Historici.nl





Gepubliceerd op 04-05-2020

Verborgen Verleden – Mijn oma in het Oranjehotel. Deel III: De (langverwachte) ontknoping

‘14 dagen zijn we gast geweest in ’t Oranjehotel en hoewel we er niet geslagen en mishandeld zijn zullen we toch nooit deze gelukkig maar korte periode vergeten. Wilt u dit schoolpapier van me excuseren? M’n postpapier is door de moffen gestolen.’

Het lijkt gisteren dat ik oma’s brief in het oude handschoenendoosje vond. De brief waarin mijn oma – Ottelien van Vark – verslag doet van haar ervaringen in het Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen waar zij van 11 november tot 21 november 1944 gevangenzat. Als historica kon ik het niet laten naar aanleiding van mijn vondst op onderzoek uit te gaan. In deel I en II van ‘Verborgen Verleden – Mijn oma in het Oranjehotel’ deed ik verslag van mijn eerste bevindingen.

Ruim 2,5 jaar zijn sindsdien voorbijgegaan. Ik ontving veel reacties op de columns. Mails en telefoontjes vol verbazing, vreugde, aanvullende informatie en nieuwsgierige vervolgvragen, later gevolgd door het dringende verzoek het laatste deel van de trilogie te schrijven. Lange tijd wist ik niet hoe ik dat laatste deel vorm moest geven. De brief was immers maar een klad, waarin het einde van haar verhaal ontbrak. Oma zelf kon ik niets meer vragen en haar jongere broer Jan, die eveneens gevangenzat, is al jaren geleden overleden. Mijn pogingen om met Trouw in contact te komen en te achterhalen of ze de brief gepubliceerd hadden, leidden tot niets. Een open einde leek onvermijdelijk. Totdat ik door collega-historicus Bas von Benda-Beckmann, die een prachtig informatief boek over het Oranjehotel schreef, erop gewezen werd dat in het archief van het Oranjehotel in het NIOD verschillende brieven aan Trouw bewaard zijn gebleven. U kunt zich voorstellen hoe groot mijn blijdschap was toen bleek dat daar ook een brief van Ottelien van Vark tussen zat. Mijn oma blijkt een keurig uitgeschreven versie van de brief daadwerkelijk naar Trouw opgestuurd te hebben, en zelfs nog een aanvullende vragenlijst te hebben ingevuld! En dus is dit laatste deel van de trilogie met recht een ontknoping te noemen, en wel eentje met een bijzonder einde.

Ottelien met haar ouders voor Casa Cara, kort na de oorlog

Vier pagina’s telt de brief. Naast de reden voor arrestatie – de familie Van Vark was gevangengenomen nadat de Duitsers een trommeltje met spionagepapieren in hun tuin gevonden hadden – doet mijn oma uitgebreid verslag van haar dagelijks leven in het Oranjehotel. Ze werd in een cel geplaatst met een Joodse vrouw. Gedetailleerd beschrijft ze hoe laat en wat ze te eten kreeg, en dat ze niet zozeer blij was met de warme maaltijd als wel met het warme pannetje, waaraan ze haar voeten kon warmen. Verwaarloosd of mishandeld werd ze niet. Integendeel. Haar vader had gevraagd of er een beetje rekening gehouden kon worden met het feit dat ze ernstig ziek was geweest. Mijn oma had vlak voor de oorlog pleuritis gehad. Dat ze inmiddels al enkele jaren genezen was, had haar vader expres niet vermeld, en dus werd ze door een dokter uitgebreid onderzocht. Bedrust, ziektekost en luchten luidde het devies. Weliswaar kwam er van dit luchten niets terecht omdat de sleutel van de achterdeur zoek was, maar haar status als zieke gaf haar wel recht op ander voedsel en een warme kruik.

De nachten waren vreselijk, zo schrijft oma. ‘Vaak kon je niet slapen en meermalen hoorde je een schot wat mij altijd deed denken, zou er weer een slachtoffer van de moffentirannie gevallen zijn, en dan was het helemaal moeilijk weer in slaap te komen.’ ’s Avonds hoorde ze wel eens huilpartijen van andere gevangenen, die natuurlijk op de zenuwen werkten. Toch waren er soms wel opwekkende geluiden: ‘Ook gebeurde het wel eens dat we ’s avonds heel zachtjes en voorzichtig maar toch duidelijk hoorbaar voor ons hoorden zingen, vaderlandse liedjes, houd de moed er maar in enz.’

Mijn oma werd grotendeels met rust gelaten. Wel kwamen ze geregeld bij haar vader langs, in de hoop meer te weten te komen over de onderduiker wiens papieren de familie bewaard had. Hij liet niets los, en ook mijn oma hield vast aan het ‘mooie verhaal’ dat ze eerder opgehangen had. Voor haar vader en broer was de periode in het Oranjehotel zwaarder. Zij leden honger. Daarnaast viel de verplichte gymnastiek haar al 61-jarige vader zwaar. Maar ook zij zijn niet mishandeld.
Na twee weken werd op een vrijdagochtend mijn oma geroepen en haar medegedeeld dat ze naar huis mocht. Haar broertje Jan werd ook in vrijheid gesteld, maar haar vader was nergens te zien. Hij was enkele dagen weggevoerd en tewerkgesteld, eerst in Assen, later in Duitsland. Het zou drie maanden duren voor ze hem terug zouden zien. Herinnert u zich nog mijn uitspraak in deel II dat zowel mijn oma als overgrootopa na de oorlog nooit een vooroordeel hebben gehad over Duitsers? Dat kwam omdat hij met hulp van Duitsers langs allerlei omwegen weer thuis wist te komen. Dat mijn moeder eind jaren ’70 Duits ging studeren, was dan ook geen enkel probleem. En dat ik onderzoek deed naar Duitsers getroffen door anti-Duitse maatregelen – mijn oma kreeg nog net de aanloop naar mijn promotieonderzoek mee – werd ook van harte toegejuicht.

Het vinden van de volledige brief was voor mij persoonlijk een historisch moment. Maar het verhaal krijgt nog een staartje. Ook in Dussen heeft men meegelezen met mijn speurtocht naar het verleden. Zo kwam ik in contact met buurtgenoten, die mijn oma en mijn moeder nog gekend hebben. Daarnaast nam begin dit jaar de organisatie van ‘Verhalen van Dussen 40-45’ contact met me op over een herdenkingsbord. Rond 4 en 5 mei zal bij Villa Casa Cara een bord met het verhaal van de familie Van Vark pronken. De herdenking en het vieren van 75 jaar bevrijding zal door de coronamaatregelen geheel anders verlopen dan gepland. Maar ik hoop hoe dan ook de kans te krijgen in Dussen het bord te bewonderen en in de tuin van oma’s geliefde Casa Cara het verleden te over- en herdenken.

N.B.: Wegens de coronacrisis zijn alle herdenkingsbijeenkomsten in Dussen afgelast. De activiteiten rondom 75 jaar bevrijding worden doorgeschoven naar 2021.

Avatar foto
Marieke Oprel is als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit (VU) en het Duitsland Instituut (DIA) in Amsterdam. Ze is voorzitter van Jong KNHG.
Alle artikelen van Marieke Oprel
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Het Huygens Instituut beoogt de Nederlandse geschiedenis en cultuur inclusiever maken. Het ontsluit historische bronnen en literaire teksten en ontwikkelt innovatieve methoden, tools en duurzame digitale infrastructuur.