Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#inclusiviteit
#Gender
Gepubliceerd op 27-11-2014

Uitgelicht: Resources: Dagboeken van De Clercq

Historici.nl  biedt  een grote hoeveelheid verwijzingen aan naar digitale bronnen die betrekking hebben op de Nederlandse geschiedenis. Onder de noemer Resources zijn nu al bronnen van 15 instellingen (Koninklijke Bibliotheek, Universiteit Leiden, Nationaal Archief etc.) opgenomen. Niet alleen kun je op onderwerp, type bron of herkomst zoeken, ook is het mogelijk om met een zoekfunctie in de bronnen te zoeken. Een van de digitale bronnen die zo te vinden en te doorzoeken is, zijn de Dagboeken van De Clercq van het Huygens ING. Marijcke Schillings legt uit welk onderzoek je bijvoorbeeld met deze bron kunt doen.

Netwerken voor de staat:

Informatiebronnen voor Willem de Clercq in zijn eerste jaar als secretaris van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (1825)

Willem de Clercq (1795-1844) is een van de actoren in mijn onderzoek naar het belang van persoonlijke netwerken voor staatsvorming in Nederland in de eerste helft van de 19de eeuw. Na een lange staat van dienst in de familiefirma in granen S. & P. de Clercq te Amsterdam, waarvoor hij reizen in binnen- en buitenland maakte, begon De Clercq op 2 september 1824 in Den Haag aan een nieuwe loopbaan.

Nederlandsche Handel-Maatschappij

De Clercq werd benoemd tot secretaris van een nauw aan de staat verbonden onderneming, de pas opgerichte Nederlandsche Handel-Maatschappij (voortaan: NHM). De NHM was een belangrijk instrument in het economische beleid van Willem I, koning der Verenigde Nederlanden. Haar voornaamste taak was het herstellen van de handel met de koloniën in Azië (de Indische archipel, met name Java) en Amerika (de zes Antillen-eilanden en Suriname).

In de staatsvormende Union intime et complète-politiek van koning Willem I waren de koloniën een ‘bindmiddel’: de overzeese gebieden waren afzetgebied voor nijverheidsprodukten uit het zuidelijk deel van het koninkrijk, voor het vervoer ervan zorgden Hollandse schepen, die weer op hun terugreis naar Europa koloniale goederen konden meenemen. De NHM-directie bestond uit een president, vier directeuren, ieder met een eigen afdeling, en een secretaris zonder stembevoegdheid. Twee directeuren waren uit het zuidelijke deel van het koninkrijk afkomstig. De nieuwe functie van secretaris bracht de zelfstandige koopman vanuit Amsterdam naar Den Haag, het politieke centrum waar eind 1813, na de Bataafse-Franse Tijd, een nieuwe staat zich aan het vormen was, gebouwd op oudere fundamenten.[1]

Informatie geschiedenis

Een van mijn onderzoeksvragen betreft de betrokkenheid van De Clercq bij de totstandkoming van economisch beleid in het koninkrijk van Willem I en de functie van zijn netwerk daarin: hoe kwam De Clercq aan informatie, wie of wat waren zijn informatiebronnen, wat deed hij met zijn verzamelde kennis, welke (duurzame) relaties bouwde De Clercq vanuit de NHM op? De vraag hoe De Clercq aan zijn informatie kwam, de inhoud én doorwerking daarvan past in het nieuwe onderzoeksterrein van de ‘information history’, waarin de Engelse Toni Weller een van de leidende onderzoekers is.  Zij schrijft: “how it [= information] was understood, used, organised, managed, collected, censored, feared, revered, published, disseminated, presented, displayed”.[2] De studie naar de aard en de vorming van netwerken kent een lange traditie vanuit de sociale wetenschappen.

Bron: Dagboeken van De Clercq

Mijn ‘bron van informatie’ in dit voorbereidende onderzoek was deel XII Particuliere Aantekeningen uit de omvangrijke serie Particuliere Aantekeningen (1811-1844), die Willem de Clercq heeft nagelaten. Deze Aantekeningen of Dagboeken zijn een belangrijke contemporaine bron door de regelmatige en nauwkeurige aantekeningen die De Clercq maakte over lectuur, personen en gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving en daarbuiten. De Clercq las veel. De basis voor zijn grote belezenheid werd al vóór 1816 gelegd. Hij had een ruime belangstelling voor historische werken, reisbeschrijvingen en Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse literatuur.[3] 

Dagboek Deel XII

Om twee redenen viel de keuze op deel XII. Het deel beslaat de periode januari  – december 1825. Het is dus het eerste volledige jaar van De Clercq in zijn nieuwe functie. Daarnaast is dit dagboekdeel digitaal beschikbaar op de website van het Huygens ING via scans én een transcriptie (zie Dagboek Willem de Clercq 1811-1844); de transcriptie biedt de gebruiker bovendien de mogelijkheid op specifieke woorden te zoeken. Zoals ik hoopte, leverde dit dagboekdeel interessante gegevens voor bovengenoemde vraagstelling op.

