Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed en herinneringscultuur
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 20-01-2021

Dossier Ecogeschiedenis – Dieren, mensen en globalisering

Mens-dierrelaties waren de afgelopen jaren haast voortdurend in het nieuws. Er was bijvoorbeeld het bericht dat de nazaten van ontsnapte nijlpaarden uit de zoo van drugsbaron Pablo Escobar zich verspreidden als een invasieve soort in de jungles van Columbia. Er waren krantenartikelen over migrerende ooievaars die steeds vaker overwinterden op Spaanse stortplaatsen waar ze leefden van ‘junk food’. Er was de Britse vacature voor een ‘bison ranger’ die de herintroductie van Europese bizons in het Verenigd Koninkrijk moest begeleiden. Er was uiteraard een eindeloze stroom aan krantenstukken en opiniebijdragen over ‘oprukkende wolven’ in Nederland – die via ecoducten vanuit het oosten hun weg naar West-Europa vonden. En er was, ten slotte, veel speculatie over de vraag of Covid-19 zijn oorsprong vond in de verkoop van schubdieren op de ‘wet markets’ van Wuhan.

Wat opvalt aan deze voorbeelden is dat ze allemaal een grensoverschrijdende component hebben. De berichten betreffen niet-gedomesticeerde dieren die bewegen (of bewogen worden) over grote afstanden. Dat maakt ze nieuwswaardig en in vele gevallen controversieel. De vraag rijst immers al snel waar dergelijke dieren eigenlijk thuishoren. Wat moet een Afrikaans dier als het nijlpaard in Colombia? Zijn ooievaars die overleven op menselijk afval en die niet langer migreren nog wel ‘natuurlijk’? Is er in het drukbevolkte West-Europa nog plaats voor grote zoogdieren als bizons en wolven? En moeten Chinese ‘wet markets’ met schubdieren niet worden verboden? De vaak verhitte discussies over dergelijke vragen kunnen erg verhelderend zijn. In die discussies worden immers denkbeelden en idealen die meestal impliciet blijven, expliciet gemaakt. Dieren worden daarbij haast letterlijk een plaats toegewezen.

De controverses zijn uiteraard niet nieuw. De afgelopen eeuw waren dierenbewegingen haast voortdurend aan de orde van de dag. De menselijke impact op de planeet kende tijdens de twintigste eeuw zijn zogenaamde ‘Great Acceleration’, die zich onder meer uitte in een grootschalige destructie van dierlijke habitats. Wilde dieren werden op die manier beperkt in hun bewegingsruimte. Tegelijkertijd echter maakte de globalisering ook nieuwe dierenbewegingen mogelijk. De verspreiding van invasieve ‘exoten’, de herintroductie van lokaal uitgestorven soorten en de handel in wilde dieren kregen allemaal een impuls door de uitbouw van een steeds dichter transnationaal transportnetwerk. Wetenschappers zouden dierenbewegingen in toenemende mate bestuderen, terwijl wetgevers en beleidsmakers ze probeerden te managen en controleren. Dezelfde dierenbewegingen werden daarenboven het voorwerp van discussie in de media. Beelden van wilde dieren circuleerden op een ongeziene schaal en met toenemende snelheid, waardoor een emotionele connectie over grote afstand kon ontstaan. In de jaren 1970 toonden bijvoorbeeld Amerikaanse tieners zich plots bezorgd over het lot van migrerende walvissen aan de andere kant van de wereld.

Historici van de globalisering hebben traditioneel veel aandacht gehad voor mobiliteit. Ze focusten met name op de beweging van mensen, producten, ideeën en kapitaal. Dierenbewegingen – en de verschillende manieren waarop mensen daarmee omgaan – staan echter nauwelijks op de agenda. Dat is jammer, want op die manier kan de indruk ontstaan dat globalisering louter op mensen en hun maaksels betrekking heeft. Dat klopt uiteraard niet. Ook dieren zijn betrokken in het globaliseringsproces – net als planten, ziektekiemen en ecosystemen.

A.G.N. Wyatt, Ocean Passages for the World compiled by Boyle T. Somerville. Second Edition revised by A.F.B. Woodhouse. London: Hydrographic Department of the Admiralty, 1950 (Wikimedia commons)

In het door de NWO gefinancierde Vici-Project ‘Moving Animals’ stellen we dierenbewegingen en de veranderende menselijke omgang met die bewegingen centraal. Aan de hand van case studies onderzoeken we zowel hoe dierenbewegingen veranderden als de manieren waarop mensen die bewegingen begrepen, representeerden en trachtten te controleren. In het verlengde van een recente trend in de environmental humanities, willen we daarbij voorbij de tegenstelling tussen natuur en cultuur kijken. Als het gaat over de bewegingen van wilde dieren over grote afstanden zijn de twee immers vanzelfsprekend verknoopt. Het menselijk handelen beïnvloedt (of initieert zelfs) de bewegingen van dieren die op hun beurt weer een impact hebben op het menselijk handelen en denken. De omzwervingen van walvissen worden bijvoorbeeld beïnvloed door de scheepvaartroutes, de walvisjacht, de door de mens veroorzaakte klimaatverandering en internationale natuurbeschermingsconventies. Die laatste steunen dan weer op veranderende wetenschappelijke inzichten, beleidsprioriteiten en populaire representaties.

In dit alles is globalisering op verschillende wijzen in het geding. Wereldwijde transportnetwerken hebben natuurlijk een directe impact op de verspreiding van soorten – zowel in positieve als in negatieve zin. Dezelfde drukke scheepvaartroutes die de walvismigratie verstoorden, verspreidden andere soorten over de hele wereld. Dergelijke verspreiding kon bewust gebeuren (bijvoorbeeld in het geval van handel in dierentuindieren), maar net zo goed onbewust (bijvoorbeeld in het geval van invasieve zebramossels die meereisden in ballastwater). Bovendien is niet alleen de dierlijke mobiliteit zélf, maar ook de manier waarop ze wordt bestudeerd, geïnterpreteerd en gestuurd onderhevig aan globalisering. Er ontstonden in de twintigste eeuw internationale samenwerkingsverbanden om ooievaarsroutes in kaart te brengen. Multinationale mediabedrijven als National Geographic wekten wereldwijd sympathie voor wolven. Dierentuinen zetten grensoverschrijdende kweekprogramma’s op voor Europese bizons. En Escobar gebruikte de netwerken van de internationale misdaad om (illegaal) aan zijn nijlpaarden te komen.

Globalisering, zo wordt traditioneel aangenomen, komt met een toename van connectiviteit over grote afstanden. Die toenemende verbindingen betreft niet alleen menselijke actoren. Het gaat ook om schubdieren en walvissen, zebramossels en Europese bizons. En natuurlijk de nijlpaarden van Pablo Escobar.

Raf De Bont is hoogleraar geschiedenis van de wetenschap en het milieu aan het departement geschiedenis van de Universiteit Maastricht.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.