Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 20-11-2014

Verslag: Vienna 1815 – The Making of a European Security Culture, 5-7 november, NA/KNAW

Het is tweehonderd jaar geleden dat het Congres van Wenen (1814-1815) plaatsvond. Daar werd niet alleen de kaart van Europa opnieuw getekend en over vrede gesproken. Het ging ook over het bestendigen van de allianties die in oorlogstijd waren gesloten, en over het handhaven van veiligheid in vredestijd. Daarmee markeerde het congres een begin van institutionalisering van Europese samenwerking op het gebied van veiligheid. Dit vormde het uitgangspunt voor een door het KNAW en de Jonge Academie georganiseerde conferentie over het Congres van Wenen. Het is tevens het onderwerp van het ERC onderzoeksproject Securing Europe, fighting its enemies 1815-1914 (http://historicizing-security.wp.hum.uu.nl/) van de de Universiteit Utrecht.

Op de conferentie ‘Vienna 1815’ werd een nieuwe visie op de Europese geschiedenis van de negentiende eeuw gepresenteerd. Naast het bestaande paradigma van het Europese concert en de welbekende Balance of Power was er met en vanaf het Congres van Wenen ook sprake van allerlei concrete vormen van internationaal en zelfs supranationaal veiligheidsbeleid. In het position paper had Beatrice de Graaf het idee van een Europese veiligheidscultuur uitgewerkt. Zij vat deze op als een combinatie van een collectieve perceptie van dreiging, gedeelde belangen en de daaruit voortvloeiende praktijken en discoursen. Dit idee lag ten grondslag aan de diverse papers op de conferentie. De sprekers gingen in op allerlei bekende en minder bekende manifestaties van Europese veiligheidsinterventies, zoals de transnationale uitlevering van politieke misdadigers of een gemeenschappelijke Europese interventie in Syrië. Maar ook de collectieve Europese omgang met de joodse minderheid werd onderzocht. Zo leverde de conferentie een interessante combinatie op van historische cases, verrijkt met ideeën en theorieën ontleend aan de disciplines van de Internationale Betrekkingen en Cultuurwetenschappen. In drie keynote-lezingen diepten Marieke de Goede, Matthias Schulz en Eckart Conze de nieuwe ideeën en concepten rondom het thema security culture verder uit.

De conferentie begon met een laagdrempelige publieksavond in het Nationaal Archief. Christopher Clark, Mark Jarrett en Niek van Sas spraken concreet over de verdiensten en zwakheden van het congres en de daaruit voortgekomen (Europese) cultuur van veiligheid. Van Sas gaf een beschouwing over de oprichting van het Verenigd Koninkrijk tegen de achtergrond van het internationale statensysteem en de internationale opvattingen over veiligheid. In de twee dagen daarna werd het begrip veiligheidscultuur verder uitgediept in vier workshops, rond de thema’s dreigingsbeelden, nieuwe instituties, professional agents, impact en legacy van Wenen. In die laatste workshop kwamen ook de culturele sporen van het congres in woord en beeld ter sprake, in bijvoorbeeld spotprenten, literatuur of poëzie.

Alle sprekers accepteerden en gebruikten het essentially contested concept van de veronderstelde ‘veiligheidscultuur’ op eigen wijze. Daarbij ging het niet zozeer om de vraag óf het concept van de Europese veiligheidscultuur een toegevoegde waarde had, dat bleek al wel uit het grote aantal bijdragen (25!), maar hóe dit concept kon worden toegepast in de geschiedenis van de negentiende eeuw. Hoe breng je transnationale ideeën over veiligheid in beeld: door de bestudering van wetten, spotprenten en diplomatieke notities, of van momenten van gemeenschappelijk optreden? En was die veiligheidscultuur homogeen en insluitend, of eerder open, conflictueus en buitengewoon exclusief en oppressief jegens de niet-Europese volkeren en minderheden?

Tijdens de conferentie werd een multidisciplinaire benadering van de veiligheidscultuur gepresenteerd. De grote verdienste hiervan is wel dat de combinatie van benaderingswijzen een verrijking van zowel de geschiedwetenschap als de sociale wetenschappen betekende. Met concepten uit de politieke en sociale wetenschappen kun je het verschijnsel veiligheid in de geschiedenis beter uitleggen. Maar omgekeerd profiteren de politieke wetenschappen met hun nadruk op vermeende hedendaagse noviteiten enorm van de historisering van veiligheid, en van het wijzen op allerlei continuïteiten vanuit het verleden. Naast nieuwe kennis over concrete veiligheidsregimes en manifestaties van een collectieve Europese veiligheidscultuur, levert deze benadering ook inzichten op in hoe staten in de negentiende eeuw samenwerkten, en wat daarvan de gevolgen waren.

We weten door dit congres meer over de manier waarop de Europese landen samen slavernij probeerden te verbieden, hoe ze omgingen met minderheden, en hoe er over constitutionele onderbouwing van recht en veiligheid werd gedacht. Dat ze al vroegtijdig verdragen sloten over uitlevering van ‘terroristen’, over het opstellen van lijsten, en hoe ze elkaar bij de les hielden.

Tegelijkertijd werd duidelijk dat dit onderzoek nog in de kinderschoenen staat en er nog veel aan nieuwe inzichten te winnen is. Bijvoorbeeld op het gebied van (transnationale) netwerken, specifieke actoren of de rol van nieuwe technieken in het verminderen van dreigingen. Daarmee was de conferentie een goede eerste kennismaking met de operationalisering van de historische veiligheidscultuur, en een mooie aanzet voor verder onderzoek.

Wouter Klem (Universiteit Utrecht)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.