Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#erfgoed
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 24-03-2020

Research Seminar Militaire Geschiedenis – De meerwaarde van militair historici voor historisch onderzoek

Door Elke Boers

Op 11 maart 2020 werd in Antwerpen de vijfde bijeenkomst rond Militaire Geschiedenis georganiseerd door de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis – deze keer voor het eerst voor álle Nederlandstalige historici in België en Nederland, over de landsgrens heen. Een dag voor (militaire) historici en promovendi om lopende onderzoeken en de huidige stand van zaken in het onderzoeksveld te bespreken. De voormiddag werd besteed aan presentaties van promovendi over hun onderzoek, waarbij er constructief werd meegedacht door de aanwezigen over mogelijke hindernissen of knelpunten. In de namiddag werd vooral gekeken naar de plaats die militaire geschiedenis inneemt in het debat en rond de thema’s ‘oorlogsherinnering en herdenking’ en ‘the end of empire en dekolonisatie’.

In de voormiddag werden onderzoeken voorgesteld over Nederlandse militaire handelsbescherming en maritieme strategie, militaire waarnemers in voormalig Joegoslavië, Nederland en zijn veteranen en de geschiedenis van het Belgisch Koninklijk Museum van het leger en de krijgsgeschiedenis. Prof. Ido de Haan lichtte toe hoe opmerkelijk het is dat, hoewel ‘geweld’ en de pure militaire actie voorheen kenmerkend waren voor militaire geschiedenis, deze in de onderzoeken ontbraken. Inderdaad, militaire geschiedenis vandaag lijkt breder te worden geïnterpreteerd dan operationele geschiedenis alleen.

The End of Empire – de rol van het leger
Prof. Marnix Beyen erkende dat er überhaupt nog maar weinig academisch onderzoek is verricht naar de koloniale geschiedenis van zowel Nederland en België, laat staan de militaire aspecten ervan. Echter, militaire historici zouden zeker een verhelderende rol kunnen spelen in onderzoek naar bijvoorbeeld de dekolonisatieprocessen. Want was het niet uiteindelijk Émile Janssens, de Belgische bevelvoerder van de Force République, die voor verdere oproer zorgde bij de aanvang van de Congocrisis? Zijn verzet om het officierenkorps open te stellen voor de Congolezen en zijn standpunt dat de Congolese onafhankelijkheid niets zou veranderen aan de samenstelling van het leger, zorgden voor verdere muiterij en ontsporing van het conflict.

En was de samenstelling van het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) niet het resultaat van de complexe verhoudingen tussen de Nederlanders en de lokale bevolking tijdens de negentiende en twintigste eeuw? Jarenlang zou dit leger, dat viel onder het Ministerie van Koloniën, voor een groot deel bestaan uit ‘niet-Europese’ militairen. Aangehaald werd dat hier eigenlijk nog maar weinig onderzoek naar is verricht. Dat ook het onderwerp naar de politionele acties nog steeds veel stof doet opwaaien in Nederland, bleek na de recente koninklijke excuses tijdens het staatsbezoek aan Indonesië voor de ‘geweldsontsporingen’. Deze verontschuldiging werd luid besproken in de Nederlandse media. Velen lijken het erover eens te zijn dat dit een stap is in de richting van het bespreken van de koloniale geschiedenis als een gedeeld verleden.

Herdenking Eerste Wereldoorlog

De Herinneringspraktijk van de Wereldoorlogen
De rol van militaire historici in de herinnering van oorlogen werd hierna aangehaald. Nu dit jaar het einde van de Tweede Wereldoorlog zal worden herdacht, en in 2018 het einde van WOI centraal stond, krijgen beide Grote Oorlogen de publieke aandacht die ze altijd al hebben verdiend. Maar wat was de rol van (militaire) historici in de herinnering van deze oorlogen in herinneringsceremonies, televisiereeksen en documentaires?

Duidelijk bleek dat hoewel de interesse in de Grote Oorlogen sterk is toegenomen, deze herdenkingen niet zozeer nieuwe inzichten hebben opgeleverd voor het onderzoeksveld van militaire geschiedenis. Bepaalde onderwerpen blijven tevergeefs wachten op academisch onderzoek – want wat weten we bijvoorbeeld over krijgsgevangenen en geïnterneerden die tot dwangarbeid werden verplicht? Of over diegenen die niet in de infanterie hebben gediend? De praktijk van de oorlogsherinnering zegt veel over hoe het zichtbare ‘heroïsche’ aspect vaak als hoofdthema wordt gekozen. De bredere oorlogsgeschiedenis, of eerder ‘bezettingsgeschiedenis’ zoals prof. Wim Klinkert haar noemde, is daarentegen wel tot een populaire discipline herrezen.

De discussies maakten duidelijk dat de militaire geschiedkundige een toegevoegde waarde zou kunnen bieden voor verder onderzoek. Wat de deelnemers ook verbond, is het feit dat er geen precieze definitie is van wat ‘militaire geschiedenis’ nu precies is of hoort te zijn. Militaire geschiedenis is veel uitgebreider dan de clichés die men zou verwachten. Er is onderzoek naar de pure militaire inzet, maar ook naar de sociale inzet – en hoe de relatie van de gehele organisatie met mens en maatschappij zich door de jaren heen heeft ontvouwd. Al blijft het belangrijk, zo werd wel opgemerkt, dat men vertrouwd moet zijn met de organisatie van de krijgsmacht voordat de juiste vragen kunnen worden gesteld. Enkel dan kunnen alle facetten van het militaire domein tegen het licht worden gehouden en zal men zien hoe een natie zichzelf ziet en welke rol zij te spelen heeft.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.