Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 10-06-2013

Woelige tijden voor historici: bezuinigingen in de geschiedwetenschap

De redactie van historici.nl brengt vakgenoten ook graag op de hoogte van de huidige bezuinigingen die de geschiedwetenschap treffen. Onderstaand twee stukken die werden aangeboden door vakgenoten die zich ernstig zorgen maken over respectievelijk het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en het Tropenmuseum.

We zijn benieuwd naar reacties en meningen van collega historici over de invloed van deze bezuinigingen op het vak en onze beroepsbeoefening. Onderaan de berichten vindt u een mogelijkheid  om uw reacties te geven.

Centrum voor Parlementaire Geschiedenis geschokt door bezuinigingsplan

P E R S V E R K L A R I N G

Met verbijstering heeft het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) van de Radboud Universiteit kennisgenomen van het besluit van het kabinet om de subsidie aan het Centrum volledig stop te zetten. Men vindt het CPG geen’ unieke, excellente instelling die noodzakelijk is voor ons wetenschapsstelsel’. Tevens is men van mening dat de werkzaamheden van het centrum door en onder verantwoordelijkheid van de universiteit kunnen worden uitgevoerd.

Binnen het Nederlandse wetenschappelijk stelsel is het CPG in ieder geval op de volgende punten uniek:

1. In 1982 nam het kabinet Van Agt III het besluit financiële middelen aan het CPG beschikbaar te stellen ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek naar de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Dit behelst intensief, kwantitatief en kwalitatief historisch onderzoek in de kernbronnen van de parlementaire geschiedenis. Vanwege omvang en complexiteit van dit onderzoek kan het niet binnen de reguliere universitaire structuren worden verricht. Het fundamentele onderzoek binnen het kernproject is tevens de voedingsbodem voor de expertise die het CPG in belangrijke flankerende werkzaamheden aan de dag legt.

2. Het CPG voert in opdracht talloze onderzoeken uit omdat opdrachtgevers terecht van mening zijn dat het bij uitstek over de noodzakelijke expertise beschikt: Kabinetsformaties in 50 stappen (Raad van State), de geschiedenis van de Tweede Kamer (Tweede Kamer), de verhouding tussen demissionaire kabinetten en parlement in historisch perspectief (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), kiesstelsels (idem), het proces bij nationale verkiezingen (Nationale Kiesraad), Koningin Beatrix aan het woord (Comité 25-jarig regeringsjubileum koningin Beatrix).

3. De valorisatie van het onderzoek vindt kwantitatief en kwalitatief op een uniek niveau plaats. Dat geldt voor de door het CPG gepubliceerde biografieën en voor het Jaarboek

Parlementaire Geschiedenis, voor de bijdragen aan de media en voor de adviezen die aan het politiek bedrijf worden verleend, zoals aan de Eerste Kamer (parlementaire onderzoekscommissie), de Tweede Kamer (evaluatie spoeddebatten) en de deelname van de hoogleraar/directeur aan de Nationale Conventie.

4. Het CPG is een unieke hoeksteen in de internationale en nationale samenwerkingsverbanden op het gebied van de parlementaire geschiedenis.

Verder is het een feit dat de internationale visitatiecommissie het CPG in haar rapport van februari 2013 omschrijft als een uitstekend functionerend instituut binnen de faculteit, waarvan het valoriserende werk ten voorbeeld kan worden gesteld aan andere onderzoeksinstituten:

‘The Centre for Parliamentary History has a reputation for strong, solid authoritative and politically impartial work. (…) The work of Van Baalen and the Centre for Parliamentary History is clearly of considerable national significance. The frequency with which some members of the programme are making media appearances show a very strong impact on public life. This programme is clearly achieving societal impact.(…) The leading role of the CPG within EUParl.net and other initiatives has helped to give it a much broader reach and recognition beyond the Netherlands.’

