Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 21-12-2020

Dossier Toegepaste Geschiedenis – Zoek ook andere wetenschappers op. Een recensie van ‘The New Common’

Tijdens de coronacrisis bewezen historici zich. Burgers en journalisten vroegen ons om precedenten en analogieën, en wij boden ze. We kwamen ermee op tv, op de radio en in de kranten. Dat was mooi natuurlijk, maar er speelde ondertussen nog iets. In een politiek klimaat dat steeds onvriendelijker wordt voor de geesteswetenschappen, was de pandemie ook een ‘PR-moment’. En wij waren niet de enigen die dat zagen. In de media verdedigden andere alfa- en gammawetenschappers ook de noodzaak van hun eigen veld. Sommigen eisten zelfs een zetel in het OMT. In een recente, Tilburgse bundel, The New Common: How the Covid-19 Pandemic is Transforming Society, komen verschillende wetenschappers samen om het belang van de gehele wetenschap aan te tonen. Daar kunnen historici nog iets van leren.

Expertise blijkt springlevend. Ondanks doodverklaringen maakt wetenschappelijke kennis een glorieuze comeback in de publieke sfeer. Als ze überhaupt verdwenen was. Experts legden in lange tv-uitzendingen uit wat we wel en niet moesten doen, en waarom dat belangrijk was. We keken, we vertrouwden, en we volgden. En dat doen we gelukkig nog steeds.

Maar de media geeft niet alleen onderzoekers in witte jassen een podium. Economen, juristen en filosofen mogen ook meepraten in de kranten. Immers, de coronacrisis zet onze hele wereld op z’n kop. Om de impact van lockdowns op onze rechtsstaat, markten en psyche te begrijpen, tappen journalisten in verschillende academische disciplines.

De recent verschenen bundel The New Common van de Tilburg Universiteit doet hetzelfde. In het boek komen onder andere economen, juristen en verassend veel theologen aan het woord over corona. Hoewel historici niet in deze uitgave langskomen – Tilburg Universiteit heeft ook geen vakgroep geschiedenis – is het voor ons toch interessant leesvoer.

Het nieuwe gemeenschappelijke

The New Common is een serieuze gelegenheidsbundel. Het boek telt 31 korte hoofdstukken waarvoor de redacteuren maar liefst 54 auteurs samenbrachten uit verschillende vakgebieden, van promovendi tot hoogleraren. In hun bijdragen zoeken de wetenschappers samen naar één ding: het nieuwe gemeenschappelijke. Met dat gemeenschappelijke bedoelen ze zowel gemeenschappelijke waarden, normen en ideeën als gemeenschappelijk economisch bezit. Wat delen we nog, vragen de auteurs zich af, en wat zouden we moeten delen?

Om actueel te zijn hebben de makers hun The New Common snel gepubliceerd. Dat merk je. Tikfoutjes en slordigheden hebben de redactierondes overleefd, en sommige stukken die zijn geschreven door experts uit verschillende gebieden vormen niet één betoog. De bundel is geen gelikt eindproduct, maar een rafelig tussenverslag.

Toch, The New Common is een lovenswaardig initiatief. Het probeert de verschillende wetenschapsgebieden aan de actualiteit én elkaar te verbinden. De auteurs zoeken niet alleen het gemeenschappelijke in de samenleving, cultuur en economie, maar ook in de wetenschap. Daar kunnen wij, als historici, iets van leren.

Hoe multidisciplinair is applied history?

In een ronkend opiniestuk in NRC schreef Mark van Ostaijen dat het OMT een van zijn vakgenoten nodig heeft: een socioloog. Van Ostaijens betoog is overtuigend, maar het gaat mis in een zijdelingse opmerking. ‘Als historicus vertrouwt onze premier op behaalde resultaten uit het verleden. Als socioloog weet ik dat die nauwelijks waarde hebben voor de toekomst.’ Aan het eind herhaalt Van Ostaijen de opmerking nog eens. Zijn generalisering doet historici echter zwaar tekort.

De vele coronastukken van historici die de afgelopen maanden verschenen, lieten zien dat geschiedkundigen het verleden niet klakkeloos op het heden plakken. Integendeel, als ze één ding deden, was het juist benadrukken dat er grote verschillen zijn tussen COVID-19 en de Zwarte Dood, de cholera of de Spaanse Griep. En wanneer je dat erkent, dan kun je kijken welke inzichten het verleden wel biedt. Maar Van Ostaijen heeft dit alles duidelijk gemist.

In de recente discussie over toegepaste geschiedenis hebben we het over een paar doelgroepen: ambtenaren, commerciële opdrachtgevers en – overlappend met publieksgeschiedenis – het grote publiek. Maar waar zijn de andere wetenschappers? De sociologen, de economen, en de juristen? Het opiniestuk van Van Ostaijen suggereert dat ook zij gebaat zijn bij een beter begrip van ons veld, en van onze waarde voor het heden.

Academische territoria

In zijn bijdrage aan dit dossier schrijft Rik Peters dat de door hem doorontwikkelde traditie van learning histories in haar theorievorming interdisciplinair is. Maar eigenlijk is (toegepaste) geschiedenis dat in haar onderwerpkeuzes sowieso. Geschiedenis is een uniek vakgebied omdat het werkelijk alles onderzoekt. Immers, alles heeft een geschiedenis, ook de economie, de rechtstaat en de psyche.

Dit betekent dat wanneer je geschiedenis gaat toepassen op het heden, je ook automatisch in de academische ‘territoria’ komt van andere disciplines. Immers, wat die andere vakgebieden van het onze onderscheidt, is dat ze geen of veel minder oog hebben voor het verleden. Wanneer wij onze inzichten naar het heden vertalen, hebben we te maken met – onder andere – sceptische sociologen zoals Van Ostaijen.

Een Tilburgse bundel zonder historici roept zo toch een vraag op voor ons, geschiedkundigen. Als we onze inzichten naar het heden vertalen, moeten we ons verhouden tot collega-academici in andere velden die al met dat heden bezig zijn. Hoe kunnen wij leren van andere wetenschappers, en wat kunnen zij leren van ons? Of, om in de Tilburgse termen te blijven: wat delen we?

Adriaan Duiveman is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en werkt daar aan een proefschrift over de culturele en sociale impact van (natuur)rampen in de achttiende-eeuwse Nederlandse Republiek.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.