Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 14-07-2020

Interview – Thomas Mulder (Pointer) over de Verkaufsbücher van de Duitsers

In de Gelderse gemeente Elburg leefde de Joodse Heintje van Hamberg. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leidde Heintje een rustig leven. Ze had een antiekhandel, verkocht lijnkoeken (krachtvoer voor vee) aan boeren en verhuurde haar stalletjes aan veehouders. Heintje was verder eigenaar van zes panden in het Sint-Agnietenklooster en van een tuintje waar ze groente en fruit verbouwde. In april 1943 werd Heintje naar Kamp Westerbork vervoerd, om van daaruit naar vernietigingskamp Sobibor in Polen gedeporteerd te worden. Op 21 mei 1943 is ze daar vergast.

De bezittingen van Heintje werden na haar deportatie door de Duitse bezetters in beslag genomen. Dit gold ook voor de bezittingen van de 23 andere Joden die vanuit Elburg gedeporteerd zijn. Het tuintje waar Heintje groente en fruit verbouwde is de reden dat onderzoeksjournalist Thomas Mulder (Pointer, KRO-NCRV) bij haar verhaal terecht kwam. Waarom is dit tuintje zo belangrijk? Het antwoord op deze vraag is te vinden in het Nationaal Archief, waar de Verkaufsbücher van de Duitse bezetters worden bewaard. Het tuintje van Heintje van Hamberg is namelijk het enige geroofde Joodse vastgoed in Elburg dat door de Duitsers werd doorverkocht. Deze doorverkoop financierde het transport van Joden naar vernietigingskampen.

Thomas Mulder is onderzoeksjournalist bij Pointer, het datajournalistieke platform van KRO-NCRV. Pointer heeft de Verkaufsbücher onderzocht, en hier op 27 mei 2020 een televisie-uitzending aan gewijd. Historici.nl sprak met Thomas Mulder over dit onderzoeksproject, waar Pointer al een tijd mee bezig is. “Dat moet vorig jaar in de zomer zijn geweest”, vertelt Mulder. “Met Pointer waren we genomineerd voor een prijs, en we stonden in de finale met het Nationaal Archief en het Kadaster. Zij waren genomineerd vanwege hun werk met de Verkaufsbücher.” Van de Verkaufsbücher, de boeken waarin de Duitsers de doorverkoop van geroofde panden bijhielden, zijn zeventien van de achttien originele exemplaren bewaard gebleven. Deze boeken zijn door het Nationaal Archief gedigitaliseerd en doorzoekbaar gemaakt in een spreadsheet met 7107 rijen, voor elk doorverkocht pand één rij. Het Kadaster heeft geholpen deze data in kaart te brengen, zodat mensen onteigende én doorverkochte panden bij hen in de buurt kunnen opzoeken. Pointer was direct geïnteresseerd in de Verkaufsbücher, en vanaf november was de redactie in gesprek met het Nationaal Archief over een mogelijke samenwerking.

“Wat mij erg aansprak bij dit onderwerp was het aankaarten van het grote onrecht. Sowieso vind ik de Tweede Wereldoorlog interessant, en dit aspect van de oorlog was nog niet zo bekend. Hier komt nog bij dat uit ons onderzoek is gebleken dat vier op de vijf gemeenten niets van deze geschiedenis afwisten; die gaan nu zelf op onderzoek uit.”

Het onderzoek naar de Verkaufsbucher verliep voor iedere onderzoeksjournalist van Pointer anders, aldus Mulder. “Ik kom zelf uit Elburg, dus mijn eerste stap was om die omgeving te checken.” Zo kwam hij terecht bij het tuintje van Heintje van Hamberg. Met dit adres in handen kon het echte onderzoek beginnen. “Ik ben gaan kijken op Google Maps, Delpher (digitaal krantenarchief) en het Streekarchief om te proberen informatie over Heintje te vinden. De coronacrisis bemoeilijkte dit, waardoor ik uiteindelijk mijn leraar Geschiedenis van de middelbare school om hulp vroeg. Hij heeft onderzoek gedaan naar Elburg in de Tweede Wereldoorlog en kon mij over de Elburgse Joden vertellen.”

Het onderzoek in Elburg betreft de doorverkoop van één tuin. In andere gemeenten waren echter handelaren op grote schaal actief. “Ik ben op het moment bezig met een onderzoek in Zwolle, waar zo’n tachtig panden zijn doorverkocht. Een rijwielhandelaar kocht hier meerdere panden op; zijn naam komt dus meerdere keren voor in de Verkaufsbücher. Zo’n naam springt dan in het oog. Door weer in Delpher en het archief te zoeken kwam ik erachter dat deze man een NSB’er was, en dat hij in een interneringskamp voor collaborateurs had gezeten. Met deze informatie kon ik bij het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging vragen om zijn dossier in te zien. Daar wacht ik nu op.” Het onderzoek naar specifieke panden of personen neemt veel tijd in beslag. Het team van Pointer heeft na maanden onderzoek tussen de tien en twintig verhalen geschreven. Sommige van deze verhalen gaan over meerdere panden, of zelfs een hele buurt. Het is dus moeilijk te zeggen hoeveel panden ze precies hebben onderzocht, maar dat er in de Verkaufsbücher nog veel mogelijkheden voor onderzoek liggen is duidelijk.

De onderzoekers hebben niet alleen de panden onderzocht, maar ook diegenen die betrokken waren bij de doorverkoop. Hierbij gaat het om verschillende groepen mensen: de makelaars of beheerders, de banken, de tussenhandelaren, de notarissen en de kopers. Hoewel er in totaal zo’n 580 miljoen euro verdiend is aan de doorverkoop van geroofde panden, is het moeilijk erachter te komen hoeveel individuele handelaren verdienden. Hier komt nog bij dat over sommige mensen, zoals de in Den Helder actieve handelaar Sindorff, weinig tot niets te vinden is. Wie verdienden nu uiteindelijk het meest aan deze verkopen? Mulder: “Dat is moeilijk te zeggen. Notarissen zijn niet vaak gestraft na de oorlog, maar zij ontvingen ook maar een klein deel van de opbrengst. Het geld dat de roofbanken verdienden ging naar de Duitsers om transporten te financieren. Verder zijn na de oorlog veel makelaars gestraft, zeker omdat zij vaak NSB’ers waren. Ik denk dat de groep mensen die het meeste verdiende aan de doorverkoop de kopers waren die meerdere panden opkochten. Sommige groothandelaren, zoals Minne Endstra, kochten tientallen panden op.”

Het kost veel tijd om onderzoek te doen naar de verkoop van geroofd onroerend goed. De onderzoekers van Pointer gaan desondanks gewoon door: “We zijn bezig met een verhaal over kopers, wat voor soort mensen dit waren. Verder willen we nog iets schrijven over de beheerders; die stonden het dichtst bij de Duitsers. Ik werk ook samen met het programma De Monitor om mensen te vinden die nog recht hebben op compensatie.”

Dit interview is gehouden door Charlotte de Vetten. Zij is masterstudent Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, met als afstudeerrichting Politics, Culture and National Identities, 1789 to the Present. Sinds mei is Charlotte stagiaire webredactie bij Historici.nl.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.