Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 25-04-2013

Van visnetten tot weiger-Kamerleden. Ritueel en ceremonieel rondom koninklijke inhuldigingen in Nederland

Na jaren van speculaties over het moment van haar abdicatie kondigde koningin Beatrix enkele dagen voor haar 75e verjaardag aan dat zij dit jaar op 30 april haar ambt zal overdragen aan haar zoon prins Willem-Alexander. In de tweehonderd jaar dat het Koninkrijk der Nederlanden bestaat, is er zeven keer een staatshoofd ingehuldigd. De wijze van inhuldigen is wel als ‘typisch Nederlands’ bestempeld. Maar wat is er zo kenmerkend aan het Nederlandse ritueel en ceremonieel rondom de troonswisseling?

Voordat Willem-Alexander op 30 april ingehuldigd kan worden, moet Beatrix afstand doen van de troon. In de meeste andere West-Europese monarchieën gaat het koningschap bij overlijden van het staatshoofd over op zijn wettige erfopvolger. In Nederland – en ook in het groothertogdom Luxemburg – is het niet ongebruikelijk dat de koning of koningin eerder het ambt neerlegt ten gunste van de kroonprins(es). Willem I, Wilhelmina en Juliana gingen Beatrix voor. Abdicatie heeft ten opzichte van de troonopvolging hetzelfde gevolg als overlijden. Een handtekening van Beatrix onder de Akte van Abdicatie volstaat om Willem-Alexander tot koning te maken. De abdicatieplechtigheid vindt net als in 1948 en 1980 plaats in de Mozeszaal van het Koninklijk Paleis Amsterdam.

Aansluitend op de abdicatie wordt Willem-Alexander ingehuldigd tijdens de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal. De inhuldigingsceremonie van een Nederlandse koning(in) zoals deze sinds 1814 plaatsvindt, heeft zijn oorsprong in het vroegmiddeleeuwse leenstelsel. Onderdanen zochten bescherming of verkregen privileges van hun heer. In ruil daarvoor verleenden zij hem hulde, oftewel trouw, en diensten. Omdat de wederzijds gemaakte afspraken niet konden vererven diende elke nieuwe heer stad en land af te reizen om zich te laten inhuldigen. Zo’n blijde inkomst ging vooraf aan de eigenlijke ceremonie van eedaflegging en inhuldiging, die uitgroeiden tot festiviteiten vol pracht en praal. Het is in 1814 een bewuste keuze van Willem I geweest om deze gebruiken te doen herleven. Een flink aantal ervan heeft al dan niet in een eigentijdse variant stand gehouden.

Zo ging in de negentiende eeuw daags aan elke inhuldiging nog een koninklijke intocht in de feestelijk versierde hoofdstad vooraf. Juliana was de eerste vorstin die in 1948 met deze traditie brak. Zij gunde haar moeder als jubilerend vorstin nog een laatste intocht in Amsterdam en maakte zelf met haar gezin na afloop van de troonswisseling een rijtoer door de stad. In 1980 vond voor het eerst in de geschiedenis de troonswisseling op dezelfde dag plaats, waardoor een intocht van Beatrix achterwege bleef. Ook in het programma voor de aanstaande troonswisseling is geen intocht of rijtoer opgenomen, al kan de aangekondigde vaartocht over het IJ als variant hierop worden gezien.

De Nieuwe Kerk is het decor van de inhuldiging. De Grondwet van 1814 wees Amsterdam aan als inhuldigingsplaats. Het Paleis op de Dam werd voor de plechtigheid te klein bevonden. De keuze viel al spoedig op de Nieuwe Kerk als tijdelijke vergaderzaal van het parlement. De locatie was geheel in lijn met het gebruik van grote stadskerken bij inhuldigingen in de Oostenrijkse Nederlanden. Als bijkomend voordeel kon de plechtigheid naar de wens van Willem I worden afgesloten met een kerkdienst. De oversteek tussen het Koninklijk Paleis en de Nieuwe Kerk werd in koninklijke processie over een plankier of loper gemaakt. Willem III schafte het gebruik van een draagbaldakijn af, maar sinds de inhuldiging van Wilhelmina was hiervoor een alternatief. Langs de route werd een pergola van visnetten opgesteld, die bij regen van zeildoek kon worden voorzien. De palen van de pergola werden bij het passeren van de koningin door militairen vastgehouden, waarmee de suggestie van een draagbaldakijn werd gewekt. Juliana en Beatrix namen het gebruik van een overdekte pergola over. Na de inhuldiging in 1948 verklaarden de media dat het gebruik van de visnetten verwees naar 1813 toen het schip van Willem Frederik met behulp van visnetten op het strand van Scheveningen moest worden getrokken.

In de stoet naar de Nieuwe Kerk worden sinds de inhuldiging van Willem III in 1849 het rijkszwaard en het rijksvaandel in processie voor de koning uit gedragen. Samen met de kroon, de scepter en de rijksappel vormen zij de regalia die de macht en de waardigheid van de koning symboliseren. De regalia liggen samen met een exemplaar van de Grondwet op de credenstafel. De kroonjuwelen die Willem I in 1815 liet vervaardigen worden niet meer gebruikt. Zij zijn in 1840 vervangen door ontwerpen van verguld zilver, omdat de spot werd gedreven met de eenvoudige, koperen koningskroon uit 1815. De functie van de kroon bleef hetzelfde. De kroon diende niet om de koning te kronen, maar was bedoeld om zijn adellijke rang aan te geven.

Een ander symbool van het koningschap dat in de loop der jaren is aangepast is de koningsmantel die Willem-Alexander tijdens de inhulding over zijn rokkostuum (white tie) zal dragen. De mantel is zelfs zo vaak versteld en hersteld dat in de media wordt getwijfeld over de authenticiteit ervan. In de aanloop naar 30 april 2013 zijn er meer gebruiken rondom de inhuldiging die de gemoederen bezig houden. Zo moeten de componisten en tekstschrijvers van het inmiddels veelvuldig verguisde ‘Koningslied’ zich maar troosten met de gedachte dat de tekst van het negentiende eeuwse volkslied ‘Wien Neêrlands bloed’ ook lang niet ieders instemming had, maar in de negentiende eeuw wel steevast klonk tijdens inhuldingen.

Tot slot is de staatsrechtelijke discussie over weiger-Kamerleden ook nog gaande. De meningen blijven verdeeld over de vraag of Kamerleden in hun recht staan als zij weigeren tijdens de inhuldiging de eed of de belofte aan de nieuwe koning af te leggen, maar wèl de Verenigde Vergadering willen bijwonen. Wellicht wordt de inhuldigingswet na 30 april nog eens nader bekeken. Tot die tijd zitten de weiger-Kamerleden tijdens inhuldigingen achter in de Nieuwe Kerk op de bank.

Marielle Scherer (Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)
 

Blog: Grondwet nr. 5
Door Jos Gabriëls
Voorwerpen maken Geschiedenis – De boom
Door Redactie Historici.nl
‘1813’ in soundbites
Door Redactie Historici.nl
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.