Voorkom de sluiting van het Onderwijsmuseum, erfgoed dat essentieel is voor de democratie

Door Tina van der Vlies en Hilda Amsing — Gepubliceerd op

Tina van der Vlies en Hilda Amsing publiceerden dit artikel eerder in de Volkskrant, 22 april 2025.

Nederland dreigt achteloos anderhalve eeuw aan onderwijsgeschiedenis uit te wissen, juist op het moment dat het zichzelf opnieuw moet afvragen wat democratie en burgerschap betekenen!

De onderwijsinspectie slaat alarm: op een meerderheid van de scholen voldoet het burgerschapsonderwijs niet aan de eisen. In zijn recente jaarverslag doet de Raad van State daar nog een schep bovenop door te waarschuwen dat de Nederlandse democratie onder druk staat.

Deze signalen zijn geen toeval, maar wijzen op een dieperliggend probleem: we raken de kennis, waarden en verhalen kwijt die essentieel zijn voor goed onderwijs en een duurzame democratie. Deze verwaarlozing bereikt nu een nieuw dieptepunt: het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezuinigt niet alleen op het onderwijs, maar ook op het geheugen ervan.* Door het wegvallen van subsidies moet het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht zijn deuren sluiten. Daarmee gaat ’s werelds grootste collectie aan onderwijserfgoed verloren. Een tastbare geschiedenis van anderhalve eeuw onderwijs, emancipatie en burgerschapsvorming.

Onderwijsmuseum Dordrecht, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Welk land wist zo achteloos honderdvijftig jaar onderwijsgeschiedenis uit, juist op het moment dat het zichzelf opnieuw moet afvragen wat democratie en burgerschap betekenen? Het verlies van ons onderwijserfgoed is geen randzaak. Het is een teken aan de wand. Een samenleving die haar educatieve geheugen wist, weet straks niet meer wie ze is, laat staan waar ze naartoe moet. Inzicht in het verleden biedt huidige uitdagingen iets essentieels: context en reflectie.

Laboratorium

Ons onderwijsverleden onthult niet alleen hóe en wat we vroeger leerden, maar ook waarom. Het laat zien welke idealen, normen en waarden werden overgedragen, welke onderwijsvernieuwingen wel of niet succesvol waren en hoe maatschappelijke veranderingen het onderwijs hebben gevormd.

Het museum biedt dus niet zomaar een blik op een stoffig verleden, maar stof tot nadenken en handvatten voor de toekomst. Het herbergt een schat aan bronnen en is daarmee een laboratorium voor de toekomst: een onmisbare werkplaats voor de verbetering van ons onderwijs, juist in tijden van complexe uitdagingen. Dit blijkt ook uit de praktijk: jaarlijks bezoeken duizenden leerlingen en studenten – waaronder de toekomstige onderwijzers van Nederland – het museum op zoek naar kennis, inzicht en inspiratie.

Achteruitkijkspiegel

Het Onderwijsmuseum is een kompas en spiegel tegelijkertijd. Onderzoek toont aan dat de ideeën die we op school opdoen, bepalend zijn voor hoe we later in het leven staan, zoals bijvoorbeeld de Franse historicus Marc Ferro laat zien in zijn werk The Use and Abuse of History: Or How the Past Is Taught to Children. Het museum biedt bezoekers de mogelijkheid om kritisch na te denken over die ideeën en hun visie op de wereld te herzien. Het onderwijsverleden is geen bijzaak, maar de sleutel tot begrip, bewustwording en toekomstgericht denken. Zonder die achteruitkijkspiegel rijden we blind de toekomst in.

Wij vinden dat het onderwijsverhaal van Nederland een blijvende plaats moet behouden in onze museale en culturele infrastructuur. Het huisvest tastbaar erfgoed – van experimentele leermachines en nazipropaganda voor de jeugd tot koloniale schoolplaten en oude schoolboeken. Deze objecten helpen ons begrijpen hoe onderwijs onze samenleving heeft gevormd. Ze tonen wat kinderen leerden over hun land, de wereld en anderen.

Bewustzijn

Dit erfgoed laat zien hoe ideeën over cultuur en identiteit zijn doorgegeven in woorden, beelden en materialen. Het bewaren van dit erfgoed stelt ons in staat het verleden te leren kennen en kritisch te bevragen. Burgerschap en democratie kunnen alleen standhouden wanneer we ons bewust zijn van de wortels waarop ze zijn gebouwd.

Bescherm het Onderwijsmuseum! Zonder dit kennisinstituut verliest Nederland niet alleen zicht op zijn verleden, maar ook de kans om het onderwijs van morgen te verrijken met de lessen van gisteren.

 

Deze oproep is ondertekend door de volgende wetenschappers in de onderwijs- en cultuurgeschiedenis van Nederland

Nelleke Bakker (RUG), Gert Biesta (UE & MU), Carla van Boxtel (UvA), Jan Bransen (RU), Sjaak Braster (EUR), Geert ten Dam (UvA), Jeroen Dekker (RUG), Mineke van Essen (RUG), John Exalto (RUG), Maria Grever (EUR), Lourens van Haaften (RUG), Harm Kaal (RU), Ton van Kalmthout (UL), Sjoerd Karsten (UvA), James Kennedy (UU), Inger Leemans (VU), Sanne Parlevliet (RUG), Pieter van Rees (UvH), Pieter Slaman (UL), Henk te Velde (UL), Marc Vermeulen (TIAS/TiU), Sietske Waslander (TIAS/TiU), Lies Wesseling (UM), Johannes Westberg (RUG), Micha de Winter (UU).

 

Toevoeging 18 maart 2026:
*Bij aanvang van de regeerperiode van het kabinet-Jetten wordt door het ministerie OCW niet verder bezuinigd op het onderwijs. Tegelijkertijd worstelen we nog met de gevolgen van het vorige kabinet, waardoor dringende uitdagingen voor kwaliteit en toegankelijkheid blijven bestaan. Red het Onderwijsmuseum!

Over de auteur

Tina van der Vlies en Hilda Amsing

Tina van der Vlies is universitair hoofddocent geschiedenis, erfgoed en onderwijs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hilda Amsing is hoogleraar Nederlandse onderwijsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Beiden zijn lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Bekijk alle artikelen van deze auteur