Historici.nl





Gepubliceerd op 16-09-2021

Blog – De foto van Fruin

Via LinkedIn kwam ik een post tegen van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG). In de post was een kort filmpje, of eigenlijk een bewegende foto, te zien van Robert Fruin met een voice-over die aandacht vroeg voor de volgende Historicidagen. Op zich leuk bedacht, maar ik voelde me er ook een beetje ongemakkelijk bij. Uit het blog Deepfake in de bibliotheek van Kees Teszelszky en de personen die daar weer aangehaald worden, blijkt dat ik niet de enige ben. Hoe komt dit? Waar komt dit ongemak vandaan? 

Ten eerste is er sprake van de ‘uncanny valley’: het idee dat er een verband is tussen de gelijkenis van een afbeelding (of bijvoorbeeld een mensachtige robot) en de emotionele reactie die wij er bij hebben. Moderne technologie maakt het steeds beter mogelijk de werkelijkheid te benaderen, maar omdat de technologie nog niet perfect is ontstaat er onbewust een ongemakkelijk gevoel. Je kunt niet hardop uitleggen wat er schort aan een bepaald beeld, maar ergens voel je dat er iets niet klopt. Dit gevoel had ik heel duidelijk bij de bewegende foto van Fruin. Als je hierbij optelt dat het gaat om een overleden persoon, en dat overleden personen in de regel alleen in beweging komen in horrorfilms, worden de onbehagelijke onderbuikgevoelens nog begrijpelijker.

De bewegende foto van Robert Fruin met voice-over om aandacht te vragen voor de Historicidagen

Maar het gevoel van ongemak gaat verder. Toen ik de bewegende Robert Fruin zag, schoot me te binnen dat deze techniek ook misbruikt kan worden voor propagandadoeleinden. Het is bekend dat de steun voor de Nazipartij mede werd veroorzaakt door het charisma en de overredingskracht van Hitler. De opnames van de massabijeenkomsten in Nazi-Duitsland maken dat duidelijk, en de beelden ervan worden ongetwijfeld gebruikt op duistere websites om het verderfelijke gedachtengoed verder te verspreiden. De bewegende foto van Fruin illustreert dat het binnenkort ook mogelijk zal zijn gedachtengoed tot leven te wekken van personen die nooit zijn gefilmd. Het lijkt me niet ondenkbaar dat met bestaand bronnenmateriaal bijvoorbeeld keizer Wilhelm II (en zijn ideeën over het Duitse Rijk) of Jefferson Davis (en zijn ideeën over slavernij in de Verenigde Staten) tot leven kunnen worden gewekt. Of wat dacht u van Raspoetin? Op stilstaande foto’s is zijn hypnotiserende kracht al bijna voelbaar, bewegend en sprekend is hij vermoedelijk helemaal niet te weerstaan. 

Een andere vraag die mij bekroop, is: hoe ver mogen we gaan met het tot leven wekken van overleden personen? Onder bepaalde voorwaarden is het toegestaan een foto van een overledene te publiceren, en de bewegende KNHG-foto zal daar ook nog wel onder vallen, maar vervolgstappen zijn akelig dichtbij. Na een bewegende foto volgt logischerwijs een sprekende foto, eerst met teksten van de persoon in kwestie en vervolgens, op basis van tekstanalyse, uitspraken ‘in de stijl van’ de overledene. Misschien draaf ik door, maar ik zie in de iets verdere toekomst ook mogelijkheden voor reconstructie van de stem (een 3D-model van het strottenhoofd, de schedel en bijbehorende spieren?) en interactie met de digitale persoon, met vraag en antwoord op basis van slimme programmering (we spreken nu al met Alexa van Amazon). Vanuit historisch perspectief lijkt dit fantastisch. We komen immers steeds dichter bij het reconstrueren van het verleden, maar de overledene heeft hier nooit om gevraagd. In de discussie over privacy op het internet komt soms het concept van het ‘recht om vergeten te worden’ naar voren. Maar hoe zit het met het ‘recht om niet tot leven gewekt te worden’?

Dit brengt me bij mijn laatste punt. Als men mij vraagt waarom ik onderzoek doe naar de negentiende eeuw, antwoord ik vaak: ‘omdat alle hoofdpersonen al lang dood zijn en zich dus niet meer met m’n werk kunnen bemoeien’. Uiteraard een flauwe grap, maar met een kern van waarheid. Als het lukt om mensen uit het verleden meer en meer tot leven te wekken, zal hun impact op de geschiedschrijving meer en meer groeien. Kijk naar historici van het recente verleden die gebruikmaken van interviews – een weg vol hobbels, kunnen zij u vertellen. En wat dacht u van biografen die wel erg veel sympathie hebben voor de hoofdpersoon van hun studie? De kans op sympathiseren met, en het goedpraten van het handelen van een persoon vergroot als hij dichterbij komt, als hij menselijker wordt. Bij Robert Fruin is dit al een klein beetje gelukt.

Ik heb niet direct een antwoord op de kwesties die ik hierboven aanstip. Ik weet echter één ding zeker: de technologie marcheert onverbiddelijk voort. Fotografie, bewegende film, sprekende film, digitale film; wat uitgevonden wordt, wordt gebruikt. Bewegende foto’s en nog slimmere digitale reconstructies zijn de toekomst. Laten we deze toekomst met een gezonde dosis historisch besef tegemoet treden.


Jelle Plesman studeerde Geschiedenis en Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na een aantal jaar werken in een ‘normale’ baan begon het geschiedenisbloed toch weer te borrelen. Sinds 2017 is hij als duaal promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden en doet hij onderzoek naar het Nederlands buitenlands beleid tijdens de Luxemburgse Crisis van 1867. Naast zijn interesse in de internationale politiek van de lange negentiende eeuw schrijft Jelle ook graag over maritieme geschiedenis en het leven als buitenpromovendus.
Alle artikelen van Jelle Plesman
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.