Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 19-08-2015

Verslag: WEHC 2015 – “Diversity in Development”

Van 3 tot 7 augustus vond de 17e editie van de World Economic History Congress plaats, ditmaal in Kyoto, Japan. Op deze conferentie kwamen ruim 1.100 wetenschappers uit zo’n 55 landen samen om te praten over hun onderzoek, daarover met elkaar in debat te gaan, en om oude contacten met collega’s te bestendigen en nieuwe op te doen. De WEHC, die iedere drie jaar gehouden wordt, en de laatste edities steeds op een ander continent (in 2012 vond de conferentie plaats in Stellenbosch, in 2009 in Utrecht), werd dit jaar voor het eerst in Azië georganiseerd.

Aziatische primeur

Kyoto, tot 1868 de keizerlijke hoofdstad van Japan, vormde een uitstekende locatie voor dit historische congres. Iedereen die iets van de Japanse geschiedenis en cultuur wilde opsnuiven, kon voldoende aan zijn trekken komen door bezoekjes te brengen aan de vele tempels, kastelen, musea en historische wijken die de stad rijk is. Hiervoor moest wel de hitte doorstaan worden, want met een gemiddelde buitentemperatuur van zo’n 35 tot 40ᵒC, was het in het geairconditioneerde congrescentrum beter toeven. Veel tijd om de toerist uit te hangen was er voor de fanatiekelingen onder de congresdeelnemers overigens niet, want met 178 parallelle sessies en 3 plenaire bijeenkomsten was het programma goed gevuld en kon iedereen zich vijf dagen lang van ’s ochtends vroeg tot het begin van de avond onderdompelen in de laatste ontwikkelingen binnen de economische geschiedenis.

Diversity in development

Passend bij het economisch-historische verleden van de Aziatische gastheer van de WEHC, was het thema dit jaar ‘Diversity in Development’.  De snelle Japanse economische ontwikkeling in zowel de negentiende eeuw als na de Tweede Wereldoorlog was gebaseerd op de aanname van westerse technologie, toegespitst op lokale omstandigheden. Ook de iets recentere opkomst van de ‘Aziatische Tijgers’ en China waren gebaseerd op unieke en uiteenlopende paden van economische ontwikkeling. Daar waar industrialisatie in het Westen toch vooral gezien wordt als gedreven door technologie, kolen en kapitaal, stond juist arbeid centraal in de verschillende Aziatische industrialisatieprocessen (zie bijvoorbeeld Labour-Intensive Industrialization in Global History). Deze thematiek kwam niet alleen veelvuldig naar voren in de diverse parallelle sessies, maar stond bovendien centraal tijdens de openingslezing van Osamu Saito (Hitotsubashi University) en bij de debatsessie tussen Pranab Bardhan (UC-Berkeley) en R. Bin Wong (UCLA) die op woensdag plaatsvond.

Economische ontwikkelingen vergeleken

Saito liet, via gegevens over de beroepsstructuur van verschillende Amerikaanse, Europese en Aziatische landen vanaf ruwweg 1500 tot nu, mooi zien hoe de lange-termijn economische ontwikkeling sterk uiteenlopende patronen heeft vertoond. Er waren niet alleen grote verschillen tussen Europa en Azië, maar ook tussen verschillende Europese landen. Hij toonde aan dat het proces van economische groei en industrialisatie niet altijd gepaard is gegaan, zoals vaak verondersteld, met hetzelfde proces van structurele verandering waarbij eerst een verplaatsing van arbeid vanuit de primaire sector (landbouw) naar de secundaire sector (industrie) plaatsvindt en daarna van de secundaire naar de tertiaire (diensten). Zo bleek de primaire sector in Engeland al ver voor de industrialisatie vanaf de 18e eeuw kleiner te zijn dan de secundaire sector, terwijl in de Verenigde Staten de landbouw nog tot ver in de 20e eeuw de belangrijkste sector vormde. Ook gaf hij voorbeelden van landen waarbij de groei van de tertiaire sector aan de secundaire voorafging. Duidelijk is dat er niet één ‘blueprint’ is voor moderne economische groei en dat het proces sterk beïnvloed wordt door de context waarin deze plaatsvindt.

