Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#inclusiviteit
#gender
#slavernij
Gepubliceerd op 02-06-2015

Verslag: David Armitage – ‘Horizons of History: Space, Time and the Future of the Past’

De geschiedwetenschap is in crisis, terwijl geschiedenis als onderwerp in de media en bij het ‘grote publiek’ onverminderd populair blijft. Deze paradox was een van de onderwerpen die aan de orde kwamen tijdens de lezing van David Armitage, ‘Horizons of History: Space, Time and the Future of the Past’ en de aansluitende paneldiscussie discussie op dinsdag 12 mei, georganiseerd door de KNAW en de Graduate School of Humanities (VU, Amsterdam).

David Armitage (1963), toonaangevend historicus op het gebied van internationale en intellectuele geschiedenis, en hoofd van het history department van Hardvard University, publiceerde in oktober 2014 samen met de Amerikaanse historicus Jo Guldi The History Manifesto. In 160 pagina’s houden de auteurs een vurig pleidooi voor het weer maatschappelijke relevant maken van de geschiedwetenschap. Verschenen als open access publicatie bij Cambridge University Press kreeg het boek snel een brede, wereldwijde verspreiding, en heeft het vooral in de Angelsaksische historische wereld veel stof doen opwaaien.

Nederland en het Manifesto

In de Nederlandse historische wereld is het rond dit Manifesto opvallend stil gebleven. Van de 63 reviews die op de Manifesto website vermeld staan, is er slechts één Nederlandstalige te vinden. Worden de zorgen die in het Manifesto worden geuit over de positie en toekomst van de geschiedwetenschap niet door Nederlandse historici gedeeld? Hier is er toch ook alom sprake van een gevoel van crisis van de geesteswetenschappen, die in het huidige tijdperk van rendementsdenken als (overbodige) luxe wegbezuinigd dreigen te worden? Hoe wordt in Nederland aangekeken tegen The History Manifesto’s oproep ‘to snatch history from the bonfire of the humanities’?

Korte- versus langetermijndenken

Net als in The History Manifesto riep Armitage in zijn lezing historici op de geschiedwetenschap weer relevant te maken voor het oplossen van de grote problemen van onze tijd: klimaatverandering, global governance, en economische ongelijkheid. Oplossingen voor deze wereldwijde problemen kunnen alleen gevonden worden wanneer politici én wetenschappers die over deze oplossingen moeten adviseren het overheersende kortetermijndenken achter zich laten en langetermijnvisies ontwikkelen. Zoals het in de conclusie van The History Manifesto is verwoord: ‘To put these challenges in perspective, and to combat the short-termism of our time, we urgently need the wide-angle, long-range views only historians can provide’ (p. 125)

De rol van geschiedwetenschap en historici

De geschiedwetenschap had in de negentiende en eerste helft twintigste eeuw laten zien bij uitstek in staat te zijn dat benodigde langetermijnperspectief te bieden. Maar in de laatste decennia van de twintigste eeuw is diezelfde geschiedwetenschap steeds meer gaan lijden aan short-termism: het gevolg van een specifieke vorm van verwetenschappelijking, die Armitage en Guldi vooral zien in de opkomst van microgeschiedenis, een steeds verdergaande specialisatie, en het bestuderen van steeds kortere periodes. Daarmee zijn geschiedwetenschap en historici steeds minder maatschappelijk relevant geworden, en is hun rol als public intellectuals en influencers overgenomen door sociale wetenschappers en, vooral, economen. De gevolgen van deze ontwikkeling voor de geschiedwetenschap blijken in ieder geval aan Harvard goed zichtbaar: Armitage toonde cijfers van gestaag teruglopende aantallen geschiedenisstudenten, naar verluidt als gevolg van deonduidelijke arbeidsmarktperspectieven en het imago van history als een luxury study. Zijn centrale vraag was dan ook: ‘how can we snatch history from the bonfire of the humanities?’