Directeur en medewerkers Centrum voor Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen

 

Houd het Tropenmuseum open

Na de zomer sluit de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) als gevolg van de beëindiging van de medefinanciering vanuit de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Ook voor het Tropenmuseum is overheidsfinanciering na 1 januari 2014 onzeker.  Wij roepen de leiding van het KIT op alles in het werk te stellen om het Tropenmuseum open te houden, en vragen de bewindslieden van het ministeries van Buitenlandse Zaken en OCW en de gemeente Amsterdam, om bij te dragen aan de overgangsregeling die dat mogelijk moet maken. Het betreft een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een collectie en museale praktijk die meer is dan particulier KIT eigendom of een nationale publieke zaak: het Tropenmuseum is gedeeld erfgoed van Nederland en de herkomstlanden van deze collecties. Daarmee mag niet worden gepokerd.

Internationale statuur

Het Tropenmuseum is internationaal bekend om zijn tentoonstellingen waarin voor jong en oud de traditie van de (koloniale) volkenkunde betekenis krijgt in de hedendaagse samenleving. Soms staat schoonheid centraal, andere tentoonstellingen confronteren of presenteren de wereldwijde context van culturele diversiteit. De tijdelijke tentoonstellingen zijn omringd door een vaste opstelling die recent met steun van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en een groot aantal fondsen geheel is vernieuwd. Ze vervangt de opstelling die in 1979 werd ontworpen in opdracht van de eerste minister voor ontwikkelingshulp B.J. Udink. Hij gaf het museum de taak de Nederlanders kennis te laten maken met wat toen de ‘Derde Wereld’ werd genoemd. Die term is uit, en het beleid is veranderd. Maar de museologie van het Tropenmuseum en de museale samenwerking in ontwikkelingslanden is inmiddels al decennia lang een voorbeeld voor volkenkundige musea over de hele wereld. In Nederland bezoeken zo’n 180.000 mensen per jaar het museum; TMjunior is altijd volgeboekt.  Dit prestige en deze investeringen staan op losse schroeven.

 Tropenmuseum, Nederland en werelderfgoed

De kracht van het Tropenmuseum berust op de bewuste en niet-normatieve omgang met zijn geschiedenis en het gebouw. Hier staat collectie die organisch is meegegroeid met de Nederlandse geschiedenis: van handelsnatie naar koloniale mogendheid, naar vervolgens een postkoloniale Europese natiestaat in een globaliserende wereld. De objecten, foto’s, archieven, menselijke resten, muziek: ze gaan over samenlevingen ver weg, en tegelijk ook over Nederland zelf. Vanuit alle geledingen van de bevolking zijn in de loop der tijd eigenlijk en oneigenlijk verworven voorwerpen aan het museum toevertrouwd. Nergens in Europa vind je op een plek zo’n historische samenhang tussen koloniale expansie, wetenschapsontwikkeling, industrialisatie, postkoloniale globalisering en nationale geschiedenis. De collecties vormen een belangwekkend en vitaal archief: voor Nederland, maar ook voor de herkomstlanden met wie actieve relaties bestaan. Dat archief laat zich niet met een pennenstreek sluiten. Vereist is een zorgvuldige herschikking binnen het museumbestel, uitgaande van de verplichtingen die Nederland onder de UNESCO- Cultuurconventies is aangegaan. Niet alleen de Amsterdamse grachtengordel is werelderfgoed, ook het Boeddhahoofd van de Borobudur en al die andere grote en kleine kostbaarheden aan de Mauritskade.

Nieuwe fase in internationale samenwerking

De financiering van het Tropenmuseum uit de begroting van ontwikkelingssamenwerking is historisch, en met  de beëindiging ervan treedt een nieuwe fase in. Het KIT werd in 1910 met vooral particulier kapitaal opgericht, en in 1926 geopend door Koningin Wilhelmina in een gebouw met vergelijkbare allure als het Rijksmuseum. Het Rijks ging over de Nederlandse kunst en cultuur, het toenmalig Koloniaal Museum over het Nederlandse rijk overzee. Die verdeling klinkt door tot in de huidige vernieuwde opstellingen van Rijksmuseum en Tropenmuseum en is diep doorgedrongen in ons museale bestel. Beleidsombuiging bij ontwikkelingssamenwerking mag dat bestel niet zo ingrijpend uit het lood slaan.

