Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 16-12-2013

Vijftig tinten Oranje

Wie denkt aan 1813, denkt in de eerste plaats aan de landing van de Prins op Scheveningen. Het beeld van prins Willem Frederik die door de in het oranje gestoken bevolking op het strand wordt onthaald staat in het collectieve geheugen gegrift, niet in de laatste plaats door de bekende schoolplaat van J.H. Isings. Door de nadruk die de landing met name in de twintigste eeuw heeft gekregen is de gebeurtenis geworden tot hét moment van 1813, onlosmakelijk verbonden met de terugkeer van de onafhankelijkheid en het begin van de Oranjemonarchie.
 

‘1813 als keerpunt?’

Bijna onvermijdelijk sierde een afbeelding van de landing van de Prins ook de aankondiging van het jaarlijkse congres van Werkgroep De Negentiende Eeuw. Deze illustratie betekende echter geenszins dat de bijeenkomst op 13 december te Amsterdam zich voornamelijk op dit moment zou concentreren. Integendeel, onder de titel ‘1813 als keerpunt?’ werden de deelnemers nadrukkelijk uitgenodigd verder te kijken dan de verblindende Oranjezon op het Scheveningse strand en het begin van het nieuwe Koninkrijk in een bredere context te plaatsen. Want, zo werd in de introductie op het thema nog eens benadrukt, zonder de voorafgaande periode van Bataafs-Franse tijd en de chaotische omstandigheden van de betreffende novemberdagen in ogenschouw te nemen, kan de betekenis van ‘1813’ moeilijk op waarde worden geschat.

Landing Scheveningen (schoolplaat)

Breuk of continuïteit

Met de keuze om 1813 als keerpunt ter discussie te stellen, koos de organisatie een op het eerste gezicht weinig verassende invalshoek en zocht zij aansluiting bij de recente aandacht in de geschiedschrijving voor continuïteiten tussen de Bataafs-Franse tijd en het Koninkrijk. De afgelopen jaren is er immers reeds veel gezegd en geschreven over het staatkundig belang van het eerste decennium van de negentiende eeuw en vrijwel niemand zal ‘1813’ tegenwoordig dan ook nog zien als een radicaal nieuw begin in de politiek. Niettemin bood de bijeenkomst een zeer frisse kijk op deze roerige periode in de Nederlandse geschiedenis. Zo lieten bijvoorbeeld Lotte Jensen en Matthijs Lok in hun presentaties zien dat schrijvers en pamflettisten in deze jaren op vergelijkbare wijze verwezen naar oude vertrouwde zaken als de Oranjes en de Nederlandse Opstand, maar dat hun boodschap allerminst eenduidig was. Persoonlijk leed en financiële zorgen speelden een rol, als ook de noodzaak de verwarrende situatie van de novemberdagen een plaats te geven in de geschiedenis.

De vele vormen van 1813

Hoezeer de gebeurtenissen van 1813 zich niet in één verhaal laten vertellen, bleek ook uit de andere bijdragen. Edwin van Meerkerk, biograaf van Gijsbert Karel van Hogendorp, plaatste kanttekeningen bij het vermeende conservatisme van de befaamde staatsman en betoogde dat, als het aan Van Hogendorp had gelegen, de nieuwe staat er veel liberaler uit had gezien. Vergelijkbare nuanceringen van het bestaande beeld waren verder te vinden in de lezingen van Wilfried Uitterhoeve, auteur van het recente boek 1813 Haagse Bluf, en kunsthistorica Eveline Koolhaas, bekend van het bekroonde werk De ontdekking van de Nederlander. Eerstgenoemde liet aan de hand van een aantal lokale voorbeelden zien dat er eind 1813 vrijwel overal in het land chaos heerste en plaatselijke machthebbers in elke stad anders op de situatie reageerden. Van een massale nationale Oranjebeweging was volgens hem dan ook geen sprake. Koolhaas liet bovendien zien dat ook in de schone kunsten nauwelijks sprake was van een sterke aandacht voor Oranje-nationalisme. Typisch ‘Hollandse’ schilderkunst was weliswaar alom vertegenwoordigd, maar deze was, ironisch genoeg, vooral het product geweest van het Franse kunstbeleid.

Vergeten door te herdenken

Dat van de veelheid aan gebeurtenissen in de jaren 1813-1815 uiteindelijk enkel de landing van de Prins een plek heeft gekregen in het collectieve geheugen, was vooral het gevolg van de wijze waarop in latere tijden vorm is gegeven aan de herdenkingen van 1813. Dit was althans zowel de conclusie van Germa Greving in haar presentatie over de herdenking van 1913, als die van hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis Henk te Velde in zijn slotbeschouwing van het congres. Zoals het in 1813 de Haagse notabelen waren die het voortouw namen in de totstandkoming van de nieuwe staat, zo zouden de Hagenaars later de toon zetten voor de wijze van herdenken en aldus de omwenteling reduceren tot die ene novemberdag in Scheveningen, die tot op heden het beeld bepaalt. Andere aspecten, zoals de ‘ramp van Woerden’ of de grote rol die de Russische Kozakken bij de bevrijding van Nederland speelden, raakten in de vergetelheid.

Meerdere kleuringen

Toch hoeven we hieruit niet te concluderen dat het verhaal van de beginjaren van het Koninkrijk enkel nog aan de hand van Scheveningen en Oranje verteld kan worden. Hoewel ook de huidige viering van 200 jaar Koninkrijk begon met een reenactment van de Landing, laat een bijeenkomst zoals die van werkgroep De Negentiende Eeuw zien dat men wel degelijk oog heeft voor het grotere verhaal en het spectrum meer kleuren bevat dan enkel Oranje. Het is dan ook te hopen dat meer musea, verenigingen en onderzoeksscholen van het moment gebruik maken en de officiële viering van de komende maanden aangrijpen om het beeld van 1813 verder in te kleuren.  Met het congres van 13 december werd in elk geval al een grote stap gezet: overigens niet alleen door bovengenoemde lezingen, maar tevens door de unieke documentairefilm Stormvogels van de Tsaar, Kozakken in Nederland 1813-1814 die tijdens het congres in première ging. De makers van deze film toonden aan dat met relatief beperkte middelen en op toegankelijke wijze een nagenoeg vergeten geschiedenis opnieuw tot leven kan worden gewekt.

Diederik Smit, Universiteit Leiden

Diederik Smit
Diederik Smit (1983-) studeerde moderne politieke geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en is sinds 2010 verbonden aan de vakgroep Vaderlandse Geschiedenis van de Universiteit Leiden. In 2015 promoveerde hij op het proefschrift Het belang van het Binnenhof, twee eeuwen Haagse politiek, huisvesting en herinnering. Ook werkte hij mee aan het recent verschenen standaardwerk over de geschiedenis van de Tweede Kamer In dit huis. Twee Eeuwen Tweede Kamer. Momenteel doet hij in het kader van het NWO-project The persistence of civic identities in the Netherlands onderzoek naar provinciale identiteit in Nederland in de periode 1748-1848.
Alle artikelen van Diederik Smit
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.