Engelse en Franse periodieken

De Clercq was duidelijk bezig met het verzamelen van informatie. Hij maakte talrijke notities  over recente publicaties uit binnen- en buitenland die hij voor zijn nieuwe functie en werkterrein belangrijk vond. “Voor de H M”, “voor de Maat.” noteerde hij dan erbij of “Weges Indië” moest hij “Hall & Raynall tog eenigszints kennen.” Hij oriënteerde zich in de eerste plaats via vooraanstaande, internationaal invloedrijke Engelse tijdschriften:  

Wij hebben nu de Quarterly Review & Edinburgh Review als mede de Asiatic Journal op de Bibliotheek gekregen ‘tgeen bijzonder aangenaam is.”  […]  ”Uit de Reviews & Asiatic Journal leer ik altoos veel.

Ook de voorname Revue Encyclopédique was een belangrijke informatiebron voor hem. Alle opgericht in de vroege negentiende eeuw, boden deze  Engelse en Franse periodieken de lezer artikelen, boekbesprekingen en bibliografische gegevens aan; zij zijn zonder meer centra of knooppunten (nodes) voor de verspreiding van literatuur geweest.

De Clercq noteerde titels over bijvoorbeeld Mexico, Colombia, Guatemala en de koloniale geschiedenis van Portugal in Azië. Uitgebreider stond hij stil bij omvangrijke publicaties van Duitse en Engelse tijdgenoten als Klaproth, Crawfurd en Southey. Met de visies van John Crawfurd bijvoorbeeld, een hoge bestuurder op Java tijdens de Engelse bezetting van 1811-1816, kon De Clercq niet altijd instemmen. De Clercq schreef:

Ses jugemens sur notre nation sont souvent partiaux et injustes. Son idée que le commerce libre seul peut faire fleurir l’Inde et que la production peut être multipliée à l’infini me paraît susceptible de beaucoup de modifications” […].

In 1820 was Crawfurds driedelige History of the Indian Archipelago verschenen. Deze studie werd door Pieter de Haan, een voormalig koopman, in het Nederlands vertaald onder de titel De Indische archipel, in het bijzonder het eiland Java, beschouwd in de zeden, wetenschappen, talen, godsdienst, beschaving, koloniale belangen en koophandel van derzelver inwoners (Haarlem 1823-1825). [4]

Brede oriëntatie

We zien dus dat de secretaris van de NHM zich breed oriënteerde. Het zijn publicaties van wetenschappers en mensen uit de praktijk met hun visies op handel en staatkundige ontwikkelingen, die De Clercq noteerde, bestudeerde, samenvatte en becommentarieerde. Hij was daarbij bewust ook op zoek naar publicaties over de recente staatkundige geschiedenis van de nieuwe Nederlandse staat om zich te kunnen verdiepen in ontwikkelingen en ervaringen uit de tijd van de Nederlandse Republiek en de Bataafs-Franse periode. Op zijn leeslijst stonden de Nederlandse (contemporaine) auteurs Adriaan Kluit, Cornelis Rogge en Samuel Wiselius. De NHM wordt wel vergeleken met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.), die aan het einde van de 18de eeuw werd opgeheven.

Netwerkgesprekken

Is de schriftelijke informatievergaring in het Dagboek beter zichtbaar, van mondelinge bronnen maakt De Clercq ons eveneens deelgenoot. Ontvangsten en diners waren bij uitstek gelegenheden om kennis op te doen. De secretaris van de NHM bevond zich dan in een gezelschap van personen die hoge posities in de wereld van bestuur, politiek of rechtspraak bekleedden. Ook passanten die de secretarie aandeden, hoorden tot De Clercqs groeiende kring van informanten. Twee fragmenten uit het Dagboek ter illustratie hiervan:

Woensdag 24 Aug. Koningsdag. […] Onze vergadering was lang. De Factorij wierd beeedigd. Ram sprak zeer goed. Groot diner bij de President, de directie der factorij, Baud, Stratenus, d’Olislager van Cattendijke & Van der Golz” […].

A.J.L. Ram was de eerste president van de factorij in Batavia om in naam van de NHM alle in- en verkopen en bestedingen in Indië af te handelen en de betrekkingen tussen de kolonie en het moederland te behartigen.

 In oktober 1825 maakte De Clercq kennis met :

den Heer Rahders, adjudant van den gouverneur van Curaçao, wiens broer Consul te La Guaria [Venezuela] is & die een jaar geleden met eene zending na Haïti belast is geweest. Hij is met den Amstel teruggekeerd & brengt nu goud uit de mijn van Aruba mede.

