De tijd van het take-home essay is voorbij. Hoe AI het geschiedenisonderwijs dwingt te veranderen

In het geschiedenisonderwijs raakt het gesprek over generatieve AI vaak gevangen in een vicieuze cirkel van verbijstering, ontkenning en paniek, waarbij een schaduw van wantrouwen over de ethiek van onze studenten wordt geworpen. De discussie richt zich bijna uitsluitend op het ‘gevaar van fraude’. Bovendien wordt ‘AI’ besproken in algemene termen, zonder verdere analyse, terwijl veel deelnemers aan de discussie zich nooit serieus hebben beziggehouden met de tools die ze veroordelen. Wanneer een student een paper inlevert met gehallucineerde citaten, vinden veel collega’s daar een vreemde troost in (“Zie je wel? Het werkt niet!”), alsof de imperfectie van AI bewijst dat de dreiging niet reëel is.
Maar we voeren het verkeerde gesprek. Een tool bekritiseren omdat deze verkeerd wordt gebruikt, is als soep eten met een vork en vervolgens al het bestek nutteloos verklaren. Belangrijker: deze paniek weerhoudt ons ervan de werkelijke uitdaging onder ogen te zien. Het probleem is niet dat onze studenten lui zijn (dat zijn ze niet). Het probleem is dat AI in enkele jaren een van onze meest essentiële beoordelingsinstrumenten fundamenteel heeft ondermijnd: het take-home essay.
Decennialang functioneerde het essay als een indicator voor een reeks cognitieve vaardigheden die we willen bijbrengen: kritische analyse, synthese van bronmateriaal en heldere argumentatie. Het werkte omdat we er redelijkerwijs van uit konden gaan dat een student zelf aan het werk moest om een goed geschreven essay te produceren.
Die aanname kan de prullenbak in. Net zoals je kinderen geen deelsommen laat maken met een rekenmachine als je hun rekenvaardigheden wilt toetsen, kunnen we met het take-home essay niet langer vaststellen of studenten zelf kunnen denken.
Deze nieuwe realiteit veroorzaakt een fundamentele crisis van wat pedagoog John B. Biggs constructive alignment heeft genoemd. Dit principe stelt dat ons onderwijs drie componenten op elkaar moet afstemmen: a) leerdoelen (wat we willen dat studenten leren); b) beoordelingsmethoden (het ‘aanvaardbare bewijs’ dat ze dat geleerd hebben); en c) leeractiviteiten (wat studenten doen om te leren).
Generatieve AI heeft onze doelstellingen niet veranderd. We willen nog steeds dat studenten de cruciale vaardigheden van een historicus beheersen: een primaire bron analyseren, gebeurtenissen in hun context plaatsen, en een betoog kunnen opbouwen. Maar het heeft onze belangrijkste beoordelingsmethode volledig ondermijnd. Zoals Felienne Hermans (VU) onlangs in een debat over AI en onderwijs opmerkte: “vaak hebben we als docenten aan de universiteit het inleveren van een goed essay verward met goed kunnen nadenken”. Het take-home essay is niet langer betrouwbaar ‘aanvaardbaar bewijs’.
De uitdaging is niet uniform. In eerstejaarsvakken, waar we vaak testen of studenten de belangrijkste concepten en chronologie begrijpen, werkt een schriftelijk tentamen nog steeds uitstekend. Bij het begeleiden van afstudeerscripties geeft onze voortdurende intellectuele dialoog ons het vertrouwen dat het eindproduct daadwerkelijk hun eigen werk weerspiegelt. De echte crisis ligt in het midden: in die tweede- en derdejaarsvakken waar studenten overgaan van het leren over geschiedenis naar het leren hoe ze historicus moeten zijn. Dit zijn de vakken waar het essay ons belangrijkste instrument was voor het ontwikkelen en beoordelen van procesgerichte vaardigheden zoals analyse en synthese.
Wat moeten we dan doen? Allereerst moeten we het geloof loslaten dat we het gebruik van generatieve AI kunnen vermijden, ontmoedigen of bestraffen. Dat is een doodlopende weg. Binnen enkele jaren zullen deze tools net zo diep geïntegreerd zijn in het lees- en schrijfproces als de spellingcontrole of de ‘Ctrl+F’-functie vandaag de dag. Sterker nog, dit is al het geval. AI-gegenereerde samenvattingen verschijnen naast pdf’s in Adobe Reader en op Google Scholar. Tekstverwerkers zoals Google Docs kunnen hele alinea’s opstellen op basis van een paar korte notities.
De enige haalbare oplossing is om onze beoordelingen af te stemmen op het meten van het denkproces van de student en niet alleen op het eindproduct.
Dit betekent allereerst een nadruk op mondelinge componenten. De krachtigste en meest directe oplossing is om mondelinge verdedigingen verplicht te stellen voor alle belangrijke onderzoeksopdrachten. Studenten moeten nog steeds het schrijfwerk doen – een essentieel proces – maar moeten vervolgens ‘achter hun argumenten staan’. In een gesprek van vijftien minuten wordt meteen duidelijk of de student de bronnen werkelijk begrijpt. Het essay wordt nog steeds beoordeeld, maar de mondelinge verdediging stelt ons in staat te verifiëren dat het werk de eigen denkarbeid van de student weerspiegelt.
Dit kan worden aangevuld met andere mondelinge en procesgerichte beoordelingen. Flipped classroom-activiteiten, beoordeelde peer-reviewsessies en korte videoreflecties dwingen studenten om hun ideeën in real time te verwoorden, waardoor hun intellectuele betrokkenheid op een manier zichtbaar wordt die een door AI gepolijste tekst niet kan bieden.
Rens Bod (UvA) benadrukt in hetzelfde debat dat deze verschuiving naar mondelinge toetsing onvermijdelijk is, maar erkent ook de consequenties: het is ‘heel arbeidsintensief.’ Hij trekt daaruit de logische conclusie: we hebben niet minder, maar juist meer personeel nodig in het hoger onderwijs. Snelle oplossingen bestaan niet. De urgentie is reëel, en daarom is het des te belangrijker dat we ons uitspreken voor structurele investeringen in het hoger onderwijs, zoals tijdens de landelijke staking op 9 december.
In zekere zin kan deze ‘crisis’ ook een kans zijn. Ze dwingt ons om terug te keren naar fundamentele vragen over wat we willen bereiken. Om dit zinvolle gesprek te kunnen voeren, moeten we echter ook onze aanvankelijke paniek achter ons laten en ons serieus verdiepen in de tools zelf. Dit begrip stelt ons in staat om onze angst om te zetten in nieuwsgierigheid.
De tijd van het take-home essay is voorbij. Maar het einde van dit tijdperk stelt ons in staat om creatievere, bewustere en uiteindelijk betere docenten te zijn.