Debatsessie

Bardhan’s en Wong’s debat ging over de (relatief) recente economische opkomst van China en India (de ‘two awakening giants of Asia’ volgens Bardhan) en hun rol in de 21e-eeuwse wereldeconomie. Bardhan maakte consistente (en soms verassende) vergelijkingen tussen verschillende vormen van kapitalisme en de rol van de staat in China en India. Ook Wong gaf het belang van de rol van de staat en andere instituties aan in zijn lange-termijn perspectief over de opkomst van China.

Slotdiscussie

Centraal op het congres stond ook de vraag welke rol er is weggelegd voor de economische geschiedenis in het bestuderen en begrijpen van huidige ontwikkelingskwesties. Wat kenmerkt de werkwijze van economisch historici enerzijds en ontwikkelingseconomen anderzijds, en wat kunnen zij van elkaar leren? Dit  was de kern van de slotdiscussie tussen de economisch-historici Nicholas Crafts (Warwick), Avner Greif (Stanford) en ontwikkelingseconoom Abhijit Banerjee (MIT). Crafts positioneerde zich als een vrij klassieke economische historicus en benadrukte vooral het belang van relatieve prijzen en de rol van handel en technologische verandering. Greif gaf aan dat economisch-historisch onderzoek zich niet te veel moet laten sturen door onderwerpen waarover relatief veel bronnen zijn (zoals oorlogen). Veel bronnen bevatten indirect veel informatie over onderwerpen waarover we minder directe gegevens hebben (zoals bijvoorbeeld boeken over de regels van verschillende Chinese clans kunnen inzicht geven in de sociale organisatie en coöperatie). Het was uiteindelijk met name Banerjee, co-auteur van het bekende (en aan te raden) Poor Economics (2011), die probeerde een brug te bouwen tussen ontwikkelingseconomie en economische geschiedenis.

Verhouding economische geschiedenis en ontwikkelingseconomie

In zijn betoog bekritiseerde Benerjee met name zijn collega’s in economiedepartementen van Amerikaanse universiteiten die in de laatste jaren (geïnspireerd door het onderzoek van Acemoglu, Johsnon en Robinson) voornamelijk historische data gebruiken om quasi-natuurlijke experimenten uit te voeren die het belang van in het verleden geïntroduceerde instituties op huidige economische ontwikkeling aantonen. Hoewel zulk onderzoek overtuigend heeft aangetoond dat geschiedenis en instituties belangrijk zijn, is de boodschap die ervan uitgaat negatief: landen zitten immers aan hun verleden vast en als ze arm zijn door hun geschiedenis zou dat betekenen dat er geen hoop op verbetering meer is. In plaats daarvan kan het bestuderen van geschiedenis ook een veel positievere rol spelen door in detail aandacht te besteden aan de manier waarop (economische) verandering in het verleden heeft plaatsgevonden en deze te begrijpen en te verklaren.

