Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 23-06-2013

Seminar Bestuur en Beleid – Onderzoekschool Politieke Geschiedenis

Kunnen historici zich wagen aan beleidsaanbevelingen? Met deze vraag opende bestuurskundige Jouke de Vries op 3 juni een seminar over beleidsgeschiedenis van de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis, een werkverband van politiek historici . Geschiedenis kan volgens De Vries, die een verkenning van de raakvlakken tussen bestuurskunde en geschiedenis uiteenzette, aan zowel sociaalwetenschappelijke theorieën als normatieve studies (denk ook aan beleidsadvies) historische onderbouwing verlenen.

Bestuurskunde versus geschiedenis

De overige sprekers, allen historici, richtten zich in hun lezingen juist alleen op de geschiedenis van beleid en verschillende promovendi kregen de kans hun onderzoek te presenteren.  Enkele van de aanwezige historici  hadden bezwaar tegen het doen van beleidsaanbevelingen op basis van historisch onderzoek. Historische ontwikkelingen zijn namelijk niet zomaar naar de toekomst te extrapoleren; bovendien doet dit geweld aan het unieke karakter van historische gebeurtenissen. Historici moeten zich volgens hen dus vooral richten op de geschiedenis van beleid.

Belang van beleidsgeschiedenis

Pieter Slaman, organisator van het seminar en promovendus aan de Campus Den Haag, stelde in zijn paper dat een studie naar beleid over een lange periode een zekere continuïteit in beleid kan blootleggen, ondanks de steeds sterker veranderende bezetting van ambtenarenapparaten. Er is dus sprake van wat bestuurskundigen path dependency noemen. Volgens hem is het niet aan historici om hierop beleidsaanbevelingen te baseren, wel kunnen zij impliciet laten zien welke beleidskeuzes afwijken van het gevolgde pad.

Historici hebben volgens Slaman veel bij te dragen aan de studie naar beleid omdat zij naast het institutionele aspect van beleid ook oog hebben voor de maatschappelijke context (de wisselwerking tussen burger en bestuur) en de individuen die achter het beleid schuilgaan: de beleidsmakers, hun persoonlijke achtergrond en overtuigingen. Zij opereren echter vaak achter de schermen, dus van hun persoonlijke overwegingen is niet altijd iets overgeleverd. Wel is van belang dat verschillen tussen de begrippen bestuur (institutioneel), beleid (de output van die instituties) en politiek in acht worden genomen. Daarbij geldt dat beleid doorgaans meer op de lange termijn gericht is dan politiek en dat beleid dus niet zelden de weerslag is van een tijdsgeest die bij uitvoering soms al vervlogen is.

De praktijk van beleid

Na de inleiding illustreerden promovendi Tim Verlaan (UvA) en Ronald Kroeze (VU) de geschiedenis van bestuur en beleid met praktijkvoorbeelden uit eigen onderzoek. Verlaan onderzocht de stadsvernieuwingsprojecten Hoog Catharijne in Utrecht en het Spuikwartier in Den Haag in de jaren zestig en zeventig. Deze stadsvernieuwingen waren bedacht door projectontwikkelaars, die de zeer technische en weldoordachte plannen aanboden bij zeer ontvankelijke stadsbesturen. Deze projectontwikkelaars hadden echter geen boodschap aan burgerinspraak, wat op verzet stuitte van de stadsbevolking. Een commentator wees erop dat deze roep om democratisering vaak juist voor het eerst gehoord werd bij stadsvernieuwingsprojecten: het thema ruimtelijke ordening raakte in deze periode sterk gepolitiseerd.

Ronald Kroeze liet in zijn presentatie en artikel zien dat rond 1900 een snelle bureaucratisering van het Nederlandse staatsapparaat optrad. Niet alleen kwamen er meer ambtenaren, ook kwam er steeds meer nadruk op rationeel bestuur, waarin professionaliteit en expertise een groeiende rol speelden. Hierdoor veranderden de ideeën over wat goed bestuur was. De Eerste Wereldoorlog vormde een spil in deze ontwikkeling: de oorlogsomstandigheden vroegen om een sterke overheidsregulering van de voedselvoorziening. Zodoende zette het ministerie van landbouw productschappen op, in samenwerking met voedselproducenten. Deze samenwerking leidde tot een discussie die nog lange tijd na de oorlog werd gevoerd: versterkte de samenwerking tussen publieke en private partijen de expertise of werkt het belangenverstrengeling in de hand?

Slotbeschouwing

Hoogleraar geschiedenis van bestuur en politiek in de moderne tijd Dirk Jan Wolffram besloot het seminar door te stellen dat historici lering kunnen trekken uit de bestuurskunde, met name uit het doen van systematisch onderzoek. In beleidsgeschiedenissen worden de actoren en hun rol niet altijd duidelijk gedefinieerd, wat een beeld van de ambtenarij als black box in de hand werkt. Een biografisch element, zoals Slaman voorstelde, is volgens Wolffram dan ook een zinvolle toevoeging aan bestuurs- en beleidsgeschiedenis en een rol die historici bij uitstek goed past. Het valt Wolffram echter op dat historici, met uitzondering van een enkel Amerikaans tijdschrift, nauwelijks aandacht besteden aan beleidsgeschiedenis, de verhouding tussen politiek en beleid en het ‘institutionele geheugen’ van de ambtenarij en de politiek. Het is aan de jonge garde historici om hierin verandering te brengen en het institutionele geheugen van politiek en bestuur te ondersteunen en aan te vullen.

Koen van Zon (Radboud Universiteit Nijmegen)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.