Terug naar de longue durée

Waar hij met Guldi in The History Manifesto veel ruimte besteedt aan de analyse van de opkomst van short-termism in de geschiedwetenschap vanaf de jaren zeventig (een analyse waarop blijkens veel critici, waaronder deze in de American Historical Review nogal wat op af te dingen valt), ging Armitage tijdens zijn lezing vooral in op wat hij als de oplossing voor deze crisis ziet. Daarbij zijn transnational, transtemporal, en longe durée de steekwoorden. De nationale kaders moeten niet langer de dominante kaders voor het historisch onderzoek zijn, traditionele periodisering moet plaats maken voor aandacht voor diachronische ontwikkelingen, verbanden en vergelijkingen, en juist de lange termijngeschiedenis à la Braudel moeten weer meer aandacht krijgen in de geschiedwetenschap.

Zinvol geschiedenis bedrijven

Volgens Armitage kunnen historici aansluiten bij die stromingen en tradities binnen de geschiedwetenschappen die al vanaf het begin van de twintigste eeuw de long-term history hebben bestudeerd en waarvan Big History en Deep History de meeste recente exponenten zijn. De ontwikkeling van digital history met zijn mogelijkheden van een historisch-kritische analyse van Big Data geeft deze en andere vormen van long-term history een cruciale impuls. Dit kan er ook toe leiden dat de geschiedwetenschap weer echt wetenschappelijk wordt, dat wil zeggen: net als de natuurwetenschappen zinvolle uitspraken kan doen over verleden, heden én toekomst. Want, in de door Armitage aangehaalde woorden van Winston Churchill: ‘The further you can look back, the further you can look forward’.

Panel is kritisch

Tijdens de paneldiscussie na Armitage’s lezing, met econoom en journalist Matthijs Bouman, historicus en Duitsland-deskundige Hanco Jürgens, hoogleraar digital humanities Rens Bod en politicoloog/historicus Siep Stuurman, liepen de meningen nogal uiteen over de vraag of dit nu de manier is om de geschiedwetenschap weer meer maatschappelijk en politiek relevant te maken. Jürgens’ reactie sloot het meest aan bij de internationaal geuite kritiek dat het Manifesto nogal een karikatuur maakt van de ontwikkeling van de geschiedwetenschap aan het einde van de twintigste eeuw. Hij wees er bovendien op dat juist in Nederland geschiedenis als onderwerp populairder lijkt dan ooit, terwijl het hier – met twee recente premiers (Balkenende en Rutte) én een koning, allen opgeleid als historicus – ook wel in orde lijkt met het aandeel van de geschiedwetenschap in de politieke macht.

Manifesto overbodig?

Armitage’s oproep aan historici zich te meer te bekeren tot de longue durée lijkt voor veel historici echter nogal overbodig, omdat ze dat al steeds vaker doen. Wie, zoals deze recensent, de afgelopen decennia de internationale sociale en economische geschiedenis heeft gevolgd ziet met de opkomst van global history juist een groeiende aandacht voor transnational en transtemporal history: bijvoorbeeld binnen economische geschiedenis (met bijvoorbeeld het Great Divergence debat), binnen de global geschiedenis van arbeid en arbeidsverhoudingen (zie het onderzoek aan het IISG), en met het beschikbaar komen van steeds meer digitaal bronnenmateriaal en databestanden als groeiende basis voor digital history onderzoek. Ook binnen politieke geschiedenis, intellectuele geschiedenis (bijvoorbeeld Stuurmans recente wereld geschiedenis van het idee ‘mensheid’), en cultuurgeschiedenis lijken de global turn, diachronische benaderingen en het gebruik van digital history steeds duidelijker aanwezig.

Betekent dit nu dat Armitage’s waarschuwing dat de geschiedwetenschap in de rook van het ‘bonfire of the humanities’ dreigt op te gaan niets meer is dan een oprisping van loze crisisretoriek en we kunnen volstaan met de reactie: ‘crisis, what crisis?’ Dat lijkt me wel erg optimistisch, gezien de recente ontwikkelingen binnen de Universiteit van Amsterdam en de voortgaande bezuinigen op het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek die als gevolg het nog steeds dominante economistische rendementsdenken vooral de geesteswetenschappen het hardst lijken te treffen. Daarom alleen al blijft The History Manifesto de moeite waard om te lezen en er over te debatteren. Het platform van historici.nl lijkt me daarvoor een uitgelezen plek, dus laat van u horen!

Aad Blok (KNHG/IISG)

Aad Blok
Aad Blok is executive editor van de International Review of Social History en hoofd van de publicatieafdeling van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
Alle artikelen van Aad Blok
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.