Historici.nl





Gepubliceerd op 10-11-2025

AI als gevaar voor een menselijke geschiedwetenschap: ervaringen van een examencommissie

Begin september, het openingscollege voor eerstejaarsstudenten Geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Ik sta voor 180 enthousiaste historici in de dop en begin over een weinig prikkelend onderwerp: de examencommissie en wat die betekent voor studenten. De aandacht verslapt. Tot ik bij het onderwerp ‘AI’ aankom en uitleg dat hier facultaire richtlijnen voor bestaan, die inhouden dat ‘de output van GenAI-toepassingen niet als je eigen werk’ gepresenteerd mag worden. Vijf, zes vingers schieten omhoog. Elk heeft een voorbeeld van een AI-praktijk, gekoppeld aan de vraag of dat óók geldt als plagiaat, of wil weten hoe docenten eigenlijk op AI controleren? De pauze wordt ingekort.

De introductie van AI overviel de universiteiten twee jaar geleden als een storm. Ineens bleek het mogelijk om essays van enig niveau met één druk op te knop te genereren. Al snel kwam het eerste evident door AI gegenereerde essay bij onze examencommissie Geschiedenis binnen. Uiterst wollig, abstract en repetitief taalgebruik, opvallende stijlbreuken, en bovenal: geen directe analyse van primaire bronnen. De student bleek in tijdnood ChatGPT een essay te hebben laten produceren op basis van een eigen kladje. Hij vond dit gelegitimeerd want ‘het was zijn idee’. Op basis van het Onderwijs- en Examenreglement (OER) werd het oordeel geveld: dit was fraude, ofwel ‘elk handelen of nalaten van een student dat naar zijn aard is gericht op het geheel of gedeeltelijk onmogelijk maken van een juist oordeel over kennis, inzicht en vaardigheden van de student’.

Er werden facultaire richtlijnen opgesteld en we ontwikkelden een onderzoekspraktijk bij AI-fraudemeldingen: check op voornoemde taal- en stijlkenmerken en op gefingeerde verwijzingen. Ga in gesprek met studenten en vraag om inzage in AI-chatlogs. Het gebruik van AI-detectoren als ZeroGPT zetten we al gauw overboord vanwege onbetrouwbaarheid. De aanname achter dit beleid was (en is) dat we het belangrijk vinden dat studenten zélf literatuur en bronnen lezen en daar een betoog over kunnen schrijven. Maar nu blijkt dat AI-gebruik onder studenten zeer wijdverbreid is, is het de vraag of we niet met een fundamentele verschuiving van het wetenschappelijk bedrijf te maken hebben, en achter de feiten aanhollen.

Intussen zijn er fascinerende gevallen voorbij gekomen. De student die tot het uiterste ging om na commentaar van zijn docent elke passieve vorm met AI uit zijn tekst te hameren (in orde, want taal- en stijlcorrectie mág). De student die moeite had met Engelstalige literatuur, hier AI begrijpelijke uitleg over liet genereren, om die vervolgens een-op-een in haar paper te plakken, compleet met stukken secundaire brontekst erin (wel plagiaat). De student die AI als manusje-van-alles gebruikte: het lezen van literatuur, het componeren van paragrafen en alinea’s, en het vinden van argumenten in de literatuur om in de alinea’s te plakken (betrapt, want AI hallucineerde argumenten en verwijzingen). De student die AI opdracht gaf zijn tekst ‘academischer’ te maken, waarna deze bol kwam te staan van quasi-gezaghebbend taalgebruik (plagiaat, want AI deed inhoudelijke toevoegingen).

Het toont vooral de begrijpelijke onzekerheid die studenten voelen bij de eisen die we stellen aan academisch werk, terwijl de lees- en schrijfvaardigheid die zij aangeleerd krijgen op de middelbare school al jaren achteruit holt. Het toont ook het belang van gericht en invoelend commentaar van docenten, van persoonlijke begeleiding. Allemaal zaken die in tijden van structurele bezuiniging en inhoudelijke verarming van het onderwijs onder zware druk staan.

