Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 10-10-2013

Voorbij dominee en koopman – bouwstenen voor een nieuwe Nederlandse mensenrechtengeschiedenis

Op 30 september 2013 verzamelden zich in Den Haag zo’n zeventig historici, juristen, professionals en andere belangstellenden voor het symposium ‘Beyond Merchant and Missionary. Samuel Moyn and the quest for a holistic history of Human Rights, 1945-present’. De dag was georganiseerd door de jonge historici Maarten van den Bos (IKV-Pax Christi) en René Rouwette (Universiteit Utrecht en Netherlands Institute of Human Rights, SIM), namens het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG) en met steun van de School of Human Rights Research.

Samuel Moyn, The Last Utopia (cover)

Als keynote speaker hadden de organisatoren de Amerikaanse historicus Samuel Moyn (Columbia University) gestrikt. Zijn boek The Last Utopia: Human Rights in History (2010), over de opkomst van het moderne mensenrechtenbegrip in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, vormde ook het vertrekpunt van het symposium. Hoe bruikbaar is Moyns revisionistische werk voor de Nederlandse geschiedschrijving over mensenrechten? Omdat dit terrein in Nederland nog nauwelijks ontgonnen is, was het bijeenbrengen van sprekers en toehoorders uit vele hoeken alleen al een belangrijke stap voor de ontwikkeling van verder onderzoek.

Nieuwe perspectieven op mensenrechtengeschiedenis: Moyn
De dag opende met een toelichting van Samuel Moyn op zijn nieuwe perspectief op de geschiedenis van mensenrechten. Om kritiek voor te zijn stelde hij daarbij voorop dat zijn analyse vooral is gebaseerd  op de Amerikaanse ontwikkelingen; de Nederlandse geschiedenis, zo legde hij uit, kent hij nauwelijks. Moyn claimt in zijn boek dat de moderne geschiedenis van mensenrechten pas in de jaren zeventig begint – onder andere met het op mensenrechten gestoelde buitenlands beleid van de Amerikaanse president Carter. Maar, zo verdedigde Moyn zich verder, daarmee ontkent hij niet dat in deze periode werd voortgebouwd op ideeën uit de Verlichting of uit de periode na de Tweede Wereldoorlog. Niettemin ziet Moyn een breuk in de manier waarop naar mensenrechten werd gekeken. In zijn boek noemt Moyn twee oorzaken voor deze breuk: de dekolonisatie en de verdwijning van het socialisme als leidende utopie. In zijn inleiding op het congres voegde hij daaraan een mogelijke derde oorzaak toe: de opkomst van het neoliberalisme, dat net als de mensenrechtenutopie de individuele mens centraal stelt.

Vragen en kanttekeningen
Moyns inleiding riep meteen veel vragen en kanttekeningen op. Empirische vragen: waar moeten we bijvoorbeeld de anti-slavernij-campagnes van de negentiende eeuw plaatsen? Maar ook meer beschouwende: hoe verhouden bijvoorbeeld individuele mensenrechten zich tot gelijktijdige claims op collectieve rechten zoals zelfbeschikking? Gedurende de dag werden hier vooral meer vragen aan toegevoegd – voor antwoorden bleek het op deze programmatische bijeenkomst nog te vroeg.

Nederlandse perspectieven
In een coreferaat bij het betoog van Moyn legde René Rouwette de verbinding met het thema van de rest van de dag: de Nederlandse geschiedschrijving over mensenrechten. Rouwette stelde dat de geschiedenis van mensenrechten hier tot nu toe grotendeels beperkt blijft tot het terrein van het buitenlandse beleid en tot de vraag of Nederland traditioneel een belangrijke plaats voor mensenrechten in dat beleid – gekenmerkt door de stereotypen van dominee en koopman – heeft ingeruimd. Uit de brede variatie aan thema’s die in de acht bijdragen aan de orde kwamen bleek dat deze stelling niet klopte. Onderzoekers uit verschillende disciplines bespraken onder meer het (ook door Moyn grotendeels buiten beschouwing gelaten) binnenlandse gebruik van mensenrechten in politieke of juridische context (Barbara Oomen, University College Roosevelt UU), de religieuze achtergrond van mensenrechtengroeperingen (Maarten van den Bos, IKV Pax Christi) of de gelijktijdige ontwikkeling van Holocaust-herinnering en mensenrechtendiscours (Nicole Immler, Universiteit Utrecht).

Aanzet voor een interdisciplinaire benadering?
Het rijke programma onderstreepte dat ook in de Nederlandse context de geschiedenis van mensenrechten nader onderzoek behoeft. De levendige discussies en de vele gesignaleerde parallellen doen hopen dat vooral de interdisciplinaire uitwisseling van dit symposium niet zonder vervolg zal blijven. Vanuit het beroepsveld wilde Amnesty-directeur Eduard Nazarski, die de dag afsloot, aan deze rijke oogst toevoegen dat behalve de duidelijke heropleving van de thematiek ook de persoonlijke verhalen van mensenrechtenactivisten aandacht behoeven.

Karin van Leeuwen (Universiteit van Amsterdam)

Karin van Leeuwen
Karin van Leeuwen is docent Moderne Europese Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en vanaf 2018 tevens postdoc bij de Universiteit van Kopenhagen. Haar onderzoek bevindt zich meestal op het snijvlak van politiek en recht, of dat nu nationaal (constitutioneel), Europees of internationaal recht is. Haar postdoc is onderdeel van een gezamenlijk onderzoeksproject Laying the foundations – the League of Nations and international law, 1919-1945. De resultaten van eerder onderzoek naar Nederland en de totstandkoming van Europees recht zullen in 2018 in boekvorm bij Oxford University Press verschijnen.
Alle artikelen van Karin van Leeuwen
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.