Historici.nl





#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#kolonialisme
#erfgoed
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#archieven
#Monarchie

Verschuivende contrasten: een interview met Henk van Nierop

Op 17 juni nam prof. dr. Henk van Nierop afscheid van zijn professoraat aan de Universiteit van Amsterdam.

Henk van Nierop is een veelzijdig persoon. Hij is onderzoeker en schrijver, van onder meer Het verraad van het Noorderkwartier, hij is een gevierd docent en hij is de oprichter van het Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age, een interdisciplinair platform voor onderzoek naar de geschiedenis en de cultuur van de Gouden Eeuw. Het centrum biedt een interdisciplinair masterprogramma aan de faculteit geesteswetenschappen van de UvA aan en geldt als een toonbeeld van grensoverschrijdend onderzoek. Johan Kwantes (Huygens ING) wilde weten wat Henk van Nierop in zijn veertigjarige loopbaan bewoog en bezocht de historicus in een zonnig Amsterdam.

U neemt afscheid van uw professoraat. Is dit een moment van terug- of vooruitkijken?

Het roept bij mij eerder iets op van terugkijken. Vooruitkijken doe je als het goed is altijd. Ik vond het ontzettend leuk om hoorcollege te geven. Mijn colleges werden vaak gewaardeerd door de studenten. Bomvolle grote zalen, en daar moest ik dan een show voor opvoeren. Dat ging me denk ik ook wel goed af. Ik had de kneepjes van het toneelspel in mijn schooltijd geleerd: altijd naar de achterkant van de zaal praten, vóór op het podium staan. Maar ik kijk ook vooruit. Ik ben nu bezig met een boek over Romeyn de Hooghe. Daar werk ik al een tijdje aan. Een interessante man. Een vreemde man.

Een vreemde man?

Hij was telg uit een gegoede familie van Vlaamse ballingen, neergestreken in Amsterdam, maar wel een tak van de familie die in betrekkelijke armoede was vervallen. Een andere tak, eveneens in Amsterdam, was juist rijk. De Hooghe werd met dat contrast vaak pijnlijk geconfronteerd. Hij probeerde hogerop te komen, dat werd het allesbeheersende thema van zijn leven. Het lukte hem ook wel; hij verdiende veel geld en werd regent in Haarlem. Die positie leverde hem ook veel vijanden op tegen wie hij moest strijden om zijn positie te handhaven. Die spanning is goed voor een interessant verhaal.

Zoekt u dikwijls naar contrasten?

Ik zoek voor een goed verhaal meestal wel een contrapunt. Iets onverwachts, een wending. Mijn proefschrift over de Hollandse adel gaat over een feodale klasse in een burgerlijke maatschappij. Het verraad van het Noorderkwartier had ik aanvankelijk opgezet als een traditionele geschiedenis van de Opstand, maar dan op regionaal niveau. Totdat ik op dat wonderlijke verhaal stuitte van katholieke burgers die vervolgd werden door de rebellen en vervolgens een beroep deden op de privileges, waardoor het traditionele verhaal van de Opstand op zijn kop werd gezet.


Omslag van ‘Verraad van het Noorderkwartier (afgesneden)

Wat ziet u in Nederland als de meest opvallende verschuiving binnen het vakgebied de afgelopen veertig jaar?

Internationalisering. Toen ik begon, was Nederlandse geschiedenis een vak dat vooral binnen de landsgrenzen beoefend werd. Geoffrey Parker was in de jaren zeventig een van de eerste niet-Nederlandse historici die over Nederland begonnen te schrijven. Later volgden Simon Schama en Jonathan Israel. Dat werd niet door iedereen in dank afgenomen. Een buitenlander hoort toch niet over Nederland te schrijven, vond men. Nederlandse geschiedenis was toen nog een bij uitstek nationaal verhaal. Die houding is in de schoolboeken overigens nog niet helemaal verdwenen, maar onder historici grotendeels wel. De beoefening van geschiedenis is nu veel meer een internationaal gesprek geworden. De visie op de Nederlandse geschiedenis is gekanteld, ze is nu opener. Zo wordt de Opstand niet meer gezien als de geboorte van de Nederlandse natie, maar als één van de vele godsdienstoorlogen in Europa, of eerder nog als onderdeel van de grote Europese godsdienstoorlog die in verschillende gebieden werd uitgevochten. Die verschuiving kon alleen maar ontstaan doordat uit een andere hoek naar de bekende feiten werd gekeken.

