Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#Gender
Gepubliceerd op 13-10-2015

Verslag: Een actueel debat over de jacht in Nederland? Ken de geschiedenis!

‘Als je je met maatschappelijke debatten bezighoudt, dan moet je de geschiedenis kennen.’ Met deze programmatische woorden opende Yme Kuiper het symposium Jachtcultuur in Nederland. Oude tradities, nieuwe debatten op kasteel Middachten. In de loop van de twintigste eeuw is jagen een beladen activiteit geworden die door sommigen als ontoelaatbaar wordt gezien. Een groot deel van het symposiumprogramma werd ingeruimd voor de geschiedenis van de jacht; wie deel wil nemen aan het debat over de jacht, moet immers de historie ervan kennen.

Conrad Gietman liet zien dat de uitspraak ‘Adel, dat is het recht om te jagen’ onder edelen tijdens het ancien régime breed gedragen werd. Hoewel edelen in de Republiek hun jachtprivilege moesten delen met andere gerechtigden, verschilde hun houding ten aanzien van de jacht nauwelijks van die van standgenoten elders in Europa; jagen was eerst en vooral een adellijke roeping, een vorm van kunst, een leerschool voor oorlog. Samen jagen en het over en weer schenken van geschoten wild bestendigde vriendschappen en de standsidentiteit. De jacht werd niet alleen bedreven om eten op tafel te krijgen, maar vooral voor het ‘plaiser’.

Hoe discussies over jachtrechten – wie had het recht om te jagen? – in de periode 1780-1815 machtsverhoudingen en maatschappelijke ontwikkelingen weerspiegelen, zette Leon Wessels uiteen. In Overijssel was de jacht in deze periode aanvankelijk een recht van de elite: het patriciaat van de steden Kampen, Zwolle en Deventer en de riddermatige adel. In de Patriottentijd kwam er vooral in Twente steeds meer kritiek op de wetgeving. Jan Willem Racer stelde in zijn ‘Verhandeling over het recht der jagt’ dat er een spanning bestond tussen de natuurlijke vrijheid waardoor iedereen vrij is om te jagen en historische wetgeving die dat recht voor bepaalde groepen aan banden legde. Tussen 1783 en 1787 mochten alle burgers jagen, maar na 1787 werd dit besluit alweer teruggedraaid en kreeg de jacht opnieuw een elitair karakter: alleen mensen die een publiek ambt bekleedden en degenen die een aanmerkelijk grondbezit hadden, behielden hun jachtrecht. In de Bataafs-Franse tijd werd onder het motto ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ opnieuw gepleit voor gelijke (ook jacht)rechten voor alle burgers. De jachtwet van 1795 stelde de jacht opnieuw open voor iedereen in Overijssel, maar al in 1798, toen de gelijkheidsidealen van de Franse Revolutie op een lager pitje kwamen te staan, probeerde men de jacht weer aan grootgrondbezit te koppelen, hetgeen in 1806 in een nationale wet vastgelegd werd.

Naast opvattingen over de jacht als vooral een recht, bedreven voor plezier was er ook al vroeg ruimte voor het beeld van de jacht als noodzaak (voedselvoorziener) en plicht. Om in de woorden van Aafke Brunt te spreken: ‘de jacht is onderdeel van het onderhouden van het jachtveld’; de jacht werd soms noodzakelijk geacht om land, oogst en wildstand te beschermen.

Belle van Zuylen schreef al in 1798 aan een neefje dat zij medelijden had met de geschoten dieren en dat anti-jacht-geluid werd langzaam luider. Jachtdiscussies gaan vandaag de dag niet zozeer over wie het jachtrecht heeft, maar of er überhaupt gejaagd mag worden. De slotlezing van Eugenie van Heijgen toonde mooi aan dat de gevoelens rondom de jacht niet alleen in vroeger eeuwen, maar ook nu sterk beïnvloed worden door maatschappelijke ontwikkelingen zoals de veranderende relatie tussen mens en dier en mens en natuur. Onder invloed van onder meer het dierenwelzijnsactivisme had de jacht in het publieke debat lange tijd een verwerpelijk imago. De laatste jaren echter willen mensen steeds meer ‘terug naar de natuur’, zelfvoorzienend zijn en biologisch vlees eten en is er daardoor weer ruimte voor een positiever geluid. Men ziet het aan ons oog onttrokken, onnatuurlijk slachten van dieren in de bio-industrie als onwenselijk en de buit van de legale, gereguleerde jacht kan gezien worden als een puur stukje scharrelvlees.

De opzet van het symposium, het debat rondom de jacht via de omweg van wetenschappelijk onderzoek van allerlei kanten belichten, is geslaagd. Er was zoals aangekondigd ruimte voor oude tradities én actueel debat waardoor duidelijk werd dat discussies rondom de jacht van alle tijden en altijd omkleed met emoties zijn en dat het imago van de jacht en de jachtwetgeving steeds verschuiven en meedeinen op de golven van maatschappelijke ontwikkelingen. Het symposium bood uiteraard geen oplossing voor de discussie tussen jagers en hun tegenstanders, maar presenteerde voor die discussie wel een divers, historisch en genuanceerd kader dat het debat alleen maar ten goede kan komen.

Sophie Reinders

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.