Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 18-12-2015

Verslag: Symposium Oorlog in de archieven

Al een paar jaar staat de gewelddadige dekolonisatie van Indonesië in de spotlights. In het onderzoek naar excessief geweld van Nederlandse militairen neemt het KITLV een voortrekkersrol in, nadat eerdere pogingen om grootschalig onderzoek uit te voeren in samenwerking met het NIOD, NIMH en in Indonesische partners strandden op politieke onwil. Toch deed de overheid een handreiking, door het beperkende embargo van 75 jaar voor de overheidsarchieven die na de oorlog naar Nederland overgebracht waren en bij het ministerie van Buitenlandse Zaken ondergebracht, op te heffen. Het gaat daarbij om verschillende soorten archieven, zoals ‘Rapportage Indonesië’ en ‘Directie verre oosten’.  Andere archieven zoals NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service) en de procureur-generaal van het Hooggerechtshof van Indië, waren al gedeeltelijk openbaar, maar slecht toegankelijk. Het Nationaal Archief heeft een belangrijke rol gespeeld bij het mogelijk maken hiervan.

In het ‘aquarium’, zoals de deelnemers aan het project de met glas omringde werkgroepszalen in de studiezaal noemen, zijn sinds de herfst van 2014 bijna dagelijks medewerkers van het KITLV bezig met inventarisatie van dit eerder ontoegankelijke materiaal, ondersteund door een actief team van stagiairs. Om wat voor stukken gaat het dan eigenlijk? Het meest tot de verbeelding spreekt wellicht het NEFIS-archief, dat door Harry Poeze wordt geïnventariseerd. Het behelst 4000 stukken van gevarieerde aard – het bestaat voor een deel uit ‘voorspelbare bronnen’ zoals inlichtingenrapporten over de belangrijkste politieke spelers Sukarno en Hatta. Maar het NEFIS-archief geeft ook een meer materiële getuigenis van de oorlog, met bijvoorbeeld bebloede notitieboekjes en hoofdbanden, buitgemaakt nadat tegenstanders vermoord waren. Poezes impressie van het NEFIS-archief spoort vooral aan tot verder onderzoek en dat is precies een van de doelen van dit symposium: nu deze archieven open zijn, kan iedereen onderzoek doen en dat onderzoek hoeft helemaal niet beperkt te zijn tot de studie van geweld zoals het KITLV zelf doet.

In de eerste fase van dit project richtte het KITLV zich op de memoires van veteranen in de eigen collectie en de resultaten daarvan zijn verwerkt in het recent verschenen Soldaat in Indië van de hand van Gert Oostindie. In de huidige tweede fase wordt dankbaar gebruik gemaakt van en voortgebouwd op de eerdere verworven inzichten en resultaten.

Dit bleek wel uit de presentatie van Lotte Akkerman op het symposium Oorlog in de archieven (3 december 2015 in het Nationaal Archief). Zij presenteerde het onderzoek dat ze met haar collega-stagiairs de voorgaande maanden had uitgevoerd. Zij maakte heel inzichtelijk wat er gebeurt als je de data uit het memoires-onderzoek confronteert met informatie uit militaire archieven: via de database van geweld die met behulp van de memoires is opgesteld kunnen de onderzoekers geweld lokaliseren en dateren.  Voorzien van die informatie lezen ze vervolgens de oorlogsdagboeken om te kijken of ze een genoemd incident daar terug kunnen vinden. Hoewel het veel puzzelwerk is, blijkt het een vruchtbare benadering. Akkerman gaf voorbeelden van geweld dat je op basis van de memoires als wraakgeweld kunt omschrijven, maar in de oorlogsdagboeken wordt omschreven als ‘op de vlucht doodgeschoten’, wat hele andere omstandigheden impliceert. 

Dit is zeer arbeidsintensief onderzoek, maar het levert buitengewoon inzichtelijke resultaten op die ons eraan herinneren dat elke genre, hoe recent ook, zijn eigen taal heeft en dat die taal begrepen moet worden voordat we het materiaal kunnen doorgronden. Samen met het onderzoek van Christiaan Harinck, dat zich richt op het taalgebruik en stijlfiguren in militaire berichtgeving, maakt dit het mogelijk om het vaak afstandelijk jargon en de verbloemende beschrijvingen uit deze archieven beter te kunnen interpreteren en werkelijk in hun context te begrijpen. Dat is iets anders dan ‘in de tijd plaatsen’, zoals toch lang het adagium was.

Deze methodologische excursies vormden wat mij betreft het meest interessante onderdeel van de middag, want hiermee laten de onderzoekers zien dat ze werkelijk verder komen dan hun voorgangers die in 1969 het excessen-onderzoek uitvoerden. En ook, zoals betrokkenen ook in die tijd al benadrukten, dat voor nauwkeurig onderzoek tijd en mankracht nodig is.

Alicia Schrikker, Universiteit Leiden

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.