Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 17-01-2019

Dossier 100 Jaar Vrouwenkiesrecht deel 1: De Roeping der Vrouw

‘Men zegt, dat het kiesrecht ingaat tegen de roeping der vrouw. Zou men echter nu maar eens niet aan de vrouw overlaten, haar roeping te bepalen?’

Zo sprak Suze Groeneweg op 7 mei 1919 in haar redevoering tijdens het debat om het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet voor actief vrouwenkiesrecht. Twee jaar hiervoor was het passief vrouwenkiesrecht al ingevoerd, waardoor Groeneweg de bizarre functie had van Tweede Kamerlid zonder stemrecht.

Dit veranderde spoedig: op 9 mei 1919, nu bijna een eeuw geleden, nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet voor actief vrouwenkiesrecht aan. Een mooie aanleiding om niet alleen naar het verleden te kijken, maar ook de huidige stand van zaken en wat er veranderde sinds Groeneweg algemeen kiesrecht bepleitte, onder de loep te nemen. 2019 staat dan ook in het teken van 100 jaar vrouwenkiesrecht, met activiteiten door het hele land.

De originele poster voor vrouwenkiesrecht (1918), ontworpen door Theo Molkenboer., © Wikimedia Commons

Maar hoe kwam het destijds zover dat het algemeen vrouwenkiesrecht werd ingevoerd? De strijd voor het vrouwenkiesrecht was weliswaar een vrouwelijke strijd, maar de uiteindelijke beslissing lag in de handen van 99 mannen en 1 vrouw. In 1918 bestond de kamer namelijk uit 100 zetels, verdeeld onder maar liefst 17 partijen. Hoe dachten deze mannen over het vrouwenkiesrecht, wie waren er voor, wie waren tegen en waarom? Deze vragen werden grotendeels beantwoord tijdens de debatten voorafgaand aan de stemming, waarvan in het dagblad Het Volk op 8 mei 1919 een uitgebreid verslag verscheen.

Het debat voorafgaand aan de stemming was niet bepaald spannend, de uitslag stond al zo goed als vast en discussies zouden daar geen verandering in brengen. Dat maakt de redevoeringen niet minder interessant, want de drie sprekers geven goed weer welke bezwaren er bestonden en waarom het vrouwenkiesrecht er toch gekomen is. Zo stelde rooms-katholiek Kamerlid de heer Van Wijnbergen dat hij nooit voor het vrouwenkiesrecht zou zijn, maar tóch voor ging stemmen. Hij was namelijk ook sterk tegen het algemeen mannenkiesrecht geweest en, zo stelde hij, ‘in een rekensom kan de eene fout de andere verbeteren’. Vrouwen waren immers godsdienstiger en hadden meer behoefte aan orde en tucht, reinheid van zeden en trouw aan het gezag dan de mannen die sinds 1917 algemeen stemrecht hadden. Daarom hoopte hij dat het vrouwenkiesrecht ertoe zou bijdragen dat ‘de staat gevestigd blijve op christelijken grondslag en dat christelijke beginselen zullen zegevieren.’ Deze opportunistische kijk op de zaak komt ons nu best bekend voor. Soms is het winnen van stemmen nou eenmaal belangrijker dan het blijven vasthouden aan je standpunten.

Christendemocraat A.P. Staalman zag dit niet zo: ‘Het vrouwenkiesrecht is een verkrachting der rechten en plichten van den man met de hem door God geschonken autoriteit’. Alleen ‘verwijfde’ mannen waren volgens Staalman aanhangers van het vrouwenkiesrecht. Stevige taal, ook 100 jaar geleden al. Deze opmerkingen kwamen hem dan ook op gelach en een spottende tegenreactie te staan.

Suze Groeneweg, bron: Resources Vrouwenlexicon, Huygens ING 

Sociaaldemocraat Suze Groeneweg was, vanzelfsprekend, een voorstander van het vrouwenkiesrecht. In haar redevoering verwierp ze elk mogelijk bezwaar dat ze kon bedenken. Ten eerste ontkent ze niet dat er verschillen zijn tussen man en vrouw, maar stelt dat dit onderscheid juist het belang van de vertegenwoordiging van vrouwen in de kamer onderstreept. Vrouwen moesten maar eens zelf gaan beslissen over hun roeping. Dat vrouwen in het buitenland massaal op mannelijke kandidaten stemden, achtte Groeneweg als duidelijk bewijs dat vrouwen genoeg afwisten van politiek. Bovendien noemde Groeneweg het idee dat mannen hun vrouwen bij de stembussen konden vertegenwoordigen ‘oudemannen-moraal’. De vrouw was, anno 1919, niet meer het eigendom van de man. Ten slotte het meest praktische bezwaar: ‘Men zegt, dat verschillende leden van één gezin moeten weggaan om te stemmen. Dat is zoo. Maar waarom moet dan altijd de vrouw thuis blijven? Het is trouwens ‘n echt Hollandsch argument.’

De wetswijziging werd uiteindelijk aangenomen met 64 stemmen voor en 10 stemmen tegen. Geen spannende strijd dus, ondanks de vele bezwaren. Wellicht dat veel politici er toch op hoopten dat de vrouwenstem positief voor hen zou uitpakken bij de volgende verkiezingen.

Affiche event TivoliVredenburg 24-01-2019, ‘VROUWEN/STEMMEN: 100 jaar vrouwen in de politiek’

Benieuwd geworden naar de gevolgen van het vrouwenkiesrecht? Op 24 januari wordt tijdens VROUWEN/STEMMEN in TivoliVredenburg de afgelopen eeuw besproken en strijdplan voor de komende eeuw gemaakt. Mis het niet!

 

Bron: ‘Naar het Algemeen Vrouwenkiesrecht, het debat in de Tweede Kamer begonnen’, Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij, 08-05-1919, geraadpleegd op https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010024350:mpeg21:p003, 09-01-2019.

 

Lees hier de andere artikelen in het dossier over honderd jaar Vrouwenkiesrecht.

Lise Claerhoudt
Lise Claerhoudt studeerde cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Vanuit TivoliVredenburg is Lise betrokken bij het evenement VROUWEN/STEMMEN.
Alle artikelen van Lise Claerhoudt
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.