Besluit

De korte aantekeningen, verwijzingen en bespiegelingen van Willem de Clercq in zijn Dagboek over 1825 bieden nieuwe aanknopingspunten om mechanismen van netwerkvorming via schriftelijke en mondelinge informatiebronnen op transnationaal niveau te bestuderen. Enkele tientallen namen van auteurs, passanten, disgenoten en andere zakelijke relaties zijn alleen al uit dit Dagboekdeel door mij verzameld; hun achtergronden, visies en activiteiten moeten nu verder worden onderzocht. Ik ben erg benieuwd welke gegevens uit het Dagboek over 1826 naar voren zullen komen, dat eveneens ook via een transcriptie digitaal beschikbaar is. Keren bijvoorbeeld bekende namen terug, blijft De Clercq bewust voor de NHM lezen, wordt al duidelijker hoe hij zijn verworven gedachtegoed benut, hoe hij met zijn netwerk van persoonlijke en ‘virtuele’[5] relaties bijdraagt aan beleid? De verwachtingen zijn hooggespannen om antwoorden op deze vragen te vinden.

Marijcke Schillings (Huygens ING)

 

* Deze tekst is een beknopte bewerking van een Engelstalige paper voor de International PhD Conference on Political History, Leiden, 4-6 september 2014, georganiseerd door de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis.

[1] J. Roegiers en N.C.F. van Sas, ‘Revolutie in Noord en Zuid (1780-1830)’, in: Geschiedenis van de Nederlanden. Onder redactie van J.C.H. Blom en E. Lamberts, Amsterdam 2014, 301, 304-305 (koloniën als bindmiddel); J. Koch, Koning Willem I, Amsterdam 2013, 362-363: [NHM] ‘Nog net geen staatsbedrijf’.; N.C.F. van Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900, Amsterdam 2004, 32-33;  T. de Graaf, Voor Handel en Maatschappij. Geschiedenis van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdam 2012, 40-42, 64, bijlage IV Directeuren en commissarissen, bijlage VI Afdelingen en hoofdkantoor; J. van Goor, De Nederlandse koloniën. Geschiedenis van de Nederlandse expansie 1600-1975, Den Haag 1997, 208-209, 213-214; W.A. de Clercq, Willem de Clercq (1795-1844), Amsterdam 1999, 183; I. de Haan, ‘Een nieuwe staat’, in: I. de Haan, P. den Hoed & H. te Velde (eds.), Een nieuwe staat. Het begin van het Koninkrijk der Nederlanden, Amsterdam 2013, 21.

[2] T. Weller, Information history – an introduction: exploring an emergent field, Oxford 2008, 4. Weller is werkzaam aan De Montfort University Leicester (www.dmu.ac.uk). Met dank aan collega dr Ronald Sluijter, Huygens ING, voor de attendering op dit onderzoeksterrein en Weller.

[3] Zie bijvoorbeeld M.H. Schenkeveld, Willem de Clercq en de literatuur, Groningen 1962, 15, 69 en T. van Kalmthout, “Verschillende fragmenten tot een geheel verenigd.Nederlandse geschiedschrijving over de wereldliteratuur, 1824-1944”, in: Praagse Perspectieven 8. Onder redactie van Z. Hrnčířová et al., Praag 2012, 28-32.

[4] Alle citaten en aanhalingen in mijn tekst zijn uit deel XII (1825) afkomstig.De Clercq kan bedoelen of Basil Hall (1788-1844), Extracts from a journal written on the coasts of Chili, Peru, and Mexico, in the years 1820, 1821, 1822, Edinburgh 1824 of een studie van Francis Hall over Colombia, London 1824. Het belangrijkste werk van Guillaume Thomas François Raynal (1713-1796) was het meerdelige Histoire philosophique … dans les deux Indes (1770) , dat vanaf 1775 in Nederlandse vertaling verscheen; The Asiatic journal and monthly register for British India and its dependencies (London, sinds 1816), The Edinburgh review or critical journal (Edinburgh, sinds 1802, tijdschrift van de Whigs), Quarterly Review (London, sinds 1809, tijdschrift van de Tories), Revue encyclopédique ou Analyse raisonnée des productions les plus remarquables dans la littérature, les sciences et les arts (Paris, sinds 1819). Geen nadere details over The Asiatic journal gevonden.

[5] Zie I.E.H. Jiresch, Im Netzwerk der Kulturvermittlung. Sechs Autorinnen und ihre Bedeutung für die Verbreitung skandinavischer Literatur und Kultur in West- und Mitteleuropa um 1900, Groningen 2013, 22.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.