Azië en Afrika goed vertegenwoordigd

Naast deze plenaire bijeenkomsten waren er natuurlijk nog de parallelle sessies die de kern van het congres vormden. Alhoewel deze vanzelfsprekend niet allemaal gingen over ontwikkelingskwesties, was het toch bij veel panels een terugkomend thema. Met sessies over uiteenlopende onderwerpen als historische marktintegratie, wereldwijde ontwikkelingen in migratiestromen sinds 1500, vrouwenarbeid, menselijk kapitaal, slavenhandel, de “Great Divergence”, en ontwikkelingen in financiële markten, was het aanbod van lezingen veelzijdig. Met Japan als locatie konden vooral geïnteresseerden in Aziatische geschiedenis hun hart ophalen door het grote aantal sessies over Aziatische economische ontwikkelingen in de afgelopen vijf eeuwen, al dan niet in vergelijkend perspectief. Ook de Afrika-experts waren goed vertegenwoordigd, met diverse sessies over Afrikaans kapitalisme, Afrikaanse bedrijfsgeschiedenis en landbouwontwikkelingen in Afrika op de lange termijn. De WEHC is niet alleen een goede gelegenheid voor het presenteren van eigen work-in-progress en het op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen binnen het onderzoeksveld, maar vormt ook een uitgelezen kans om presentaties bij te wonen van bekendere namen binnen de economische geschiedenis zoals Gareth Austin (Graduate Institute Geneva), Stephen Broadberry (LSE), Kenneth Pomeranz (University of Chicago) en Peter Lindert (UC-Davis).

Nederlandse inbreng

Nederlandse universiteiten en onderzoekscentra waren goed vertegenwoordigd op de WEHC. Dit uitte zich niet alleen in deelnemersaantallen (vooral de Universiteit Utrecht en Wageningen UR waren prominent aanwezig), maar ook in de vele sessies die voortkwamen uit (deels) Nederlandse onderzoeksprojecten, zoals over gilden in vroegmodern Europa, wereldwijde genderongelijkheid en de ontwikkeling van financiële markten. Ook uit de genomineerden voor de dissertatieprijs bleek de belangrijke rol van Nederlandse onderzoekers en onderzoeksprojecten binnen de economische geschiedenis: de drie geselecteerde proefschriften binnen de categorie ‘vroegmodern’ waren verdedigd aan Nederlandse universiteiten. De Zuid-Afrikaanse onderzoeker Johan Fourie (Universiteit van Stellenbosch) ging er met zijn proefschrift over welvaartsverdeling in de Kaapkolonie in de 17e en 18e eeuw, verdedigd aan de Universiteit Utrecht, met de prijs vandoor.

Sociale activiteiten

Tijd voor wat ontspanning was er natuurlijk ook: op de eerste en laatste dag van de week vonden respectievelijk de openings- en sluitingsrecepties van de conferentie plaats en op woensdag was er een ‘culturele avond’. De openingsreceptie werd ingeluid met traditionele Japanse sake, hetgeen gepaard ging met een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van sake in de regio en de verschillende rituelen die er aan het gezamenlijk drinken van sake verbonden waren. Nadat Patrick O’Brien (LSE), de 82-jarige nestor van de economische geschiedenis, in een speech nog wat herinneringen op mocht halen over eerdere edities van het congres, kon de receptie beginnen. De eerste toost werd gedaan met sake dat uit een houten vierkant gedronken kon worden, waardoor de geur van het hout en dat van de sake zich bij het drinken met elkaar vermengden (een aanrader).

Japanse cultuur

Op de culturele avond waren er naast een ruimschoots aanbod van eten en Japanse whisky en bier ook nog enkele traditionele Japanse voorstellingen te zien. De kop ging er af met shukumai  (een dansvoorstelling), waarna één van ’s werelds bekendste tsugaru shamisen (een soort Japanse luit) spelers het publiek verder in vervoering bracht. Spectaculair was ook de tate-voorstelling, waarbij onder anderen Jörg Baten (Tuebingen) zijn samurai-zwaardvechtkunsten ten toon spreidde. De avond werd beëindigd met een energieke wadaiko-drumshow. Het congres werd op vrijdagavond afgesloten met een vrij zuinige borrel, maar het was dan ook tijd om naar huis te gaan.

Hoewel ervaringen per deelnemer natuurlijk kunnen verschillen, kan er in het algemeen geconcludeerd worden dat het congres een groot succes was met veel interessante en coherente sessies en een vrijwel vlekkeloze (hetzij soms iets wat bureaucratische) organisatie.

Danielle Teeuwen (Universiteit Wageningen) en Pim de Zwart (Universiteit Utrecht / Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.