Vernieuwde site. Lees meer...
Historici.nl





#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#erfgoed
#kolonialisme
#archieven
#slavernij
#Tweede Wereldoorlog

Research seminar ‘Socio-political perspectives on food and scarcity in times of war’

Op 18 en 19 mei 2017 werd in Gent het jaarlijkse onderzoeksseminarie van de Onderzoeksschool Politieke Geschiedenis (OPG) gehouden. Centraal in dit colloquium, dat plaats had in het Liberaal Archief, stond het thema: Socio-political perspectives on food and scarcity in times of war”.

Het colloquium, mede georganiseerd door de Universiteit Gent, opende met een key note van de Nederlandse militaire historicus van de UvA, dr. Samuël Kruizinga. Die keuze was geen toeval, want Kruizinga is verbonden aan het Europese collaboratieve onderzoeksproject over schaarste tijdens WOI: Hunger draws the map: Blockade and Food Shortages in Europe, 1914-1922. Hij betoogde dat onderzoeksvragen die peilen naar de relatie tussen voedsel, schaarste en oorlog in 20e-eeuws Europa geenszins een nieuwe betrachting zijn. Kruizinga onderscheidde drie verschillende fases in een langere historiografische traditie. De eerste fase volgde kort na de Eerste Wereldoorlog, en besloeg de periode van 1914-1939. Historici waren eerst en vooral tijdgenoten en vaak zelfs betrokkenen. Zij focusten zich voornamelijk, zeer top down, op de rol en impact van de centrale staat en de mate van interventionisme inzake voedselvoorziening. Een tweede fase kwam pas op gang met de vijftigjarige herdenking van Wereldoorlog I in de jaren ’60. Geheel in de geest van de tijd maakte een sociaaleconomische benadering opgang, waarbij de focus verschoof van de klassieke staatsgebonden politieke actoren naar civil society en pressiegroepen. In een derde fase werd “politiek” veel breder geïnterpreteerd en verschoof de aandacht naar de overlevingsstrategieën van verschillende sociale groepen binnen de samenleving. De vraag naar hoe de samenleving hier in al haar diversiteit omging met de voedselschaarste, en welke conflicten dit zoal genereerde, werd primordiaal. Ter afsluiting bepleitte Kruizinga zelf een geïntegreerde toepassing van de verschillende onderzoekstendensen, dit onder de tentatieve titel normative feedback effects on public policies and formal institutions”.

Hierna bespraken vijf jonge Belgische en Nederlandse historici hun lopende politiek-historische onderzoeksprojecten. Om de jonge onderzoekers van zo veel mogelijk feedback en commentaren te voorzien werd geopteerd voor telkens twee referenten, namelijk een collega-promovendus en een specialist ter zake. 

In een eerste presentatie stelde de Antwerpse historica Karen Lauwers (UA) één facet van haar proefschrift voor waarin ze onderzoek doet naar de interacties tussen Franse parlementariërs en ongeorganiseerde burgers van 1900 tot 1930. Met een vernieuwend bronnencorpus – namelijk briefwisseling tussen Franse vrouwen en parlementairen – in de hand, werkt zij op de intersectie tussen parlementaire en subalterne geschiedschrijving. Lauwers onderzoekt, terugvallend op het theoretisch kader van Michel de Certeau, de verschillende tactieken die de vrouwen hanteerden in hun schrijven aan deze parlementariërs. Opvallend is in de eerste plaats dat deze vrouwen überhaupt aan parlementariërs appelleerden, hoewel zij daar tot in 1944 (invoering stemrecht voor vrouwen in Frankrijk) in feite geen “stem” voor in ruil konden bieden. Aldus biedt Lauwers een nieuw inzicht in het tot nu toe weinig onderzochte politieke bewustzijn van de ongeorganiseerde burger in tijden van massale politisering.

De tweede en tevens laatste presentatie van de eerste dag werd gegeven door Laura Eskens. Zij promoveert aan de KULeuven met een proefschrift over “The rhetorics of hunger and plenty in Belgian agro-food politics (1930-1958)”. Eskens presenteerde het onderzoeksopzet en de belangrijkste onderzoeksvragen. Net als in het vorige onderzoeksproject opteert ook de Leuvense doctoranda ervoor om niet zozeer de oorlogsperiode (’40-’45) te bestuderen, als wel de impact en nasleep ervan. Het parlement staat centraal in haar onderzoek als een arena waarin verschillende belangengroepen, vnl. consumenten- en producentenorganisaties, hun stem lieten horen en belangen trachtten te behartigen. Om dit na te gaan hanteert Eskens een zeer breed scala aan veeleer klassieke politieke bronnen, reikende van allerhande parlementaire documenten tot kabinets- en privé-archieven. Het onderzoeksproject streeft een veelbelovende doelstelling na. Het wil de geïnstitutionaliseerde tweedeling in de Belgische historiografie tussen de zogenaamde Boerenschool en de Voedselschool overstijgen. Het doel is de meest vruchtbare inzichten uit zowel producenten- als consumentengeschiedschrijving te integreren. Een lovenswaardige zaak daar een dergelijke benadering tot nu toe ontbreekt in de Belgische historiografie ter zake.