Grensoverschrijdend bezig zijn geldt natuurlijk ook voor interdisciplinariteit. Waarom niet leren van andere vakgebieden? De behoefte daaraan bestaat ook binnen de andere wetenschappen. Men zoekt elkaar op, men wil van elkaar leren.

Kent internationalisering ook problemen?

Nederlandse historici zijn altijd goed geweest in het oppakken van wat in het buitenland gebeurt op het gebied van theorie, methode en onderwerpkeuze. We nemen vaak over wat internationaal hot en cutting edge is. Misschien leidt dat soms tot een zekere hang naar modieuze onderwerpkeuze en benadering. Natuurlijk beïnvloedt dat de Nederlandse geschiedschrijving. Het is minder ‘ons’ nationale verhaal geworden, en dat is maar goed ook. Geschiedenis bedrijven is immers een zo zuiver mogelijke benadering vinden van de werkelijkheid, die zich nu eenmaal niet binnen nationale grenzen afspeelde. Een uitsluitend binnenlandse optiek is daarmee in strijd. Historiografie, zeker die van de Gouden Eeuw, is een internationale conversatie geworden.

Een probleem van die internationalisering is wel dat Nederlanders vaker in het Engels moeten schrijven. Daar is niet iedereen even bedreven in. Nederlanders overschatten zichzelf daarin snel. Doordat geschiedschrijving in vergelijking met andere wetenschappen argumentatief is, en doordat de meeste andere wetenschappen een veel strakker omlijnde terminologie – dikwijls jargon – hanteren, is het schrijven van goed Engels voor historici een grote uitdaging. Toch is de gemiddelde kwaliteit van het werk erg vooruit gegaan ten opzichte van de tijd waarin ik begon. Internationale samenwerking heeft daaraan bijgedragen; jonge historici moeten zich voegen naar internationale maatstaven, vooral in NWO-verband. Ze staan daardoor onder grote druk om kwalitatief hoogwaardig werk af te leveren.

Hoe is de rol van de Gouden Eeuw binnen de Nederlandse Geschiedschrijving veranderd?

Toen ik begin jaren zeventig afstudeerde, was er weinig belangstelling voor de vroegmoderne geschiedenis. Geschiedenis moest ‘relevant’ zijn en dat leidde al gauw tot een keuze voor de contemporaine geschiedenis. In ieder geval in Amsterdam. Het gebruik van de term ‘Gouden Eeuw’ was verdacht. Je moest laten zien dat niet iedereen toen rijk en machtig was, zoals in Het kopergeld van de Gouden Eeuw van Van Deursen. Internationaal was er wel altijd aandacht voor de bijzondere cultuur van de Nederlandse zeventiende eeuw, maar pas in de jaren negentig won de Gouden Eeuw weer aan populariteit. Misschien kwam dat door de grote welvaart in die tijd. De UvA vroeg mij toen om de Gouden Eeuw in het profiel van de universiteit te schrijven. Ik maakte er een internationaal geheel van, want van bewegen in smalle nationale kaders – daar houd ik niet van. Nee, juist het openen van perspectieven zoals Geoffrey Parker deed, en zoals al langere tijd aan Amerikaanse universiteiten gebeurde, dat was mijn ideaal. Ik heb in de jaren tachtig een jaar lesgegeven aan Boston University. Daar heb ik veel van geleerd.

Is er vooruitgang te ontwaren in de afgelopen veertig jaar?

Ja, er is zeker vooruitgang in het vakgebied: historici bewegen zich over grotere terreinen, zowel geografisch als wat betreft keuze van het onderwerp en theoriëen. De ontwikkeling van digitale hulpmiddelen is natuurlijk ook ontzettend belangrijk. Ik vind dat het niveau van geschiedschrijving echt vooruit is gegaan. Sla eens een proefschrift uit 1950 open en vergelijk dat met een proefschrift van nu. Door over grenzen te kijken, door het aannemen van nieuwe gezichtspunten worden hun verhalen interessanter. Geschiedenisboeken worden nu goed verkocht: dat was een aantal decennia geleden nog niet het geval. Ja, ik zie een duidelijke progressie. Ik ben blij daaraan te hebben bijgedragen.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.