Intussen klinkt het geluid dat AI ‘omarmd’ moet worden op de universiteiten volop. Universiteitsbestuurders en onderwijskundigen presenteren een toekomst met AI als onvermijdelijk. Ook sommige collega-historici hebben AI een plek gegeven in hun métier, en binnen Geschiedenisopleidingen lopen pilots, waarbij studenten aangemoedigd worden om onderzoeksvragen met AI te verzinnen en – zo heet het – AI-output kritisch te checken. Vooralsnog ben ik van de toegevoegde waarde hiervan niet erg onder de indruk. On the spot schrijven, en formatief en mondeling toetsen worden veel genoemd als manieren om toch nog de kennis en vaardigheden van studenten te controleren. Maar kan dit het lange historische essay, nog altijd dé vorm waarin geschiedwetenschappers over hun onderzoeksresultaten communiceren, vervangen?

De bezwaren tegen AI-gebruik zijn legio: het gigantische stroom- en watergebruik, de talloze data centers, het stelen van door mensen geproduceerde tekst om het gehusseld weer aan te bieden, het gebruik van kwetsbare groepen bij de training ervan. De toenemende afhankelijkheid van aan autocraten gelieerde Big Tech-miljardairs, die hun eigen plannen met AI hebben. De AI-ficatie van het dagelijks leven: Ouders van nu tipt de creatie van AI-speelmaatjes voor kleuters. AI-psychoses zullen wel spoedig in de DSM worden opgenomen. Dit terwijl AI-samenvattingen niet beter worden, maar slechter, en in de nieuwe modellen de hallucinaties juist toenemen.

Het grootste gevaar is mijns inziens echter dat mensen, inclusief studenten en wetenschappers, het vermogen om zelf kritisch te denken verliezen. Want zélf lezen, zélf aantekeningen maken, zélf schrijven – alles doordenken, afwegen, analyseren, ploeteren, (her)ordenen, (her)schrijven – dát is denken. Alleen zo leren we als mens om grote hoeveelheden informatie te verwerken, er zelf een lijn in aan te brengen, zelf positie te kiezen, zelf kritisch te worden, zelf argumenten te bedenken, met andere woorden: dat wat ons mens maakt. En historicus maakt.

Zelfs als er een ethische en accuratere AI ontwikkeld zou worden: wat winnen we wanneer (geschied)wetenschap neer zou komen op het ‘curaten’ van door AI gegenereerde ‘content’? Als we AI vóór ons literatuur en bronnen laten lezen, daar een degelijk uitziende impressie van laten produceren, vóór ons een verhaal laten schrijven dat wij enkel nog hoeven te checken op evidente fouten, en het goed vinden wanneer het de schijn wekt van een redelijk betoog? Wat hebben we dan in handen?

Onze opleiding is per dit jaar voornemens zich niet neer te leggen bij het onvermijdelijkheidsvertoog. We gaan de AI-richtlijnen actief uitdragen en doorlopend met studenten bespreken. Vragen om reflectieparagrafen in werkstukken waarin studenten toelichten of en waarom ze AI hebben gebruikt, en wat ze ervan hebben geleerd. Veel sterker inzetten op historische beroepsethiek. En ja, blijven handhaven wanneer het kan en moet. De waarde van geschiedenis voor het menszijn is te groot om het niet te doen.

Avatar foto
Adriejan van Veen (1984) promoveerde in 2014 op een proefschrift over onafhankelijke markttoezichthouders in Nederland. Als promovendus was hij werkzaam bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht. In 2009 studeerde hij cum laude af in de research master History: Cities, States and Citizenship aan dezelfde universiteit. Van Veen publiceerde onder meer in BMGN – Low Countries Historical Review. Tegenwoordig is hij werkzaam als universitair docent Politieke Geschiedenis en lid van de facultaire examencommissie Letteren aan de Radboud Universiteit.
Alle artikelen van Adriejan van Veen
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Het Huygens Instituut beoogt de Nederlandse geschiedenis en cultuur inclusiever maken. Het ontsluit historische bronnen en literaire teksten en ontwikkelt innovatieve methoden, tools en duurzame digitale infrastructuur.