Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#Gender
Gepubliceerd op 21-12-2016

‘Shared authority’: publiek-professionele samenwerking in de historische cultuur. Afscheidssymposium voor Hendrik Henrichs

Sinds de jaren 1990 wordt de term ‘shared authority’ vaak gebruikt voor initiatieven waarin het publiek door musea en andere instellingen wordt betrokken bij de interpretatie van geschiedenis. Dit thema stond dan ook centraal op het afscheidssymposium voor Hendrik Henrichs, die zich als universitair hoofddocent cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht richtte op de verhouding tussen wetenschappelijke geschiedschrijving en de omgang met het verleden in het publieke domein. Diverse sprekers uit zowel de wetenschap als de praktijk reflecteerden op de relatie tussen professionals en hun publiek in de hedendaagse historische cultuur.

Dr. Hendrik Henrichs Bron: Wikimedia Commons/Sebastiaan ter Burg

Polarisatie en participatie
Waar de titel van het symposium het accent legde op het delen van geschiedenis, werd al snel duidelijk dat inzet op de verbindende kracht ervan juist ook leidt tot processen van toe-eigening en polarisatie. In zijn bijdrage gaf Kees Ribbens (NIOD, Erasmus Universiteit Rotterdam) een beknopte analyse van de plaats die geschiedenis heeft in de politieke partijprogramma’s voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Naast een focus op het nationale verleden, signaleerde Ribbens een groeiend besef van de ‘zwarte bladzijden’ in de Nederlandse geschiedenis. De vertaling van dit besef naar beleid om saamhorigheid te stimuleren, zal door historici argwanend worden gadegeslagen. Tegelijkertijd zien sommige mensen in de samenleving het juist ook als een bedreiging van hun identiteit.

Paul Knevel (Universiteit van Amsterdam) legde uit dat in deze tijd van gepolariseerde omstandigheden het delen van gezag nog lastiger is geworden. Tevens is het zoeken naar het juiste evenwicht tussen hoeveel gezag er gedeeld wordt en door wie dit wordt gedaan. Reflecterend op de ontwikkeling van publieksgeschiedenis als veld sinds de jaren 1970, benadrukte hij dat ‘shared authority’ meer is dan alleen participatie: de dialoog tussen professionals en publiek zou centraal moeten staan.

Tussen presentaties en verzamelingen
Hoe die dialoog vorm kan krijgen, illustreerde Annemarie de Wildt aan de hand van projecten van het Amsterdam Museum. Zo liet zij bijvoorbeeld zien hoe het museum door middel van antropologische methoden de religieuze dimensies van de voetbalhooligancultuur in beeld heeft gebracht. Daarbij is het vaak geven en nemen. Gemeenschappen hebben niet altijd volledige controle over wat de conservator wil laten zien, maar tegelijkertijd zal het museum zelf soms ook water bij de wijn moeten doen. Een andere casus werd gepresenteerd door Gijs van der Ham die uitlegde hoe het Rijksmuseum probeert het museum ‘van iedereen’ te zijn, bijvoorbeeld door ook het beladen verleden te tonen.  Niet alleen betrok het Rijksmuseum de Ghanese gemeenschap in de presentatie van de publicatie Dof Goud – Nederland en Ghana, 1593-1872, maar ook probeert het museum door (nieuwe) vragen te stellen aan bestaande objecten nieuwe perspectieven aan te boren. Via de digitale weg wordt mensen de mogelijkheid geboden om zelf verzamelingen, en daarmee dus hun eigen verhalen te maken.

‘Shared authority’ is daarmee niet alleen van toepassing op de uiteindelijke presentaties, maar ook op het collectiebeleid. Dat mensen zich daarin soms toch tegenwerkt voelen , illustreerde Marijke Huisman (Universiteit Utrecht) aan de hand van het fenomeen van de dagboekarchieven die zich sinds het midden van de jaren 1980 hebben ontwikkeld. Waar historici door digitalisering het archief steeds minder vaak lijken te bezoeken, zagen individuen, die zich buitengesloten voelden door reguliere archieven, deze structuur juist als een manier om hun stem te laten horen en hun eigen leven te ‘monumentaliseren’. De vraag is wel of met deze bottom-up aanvulling van het archiefwezen eigenlijk nog sprake is van ‘gedeeld gezag’ of dat er eerder sprake is van parallelle werelden.

Bijdrage van historici
Naast ‘shared authority’ onderscheidde de Amerikaanse historicus Michael Frisch recentelijk het proces van ‘sharing authority’. Terugblikkend op zijn eigen carrière beschouwde Hendrik Henrichs zich als een historicus die zijn gezag altijd heeft willen delen en zich tot een breed publiek heeft willen richten. Zeker nu de autoriteit van de wetenschap nogal eens ter discussie staat, zullen historici dit gezag ook moeten verdienen en daarbij nadrukkelijk hun methoden van waarheidsvinding aan moeten dragen. Delen betekent ook een samenwerking met het publiek. Een plek waar dit concreet gestalte kan krijgen is bijvoorbeeld Wikipedia. Academische historici melden zich hier volgens Henrichs zelden, omdat zij het amateuristisch vinden en het als problematisch ervaren dat hun professionele stem wegvalt in de som der delen. Na zijn afscheid heeft Henrichs nu zelf tijd om als wetenschapper een concrete bijdrage aan deze samenwerking te leveren. Zijn eerste project? Het aanpassen van het Wikipedia-lemma over historicus, hispanist en verzetsman Johan Brouwer, op wiens biografie hij in 1989 promoveerde.

Pieter de Bruijn

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.