De huidige crisis vraagt om het ondernemerschap waar het KIT in 1910 mee is gestart en waarop ook minister Ploumen haar beleid stoelt. Maar zo’n vernieuwing is niet te realiseren zonder beleidsafstemming en overgangssteun. Wij roepen u op: gebruik het gebouw, en maak er samen met de stad Amsterdam en zo mogelijk de KNAW een centrum van op het snijvlak van Nederlandse en internationale cultuur en geschiedenis. Voeg de koloniale bibliotheekcollecties van KIT samen met die van het KITLV in Leiden, en versterk het Tropenmuseum als een vensters op de globaliserende wereld. In de beoogde praktische samenwerking met het Rijksmuseum Volkenkunde (Leiden) en Afrikamuseum (Berg en Dal) zal ook financieel de ruimte ontstaan voor een nieuwe fase in het internationaal cultuurbeleid.

Hedy d’Ancona, Annemies Broekgaarden (Rijksmuseum), Hester Dibbits (Reinwardt Academie), Yvonne Donders (UvA), Halleh Ghorashi (Vrije Universiteit), Martine Gosselink( Rijksmuseum), Maria Grever (Erasmus Universiteit), Gerda Havertong  (Actrice/Zangeres/ Theatermaker), Susan Legêne (Vrije Universiteit), Liane van der Linden en Edy Seriese (IWI), Birgit Meyer (Universiteit Utrecht), Myrna Njiokitjien (Stichting Herdenking 15 Augustus 1945), Pamela Pattynama (Universiteit van Amsterdam), Gloria Wekker (prof. em. Universiteit Utrecht)
 

De redactie van historici.nl brengt vakgenoten ook graag op de hoogte van de huidige bezuinigingen die de geschiedwetenschap treffen. Onderstaand twee stukken die werden aangeboden door vakgenoten die zich ernstig zorgen maken over respectievelijk het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en het Tropenmuseum.

We zijn benieuwd naar reacties en meningen van collega historici over de invloed van deze bezuinigingen op het vak en onze beroepsbeoefening. Onderaan de berichten vindt u een mogelijkheid  om uw reacties te geven.

 

Centrum voor Parlementaire Geschiedenis geschokt door bezuinigingsplan

P E R S V E R K L A R I N G

Met verbijstering heeft het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) van de Radboud Universiteit kennisgenomen van het besluit van het kabinet om de subsidie aan het Centrum volledig stop te zetten. Men vindt het CPG geen’ unieke, excellente instelling die noodzakelijk is voor ons wetenschapsstelsel’. Tevens is men van mening dat de werkzaamheden van het centrum door en onder verantwoordelijkheid van de universiteit kunnen worden uitgevoerd.

Binnen het Nederlandse wetenschappelijk stelsel is het CPG in ieder geval op de volgende punten uniek:

1. In 1982 nam het kabinet Van Agt III het besluit financiële middelen aan het CPG beschikbaar te stellen ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek naar de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Dit behelst intensief, kwantitatief en kwalitatief historisch onderzoek in de kernbronnen van de parlementaire geschiedenis. Vanwege omvang en complexiteit van dit onderzoek kan het niet binnen de reguliere universitaire structuren worden verricht. Het fundamentele onderzoek binnen het kernproject is tevens de voedingsbodem voor de expertise die het CPG in belangrijke flankerende werkzaamheden aan de dag legt.

2. Het CPG voert in opdracht talloze onderzoeken uit omdat opdrachtgevers terecht van mening zijn dat het bij uitstek over de noodzakelijke expertise beschikt: Kabinetsformaties in 50 stappen (Raad van State), de geschiedenis van de Tweede Kamer (Tweede Kamer), de verhouding tussen demissionaire kabinetten en parlement in historisch perspectief (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), kiesstelsels (idem), het proces bij nationale verkiezingen (Nationale Kiesraad), Koningin Beatrix aan het woord (Comité 25-jarig regeringsjubileum koningin Beatrix).

