Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 11-02-2015

Verslag: Herfsttij der Cultuurgeschiedenis?

Het is dit jaar zeventig jaar geleden dat Johan Huizinga, de bekende Nederlandse cultuurhistoricus, stierf. Dat vraagt om een herdenking. Op één februari, Huizinga’s sterfdag, gaf cultuurhistoricus Peter Burke een lezing ter ere van Huizinga in de Groene Kerk in Oegstgeest, de kerk waarnaast het graf van Huizinga ligt. De lezing vormt de aftrap van het Huizinga-jaar van het Huizinga-instituut – dat overigens zelf ook een jubileum te vieren heeft: het bestaat dit jaar 20 jaar. Alle reden dus om de balans op te maken van de discipline en van de rol die Huizinga hierin gespeeld heeft.

Cultural Histories Old and New

Burkes lezing stond in het teken van het heden, verleden en de toekomst van de cultuurgeschiedenis. Als een van de coryfeeën binnen deze tak van geschiedenis, heeft Burke in de ontwikkeling ervan geen kleine rol gespeeld. De lezing beluisterde dan ook een beetje als een korte samenvatting van zijn vele historiografische studies, zoals het beroemde handboekje What is Cultural History? Net als in dat werk, gaf Burke in zijn lezing een lange termijnperspectief op de ontwikkeling van cultuurgeschiedenis als discipline. Cultuurhistorici avant-la-lettre als Voltaire (die niet alleen een histoire raisonéé over de geschiedenis van beschavingen schreef, maar onder andere ook een cultuurgeschiedenis van baarden) en Lamprecht (die in de negentiende eeuw al een cultuurgeschiedenis van de economie vormgaf) passeerden de revue.

Herdenkzucht

Burkes lezing fungeerde zo, net als zijn overzichtswerken, of de oprichting van het Huizinga Instituut, als een nieuw ijkpunt in de vorming van cultuurgeschiedenis als herkenbare discipline met een eigen, eeuwenoude, respectabele onderzoekstraditie. Die rituele canoniseringsopdracht werd nog eens extra versterkt door de gekozen vorm: ‘een hoogmis’ in Huizinga’s kerkje te Oegstgeest, met een heuse kranslegging op zijn graf. Huizinga zelf was overigens wars van de ‘herdenkzucht’ die zijn tijdgenoten bezielde. Voor hem was het niet iets waar het verleden om vraagt, maar waar het heden naar verlangt. Het is daarom ook verfrissend dat Burke niet bleef steken in het benadrukken van eenheid, maar dat hij juist het belang benadrukte van variëteit en verschil in de cultuurgeschiedenis.

Varieties

Burke liet mooi zien hoe lange tijd zeer diverse, veelal nationale tradities bestonden; tradities die nauwelijks met elkaar correspondeerden en soms fundamenteel andere opvattingen over cultuur konden hebben. Waar de Engelsen en Amerikanen lang vasthielden aan ‘Western civilization’ als uitgangspunt, hielden Fransen zich bezig met mentalités, terwijl de Duitsers via het begrip ‘Kultur’ weer heel andere verschijnselen onderzochten. Interesse voor elkaars werk ontbrak vaak, vertalingen konden decennialang op zich laten wachten. Daardoor is de cultuurgeschiedenis zo veelzijdig geworden. Dit inzicht heeft echter ook andere gevolgen. Zelfs in een globaliserende wereld als de onze is de ‘internationale’ cultuurgeschiedenis volgens Burke slechts de hegemonie van een lokale variant. De rol van interdisciplinaire en internationale samenwerking lijkt daardoor minder relevant.

Van Huizinga tot Hunt

Huizinga zelf ontbrak natuurlijk niet in dit verhaal. Burke roemde hem niet alleen om zijn Herfsttij der Middeleeuwen, maar ook om andere werken zoals zijn Mensch en Menigte in Amerika, en Homo Ludens die steeds weer als inspiratiebron werden gebruikt, bijvoorbeeld door de zogenaamde ‘new cultural historians’ met hun interesse voor het dagelijks leven, voor cultuurvormen en culturele praktijken, of de geschiedenis van geluid, reuk en de betekenissystemen die hiermee samenhangen. Opvallend genoeg hield Burke’s geschiedenis van de cultuurgeschiedenis daarna op, aan het einde van de twintigste eeuw bij de New Cultural History van onderzoekers als Lynn Hunt.

En nu verder?

Dat wat abrupte einde, bij Burke’s eigen ‘school’, liet de zaal achter met een open agenda voor de toekomst van de cultuurgeschiedenis. Wat zal de erfenis van Huizinga voor de toekomst zijn? Verliest de cultuurgeschiedenis vanwege globalisering inderdaad haar variëteit, of wordt die nu ingegeven door heel andere impulsen, zoals de dialoog met andere wetenschapsvelden, het opnieuw aangaan van grote vraagstukken zoals de relatie tussen mens en natuur, of het gebruik van grote databestanden en de terugkeer naar longue durée-perspectieven? Van Burke hoorden we het niet, maar gelukkig hebben we het Huizinga Instituut, waar verschillende nieuwe cohorten cultuurhistorische onderzoekers druk bezig zijn met de vormgeving van cultuurgeschiedenis nieuwe stijl.

Wouter de Vries (VU Amsterdam) en Inger Leemans (VU Amsterdam)



Alle artikelen van Wouter de Vries & Inger Leemans
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.