) ook de poolexpeditie van de Britse ontdekkingsreiziger Robert Falcon Scott kan worden na-beleefd op Twitter, of het levensverhaal van Aletta Jacobs. In feite hebben we hier steeds te maken met een vorm van re-enactment. @RealtimeWWII en zijn soortgenoten zijn kronieken die ‘het verloop’ van belangrijke historische gebeurtenissen of mensenlevens zo historisch adequaat mogelijk volgen, vanuit het perspectief van destijds.

Vaak worden de Twitterberichten voorzien van foto’s, krantenberichten, dagboekfragmenten of ander historisch materiaal, zo ook in @RealtimeWWII. Regelmatig krijgt Collinson persoonlijke documenten of tips voor aanvullende bronnen doorgestuurd van een van zijn vele volgers – intussen ruim een half miljoen. En, nog een voordeel van een online medium als Twitter: indien een naam of een datum niet helemaal klopt, meldt een van die volgers zich vaak al snel met een correctie.

Interessant is dat het idee voor dit project ontstond door de ‘Arabische lente’, eind 2010. Voor het eerst speelden social media als Twitter een belangrijke rol in het beleven, documenteren, communiceren en duiden van een belangrijke historische gebeurtenis. ‘I remember being really profoundly moved by the way that you could see history unfolding,’ vertelt Collinson over zijn inspiratiebron tegen The Atlantic. ‘We didn’t know necessarily how things were going to turn out.’

En juist hierin zit hem het dubbele van re-entweetment. Enerzijds geeft een project als dit blijk van historisch besef, en draagt het daar mogelijkerwijs ook aan bij. Zo zegt Collinson zich als maker onderdeel van iets groters te voelen, van ‘de geschiedenis’. Hij merkt ook dat zijn historische tweets volgers aanzetten tot nadenken over de historiciteit van hun eigen tijd, en over mogelijke paralellen tussen toen en nu, in het bijzonder wat betreft de heropleving van nationalistische sentimenten in de VS en Europa. Ook sommige historici hebben zich op dit punt positief uitgelaten over projecten als deze. Zo zegt Timothy Snyder in de New York Times: “People in the past weren’t living in the past, they were living in their own present. These kinds of tweets restore to the past the authentically confusing character of the present.”

Anderzijds kleeft aan dit alles natuurlijk een fundamenteel geschiedtheoretisch probleem, dat overigens ook op reguliere vormen van re-enactment van toepassing is. Los van de algemene kanttekening bij de notie dat we het verleden werkelijk zouden kunnen benaderen ‘hoe het werkelijk is geweest’, kunnen we aan een reeks afzonderlijke gebeurtenissen namelijk altijd pas achteraf een zinvolle samenhang verlenen – het ‘verloop’ ervan weten we pas in retrospectief. Historische actoren ontbeerden niet alleen deze kennis achteraf, maar beschikten doorgaans evenmin over contemporaine informatie om de gebeurtenissen om zich heen te kunnen volgen, laat staan te duiden.

Een tweede probleem dat meer specifiek voor de Twitter-vorm geldt, is het ondoorzichtige van een project als dit. Niet alleen ontbreekt in het geval van @RealtimeWWII elke bronvermelding, waardoor het bijvoorbeeld niet altijd even helder is of bepaalde bronnen inderdaad al voor tijdgenoten voorhanden waren, of pas achteraf zijn gemaakt. Maar ook in meer algemene zin verhult de Twitter-vorm het constructkarakter van het zich ontrollende narratief. Zo heeft Collinson diverse narratieven, afkomstig uit verschillende bronnen, uit hun context gehaald en opgedeeld in afzonderlijke historische gebeurtenissen. Deze heeft hij vervolgens in een soort kroniek in een schijnbaar neutrale opeenvolging gegoten, echter zonder dat dit voor de Twitter-lezers inzichtelijk is.

De Zwitserse historicus en vakdidacticus Jan Hodel, die zich met geschiedenis en digitale media bezighoudt, heeft criteria geformuleerd om de kwaliteit van dit soort vormen van geschiedbeleving via Twitter te kunnen beoordelen. Ten eerste noemt hij het belang van transparantie: Auteurs van historische voorstellingen op Twitter zouden ten eerste duidelijk moeten maken of ze authenticiteit nastreven, en op welke manier ze dat doen (‘Wat heeft Napoleon in de slag bij Waterloo op grond van welke bron wanneer gezegd?’), of dat hun product vooral een fictief karakter heeft, en als zodanig moet worden gezien (‘Wat zou Napoleon volgens onze voorstelling, op basis van voorhanden zijnde bronnen, gezegd kunnen hebben?’).

Ten tweede is de context van groot belang: Historische Twitter-voorstellingen moeten de context schetsen van de gebruikte berichten. Bij authentieke voorstellingen bestaat die context uit verwijzingen naar bronnen en literatuur. Maar ook bij meer fictieve voorstellingen is de context van belang, om de lezers een inschatting te kunnen laten maken op basis waarvan en met welk doel Napoleon, om bij het voorbeeld te blijven, een Twitterstem heeft gekregen.

Nu spreekt Hodel vooral als vakdidacticus die erop gespitst is studenten en leerlingen iets bij te brengen over bronkritiek en onderscheid tussen feit en fictie. Uitgebreide verantwoordingen zoals hij die voorstelt zijn misschien niet realistisch op een medium dat vooral spontaniteit en directheid propageert. Maar historische Twitter-accounts zouden wel naar dit ideaal van transparantie en context kunnen streven, al was het maar door te linken naar de digitale bronnen die ze gebruiken. Bij nader inzien maakt een project als @RealTimeWWII, ondanks de suggestie van ‘real-time’, vooral duidelijk geschiedenis pas achteraf tot stand komt. En dat kan al een heel leerzaam inzicht zijn.

Twitter op je boekenplank
Door Wouter Daemen
Comprehensive corpora en text mining: nieuwe kritieken
Door Max Kemman
Het geheime archief van de historicus
Door Maartje van de Kamp
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.