De tweede dag ving aan met de presentatie van promovendus Leon van Damme (Radboud Universiteit). Zijn onderzoek over de Nederlandse sociale zekerheid (“Op zoek naar een Evenwicht, over de parlementaire geschiedenis van het sociale zekerheidsstelsel van 1980 tot 2014”) leek op het eerste zicht misschien enigszins  uit de toon te vallen. Van Damme geeft echter aan dat niets minder waar is. De genese van dit stelsel heeft immers zijn wortels in de schaarste-ervaring tijdens Wereldoorlog II. In zijn project tracht Van Damme drie gangbare mythes te ontkrachten over het naoorlogse sociale zekerheidsstelsel, namelijk: (1) de veronderstelde voltooiing ervan in de jaren ’60-70, (2) de permanente crisis-idee en (3) de verslijkte voorstelling van het poldermodel. Van Damme wijst op de constante groei van uitgaven, de voortdurende aanpassingen aan het model en de relatieve politieke consensus t.a.v. de toenemende individualisering van het stelsel. Omdat Van Damme werkt over zeer recente geschiedenis, gaf zijn presentatie bovendien aanleiding tot een boeiende discussie over wat nu de specificiteit van het “historisch perspectief” is.

Twee onderzoekers van de Universiteit Gent sloten het seminarie af met nieuw Belgisch Wereldoorlog I onderzoek. Martin Schoups presenteerde zijn paper over de bestraffing van voedselmisdrijven na de Eerste Wereldoorlog. Hij toonde aan dat voedselmisdrijven na de Eerste Wereldoorlog in België massaal vervolgd werden, wat een duidelijke groei van de overheidsinterventie betekende in vergelijking met de vooroorlog. Schoups betoogde dat het hier om een vorm van transitional justice ging, waarmee getracht werd tegemoet te komen aan de maatschappelijke ressentimenten die tijdens de oorlog t.a.v. de zogenaamde oorlogsprofiteurs waren gegroeid. Daarmee levert Schoups voer aan voor de these dat voedselschaarste een bijzonder vitaal geacht politiek probleem was tijdens en onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog.

Barbara Deruytter besloot het onderzoeksseminarie met de vraag waar het vaderland van de Belgen tijdens de oorlog lag. Aan de hand van atypisch bronnenmateriaal, liederen uit de Eerste Wereldoorlog, tracht zij net als Karen Lauwers inzicht te krijgen in de nationale identiteiten, mentaliteiten en gedragsnormen van de lagere en middenklassen in het bezette België. Tot nu toe werd naar de (nationale) sentimenten en mentaliteiten van deze groepen in oorlogstijd erg weinig historisch onderzoek verricht. Waar het Lauwers om de perceptie van “het parlement” bij de gewone burger gaat, onderzoekt Deruytter de verschillende nationale identiteiten van deze burger tijdens de oorlog. Ze slaagt erin de klassieke incompatibiliteits-thesis inzake het Vlaams-nationalisme danig te nuanceren door aan te tonen dat Vlaamse en Belgische loyaliteiten geenszins incompatibel waren, maar daarentegen tijdens de oorlog gecombineerd werden in een in essentie gelaagde nationale identiteit. Het gebruik van dit bronmateriaal om aan politieke geschiedenis te doen wekte bij het publiek interesse op. Verder lijken Deruytters onderzoekresultaten ook aan te sluiten bij de these die ook in de presentatie van Schoups aan bod kwam. Ook zij stelt immers vast dat het veel meer dan de etnische breuklijn, de sociale breuklijn was die de Belgische samenleving onder spanning zette tijdens de oorlog.

Op die manier komen de verschillende onderzoeksprojecten toch enigszins tegemoet aan de tentatief geformuleerde oproep van dr. Kruizinga tot integratie van verschillende onderzoektendensen. Ondanks het gebruik van verschillend bronnenmateriaal, uiteenlopende methodologieën en periodiseringen, wordt in alle projecten immers gepeild naar de normatieve feedbacks op de schaarste-ervaring tijdens de oorlog bij een veelheid aan politieke actoren.

Jan Naert en Martin Schoups (Universiteit Gent)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.