Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#Gender
Gepubliceerd op 12-06-2018
Door Jelle Plesman
Jelle Plesman

Zodra je officieel begint, kun je ook officieel falen.

Mijn promotietraject begon, net als een verliefdheid, met kriebels: een artikel in de krant (goh, interessant), een tentoonstelling in een museum (hé, hier wist ik eigenlijk niets vanaf) en een boek in de boekhandel (ah, daar heb ik altijd al eens wat meer over willen lezen). Vaderlandse geschiedenis, de Amerikaanse burgeroorlog en de geschiedenis van cartografie. Alles kwam voorbij. Langzaamaan groeiden de kriebels uit tot vage plannen. Misschien moest ik maar eens een boek gaan schrijven. Of wellicht kon ik nog een extra master volgen. Totdat ik op een avond met een goed glas bier in de hand tegenover mijn voormalig stagebegeleider zat. Hardop filosoferend zei ik dat ik graag weer “iets” wilde doen met geschiedenis, maar niet goed wist wat. Waarop hij zei: “heb je wel eens nagedacht over promoveren?”

Dat had ik niet. Ik was afgestudeerd, had een baan gevonden en was ondertussen al weer een aantal jaar “gewoon” aan het werk. Ik had helemaal niets meer met de universiteit en de wetenschappelijke wereld. Het idee van promoveren was dan ook nieuw, maar het begon wel steeds meer te trekken. Ik regelde dat ik parttime kon werken en zo had ik tijd om het idee verder te verkennen.

De volgende stap was het vinden van een onderwerp. Vanwege mijn stage bij de Koninklijke Marine leek het logisch om in het maritieme verleden van Nederland te duiken. Na veel lezen had ik ook een potentieel promotieonderwerp gevonden: de organisatie van de Geuzen Marine 1568-1597. Maar toen ik op een verloren zondagmiddag nog eens rustig naar dit onderwerp keek begon ik sterk te twijfelen. Rationeel kon ik uitleggen waarom dit een goed onderwerp was. Gevoelsmatig helemaal niet. Ik zag er behoorlijk tegenop om vier tot zes jaar met dit onderwerp aan de slag te gaan.

Hierop volgde heel wat wikken en wegen. Wat me vooral dwars zat was de gedachte dat gevoel niets te zoeken heeft in de rationele wereld van de wetenschap. Als je iets logisch kunt beredeneren dan is het wetenschappelijk en is het dus goed. Toen ik dit losliet en toestond dat mijn promotie niet alleen voor de wetenschap was, maar ook een beetje voor mezelf kon ik het maritiem verleden met een gerust hart laten varen.

Het vinden van een nieuw onderwerp ging gelukkig vele malen sneller. Ik ging voor mijn boekenkast zitten en heb de boeken eruit gepakt die mij het meest aanspraken. Na een korte zoektocht kwam ik uit bij het Nederlandse buitenlands beleid tijdens de Luxemburgse Crisis in 1867.

Met een onderwerp onder de arm werd het tijd voor de volgende stap: officieel beginnen. Voor iemand die lange tijd buiten de wetenschap heeft gestaan vond ik het best lastig om daar terug te keren. Misschien was het mijn ontzag voor de ivoren toren. Misschien kwam het omdat de websites van veel universiteiten alles behalve uitnodigend zijn als het op promoveren aankomt. Maar het idee om “zomaar” een professor te benaderen voelde vreemd. Is dit hoe het hoort? Wat zullen ze vinden van mijn ideeën? Ben ik wel wetenschappelijk genoeg? Deze stap hing (achteraf gezien) samen met een andere stap.

Dit was de mentale stap om te komen van: “ik denk erover om te gaan promoveren” naar “ik ben aan het promoveren”. In de verkennende fase had ik nog veel vrijheid. Ik kon lekker lezen, af en toe een stukje schrijven en een beetje nadenken over een onderwerp. Allemaal in mijn eigen tijd en eigen tempo. Er was niemand die over mijn schouder mee keek en mij aansprak op een gebrek aan voortgang. Op borrels en verjaardagen kon ik nog wegkomen met “ik ben aan het kijken of promoveren wellicht iets voor me is”. En met kijken of het iets voor je is kun je eigenlijk niet de mist in gaan. Maar zodra je zegt dat je iets gaat doen, moet je het ook waarmaken. Zodra je officieel begint kun je ook officieel falen.

Wat me over deze drempel heeft geholpen kan ik moeilijk achterhalen. Ik denk dat het uiteindelijk gewoon een kwestie was van het zetten van een eerste kleine, praktische, stap. Ik ben naar een KNHG-workshop over duaal promoveren gegaan en heb na afloop nog even nagepraat met een van de sprekers. Vervolgens nodige hij me uit voor een kopje koffie om nog eens door te praten over mijn idee. Vandaar ben ik stapje voor stapje verder gegaan en nu ben ik buitenpromovendus bij het Dual PhD Centre van de Universiteit Leiden. Ondertussen ben ik onbewust hardop gaan zeggen dat ik promovendus ben (en schrijf ik het zelfs in een blog). Als ik dat kan, dan gaat de rest van het promoveren min of meer vanzelf… toch?

Jelle Plesman
Jelle Plesman studeerde Geschiedenis en Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na een aantal jaar werken in een ‘normale’ baan begon het geschiedenisbloed toch weer te borrelen. Sinds 2017 is hij als duaal promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden en doet hij onderzoek naar het Nederlands buitenlands beleid tijdens de Luxemburgse Crisis van 1867. Naast zijn interesse in de internationale politiek van de lange negentiende eeuw schrijft Jelle ook graag over maritieme geschiedenis en het leven als buitenpromovendus.
Alle artikelen van Jelle Plesman
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.