3. De valorisatie van het onderzoek vindt kwantitatief en kwalitatief op een uniek niveau plaats. Dat geldt voor de door het CPG gepubliceerde biografieën en voor het Jaarboek

Parlementaire Geschiedenis, voor de bijdragen aan de media en voor de adviezen die aan het politiek bedrijf worden verleend, zoals aan de Eerste Kamer (parlementaire onderzoekscommissie), de Tweede Kamer (evaluatie spoeddebatten) en de deelname van de hoogleraar/directeur aan de Nationale Conventie.

4. Het CPG is een unieke hoeksteen in de internationale en nationale samenwerkingsverbanden op het gebied van de parlementaire geschiedenis.

Verder is het een feit dat de internationale visitatiecommissie het CPG in haar rapport van februari 2013 omschrijft als een uitstekend functionerend instituut binnen de faculteit, waarvan het valoriserende werk ten voorbeeld kan worden gesteld aan andere onderzoeksinstituten:

‘The Centre for Parliamentary History has a reputation for strong, solid authoritative and politically impartial work. (…) The work of Van Baalen and the Centre for Parliamentary History is clearly of considerable national significance. The frequency with which some members of the programme are making media appearances show a very strong impact on public life. This programme is clearly achieving societal impact.(…) The leading role of the CPG within EUParl.net and other initiatives has helped to give it a much broader reach and recognition beyond the Netherlands.’

Directeur en medewerkers Centrum voor Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen

 

 

Houd het Tropenmuseum open

Na de zomer sluit de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) als gevolg van de beëindiging van de medefinanciering vanuit de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Ook voor het Tropenmuseum is overheidsfinanciering na 1 januari 2014 onzeker.  Wij roepen de leiding van het KIT op alles in het werk te stellen om het Tropenmuseum open te houden, en vragen de bewindslieden van het ministeries van Buitenlandse Zaken en OCW en de gemeente Amsterdam, om bij te dragen aan de overgangsregeling die dat mogelijk moet maken. Het betreft een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een collectie en museale praktijk die meer is dan particulier KIT eigendom of een nationale publieke zaak: het Tropenmuseum is gedeeld erfgoed van Nederland en de herkomstlanden van deze collecties. Daarmee mag niet worden gepokerd.

Internationale statuur

Het Tropenmuseum is internationaal bekend om zijn tentoonstellingen waarin voor jong en oud de traditie van de (koloniale) volkenkunde betekenis krijgt in de hedendaagse samenleving. Soms staat schoonheid centraal, andere tentoonstellingen confronteren of presenteren de wereldwijde context van culturele diversiteit. De tijdelijke tentoonstellingen zijn omringd door een vaste opstelling die recent met steun van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en een groot aantal fondsen geheel is vernieuwd. Ze vervangt de opstelling die in 1979 werd ontworpen in opdracht van de eerste minister voor ontwikkelingshulp B.J. Udink. Hij gaf het museum de taak de Nederlanders kennis te laten maken met wat toen de ‘Derde Wereld’ werd genoemd. Die term is uit, en het beleid is veranderd. Maar de museologie van het Tropenmuseum en de museale samenwerking in ontwikkelingslanden is inmiddels al decennia lang een voorbeeld voor volkenkundige musea over de hele wereld. In Nederland bezoeken zo’n 180.000 mensen per jaar het museum; TMjunior is altijd volgeboekt.  Dit prestige en deze investeringen staan op losse schroeven.

