Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#inclusiviteit
#gender
#slavernij
Gepubliceerd op 17-07-2015

Verslag: De Staten-Generaal op papier en in de praktijk 1576 – 1796

Na jaren van onderzoek presenteerde Theo Thomassen op 25 juni 2015 zijn boek Instrumenten van de macht. De archieven van de Staten-Generaal 1576 – 1796 in een passende omgeving, namelijk de Rooksalon van de Tweede Kamer. Voor deze gelegenheid werd een symposium georganiseerd, met naast de lezing van Thomassen ook lezingen van Diederik Smit en Ida Nijenhuis. Het geheel werd afgesloten met de presentatie van het boek aan Anouchka van Miltenburg, voorzitter van de Tweede Kamer.

Machtsrepresentatie

De drie lezingen belichtten elk een eigen aspect van de Staten-Generaal en gaven zo goede voorbeelden van onderzoek aan de hand van (onder andere) de archieven van de Staten-Generaal. De eerste spreker, Diederik Smit, die recentelijk is gepromoveerd op een onderzoek naar het Binnenhof, besprak de representatie van de macht van de Staten-Generaal op het Binnenhof.

Hij kwam tot enige interessante conclusies. Er is een grote mate van continuïteit aanwezig op het Binnenhof. Dit geldt in de eerste plaats voor de uitoefening van de macht, want voor de Stadhouderlijke tijd hielden de Habsburgers, Bourgondiërs en Hollandse graven er al hun vergaderingen. Verder geldt dit voor de stijl van de bebouwing, die in al die tijd geen grote veranderingen onderging.  

Over die bebouwing concludeerde Smit verder dat de representatie van de macht in Nederland nogal bescheiden was. Smit vergeleek het Binnenhof met de zetels van de regering van enige andere landen, en daarbij steekt het Binnenhof nogal bescheiden af. Er zijn vroeger meerdere voorstellen gedaan voor een grote verbouwing, maar die zijn nooit doorgevoerd. Dit komt vooral, stelde Smit, door de parlementsleden zelf, die het niet passend vonden.

Vertegenwoordiging

Ida Nijenhuis ging in op de vertegenwoordigende functie van de Staten-Generaal. Nijenhuis koppelde haar verhaal aan de 19de-eeuwse namenlijst van de Staten-Generaal die in de Rooksalon aan de muur hangt. Zij stelde zichzelf de vraag: hoe keken de 19de-eeuwse leden van de Staten-Generaal aan tegen hun voorgangers van het Ancien Regime? Is er continuïteit of meer een breuk in de visie van de vertegenwoordiging?

Zij concludeerde dat er vooral veel continuïteit aanwezig was in de manier waarop zij zichzelf zagen.  Er was een groot historisch besef in de 19de eeuw, en men wilde graag een ‘monumentale‘ status voor de volksvertegenwoordiging. Op de lijst zijn dan ook zowel de vertegenwoordigers uit de stadhouderlijke tijd als uit de 19de eeuw te vinden. Alhoewel er dus een regimewisseling had plaatsgevonden, en de hele regeringsvorm was veranderd, werd de tijd ervoor door de leden zelf gezien als iets om op verder te bouwen, niet als iets om te vergeten.

Soevereiniteit

Theo Thomassen maakte een interessante vergelijking. Hij vergeleek de Staten-Generaal in de vroegmoderne tijd met de hedendaagse Europese Unie: men kan zeker wel leren van het verleden, en men kan zeker appels met peren vergelijken, anders komen ze nooit in de goede bakken terecht!

Hij keek hierbij vooral naar het begrip soevereiniteit, en omschreef de Republiek en de Europese Unie als statenbonden. Ligt die soevereiniteit centraal of juist bij de afzonderlijke delen? Kan een lid of gewest zich afscheiden? Wordt de soevereiniteit buiten de statenbond erkend? Zijn deze statenbonden gericht op expansie of niet?

Hij concludeerde dat beide staten steunen op de fictie van de ‘absolute ongedeelde soevereiniteit’ van de deelstaten. Hiermee bedoelde hij dat op papier elk lid of deelstaat even belangrijk is, en evenveel macht heeft, terwijl dit in de praktijk altijd anders is. Als grootste verschil noemde hij het gebrek aan een gemeenschappelijke ideologie bij de Europese Unie.

Continuïteit de leidraad

De grootste leidraad van de dag bleek continuïteit te zijn. Alle drie de sprekers benadrukten in hun lezingen continuïteit: van het Binnenhof, van de vertegenwoordigers zelf en van statenbonden.

De dag werd afgesloten met de presentatie van het boek aan de voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg. Zij prees de eruditie van het onderzoek en sprak, geheel passend in het thema van continuïteit, de hoop uit dat Thomassen zijn onderzoek vervolgt in de archieven van de Staten-Generaal van de 19e eeuw en daarna.

Daan Bastinck

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.