 Tropenmuseum, Nederland en werelderfgoed

De kracht van het Tropenmuseum berust op de bewuste en niet-normatieve omgang met zijn geschiedenis en het gebouw. Hier staat collectie die organisch is meegegroeid met de Nederlandse geschiedenis: van handelsnatie naar koloniale mogendheid, naar vervolgens een postkoloniale Europese natiestaat in een globaliserende wereld. De objecten, foto’s, archieven, menselijke resten, muziek: ze gaan over samenlevingen ver weg, en tegelijk ook over Nederland zelf. Vanuit alle geledingen van de bevolking zijn in de loop der tijd eigenlijk en oneigenlijk verworven voorwerpen aan het museum toevertrouwd. Nergens in Europa vind je op een plek zo’n historische samenhang tussen koloniale expansie, wetenschapsontwikkeling, industrialisatie, postkoloniale globalisering en nationale geschiedenis. De collecties vormen een belangwekkend en vitaal archief: voor Nederland, maar ook voor de herkomstlanden met wie actieve relaties bestaan. Dat archief laat zich niet met een pennenstreek sluiten. Vereist is een zorgvuldige herschikking binnen het museumbestel, uitgaande van de verplichtingen die Nederland onder de UNESCO- Cultuurconventies is aangegaan. Niet alleen de Amsterdamse grachtengordel is werelderfgoed, ook het Boeddhahoofd van de Borobudur en al die andere grote en kleine kostbaarheden aan de Mauritskade.

Nieuwe fase in internationale samenwerking

De financiering van het Tropenmuseum uit de begroting van ontwikkelingssamenwerking is historisch, en met  de beëindiging ervan treedt een nieuwe fase in. Het KIT werd in 1910 met vooral particulier kapitaal opgericht, en in 1926 geopend door Koningin Wilhelmina in een gebouw met vergelijkbare allure als het Rijksmuseum. Het Rijks ging over de Nederlandse kunst en cultuur, het toenmalig Koloniaal Museum over het Nederlandse rijk overzee. Die verdeling klinkt door tot in de huidige vernieuwde opstellingen van Rijksmuseum en Tropenmuseum en is diep doorgedrongen in ons museale bestel. Beleidsombuiging bij ontwikkelingssamenwerking mag dat bestel niet zo ingrijpend uit het lood slaan.

De huidige crisis vraagt om het ondernemerschap waar het KIT in 1910 mee is gestart en waarop ook minister Ploumen haar beleid stoelt. Maar zo’n vernieuwing is niet te realiseren zonder beleidsafstemming en overgangssteun. Wij roepen u op: gebruik het gebouw, en maak er samen met de stad Amsterdam en zo mogelijk de KNAW een centrum van op het snijvlak van Nederlandse en internationale cultuur en geschiedenis. Voeg de koloniale bibliotheekcollecties van KIT samen met die van het KITLV in Leiden, en versterk het Tropenmuseum als een vensters op de globaliserende wereld. In de beoogde praktische samenwerking met het Rijksmuseum Volkenkunde (Leiden) en Afrikamuseum (Berg en Dal) zal ook financieel de ruimte ontstaan voor een nieuwe fase in het internationaal cultuurbeleid.

Hedy d’Ancona, Annemies Broekgaarden (Rijksmuseum), Hester Dibbits (Reinwardt Academie), Yvonne Donders (UvA), Halleh Ghorashi (Vrije Universiteit), Martine Gosselink( Rijksmuseum), Maria Grever (Erasmus Universiteit), Gerda Havertong  (Actrice/Zangeres/ Theatermaker), Susan Legêne (Vrije Universiteit), Liane van der Linden en Edy Seriese (IWI), Birgit Meyer (Universiteit Utrecht), Myrna Njiokitjien (Stichting Herdenking 15 Augustus 1945), Pamela Pattynama (Universiteit van Amsterdam), Gloria Wekker (prof. em. Universiteit Utrecht)

– See more at: http://www.historici.nl/Nieuws/Actueel/Woelige%20tijden%20voor%20historici_bezuinigingen%20in%20de%20geschiedwetenschap#sthash.o6YQaDGu.dpuf

Woelige tijden voor historici: bezuinigingen in de geschiedwetenschap – See more at: http://www.historici.nl/Nieuws/Actueel/Woelige%20tijden%20voor%20historici_bezuinigingen%20in%20de%20geschiedwetenschap#sthash.o6YQaDGu.dpuf
Woelige tijden voor historici: bezuinigingen in de geschiedwetenschap – See more at: http://www.historici.nl/Nieuws/Actueel/Woelige%20tijden%20voor%20historici_bezuinigingen%20in%20de%20geschiedwetenschap#sthash.o6YQaDGu.dpuf
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.