Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 06-11-2020

Blogserie Vroegmoderne Publieksdiplomatie – Publieksdiplomatie en de nuntii II: omzichtig, geheim en duur

‘Opereer omzichtig en in het grootste geheim’: dit advies kreeg Antonio Albergati, de pauselijke diplomatieke vertegenwoordiger in Keulen, met regelmaat van de klok van de staatssecretaris in Rome als reactie op zijn voorgestelde plannen om de verspreiding van Marta’s Supplicatio tegen te gaan. Wat was Albergati van plan?

Bij zijn vertrek naar Keulen in 1610 had Antonio Albergati reeds de opdracht gekregen om de verspreiding van ‘ketterse’ werken op de internationale boekenmarkt in Frankfurt tegen te gaan. In deze stad verzamelden twee keer per jaar uitgevers en boekhandelaars uit heel Europa om de nieuwste edities te kopen en verkopen. Hier waren zowel katholieke als protestantse boeken te vinden. De aanwezigheid van talloze Venetiaanse boekhandelaren was een doorn in het oog van de paus. Er werd gevreesd (niet geheel onterecht) dat zij verantwoordelijk waren voor de import van verboden boeken naar Venetië en de rest van Italië.

Als de Supplicatio zich in de zomer van 1613 door heel Europa verspreidt (zie hier) krijgt Albergati van Rome zeer specifieke instructies. Zodra Albergati hoort dat iemand een antwoord op de tekst zou willen schrijven dient de persoon in kwestie benaderd te worden om dit initiatief meteen in de kiem te smoren. In zijn brieven aan Albergati herhaalt Borghese dit advies veelvuldig, aangezien Albergati af en toe suggesties doet om toch een repliek anoniem te laten verschijnen. Leucht, de keizerlijke (en katholieke) boekencommissaris in Frankfurt, wordt ook op de hoogte gebracht dat er geen enkel repliek mag verschijnen. De pauselijke curia wilde absoluut vermijden dat de Supplicatio nog meer aandacht zou krijgen.

Albergati werd wel bijzonder ongerust over de brede verspreiding van het werk: ook in de katholieke streken in Duitse gebieden is de Supplicatio beschikbaar en wordt de tekst gelezen. Terwijl hij op visitatie is in het prinsbisdom Luik, ziet hij met zijn eigen ogen hoe de tekst met brieven wordt meegestuurd. Hij schrijft vervolgens aan alle bisschoppen dat ze actie moeten ondernemen tegen deze tekst.

Albergati bedenkt echter ook een ander plan om de verdere verspreiding van dit werk te voorkomen. Hij was zich er goed van bewust dat een verbod het omgekeerde effect kon hebben. De nuntius wilt het daarom anders aanpakken: eerst stelt hij voor dat drie handelaren in Frankfurt alle beschikbare edities van Supplicatio zouden opkopen. Maar in overleg met Borghese in Rome, wordt besloten dat de grote vraag en belangstelling toch voor achterdocht kunnen zorgen. Vervolgens stelt Albergati voor om Bernhard Wolter, een ervaren Keulse uitgever met internationale connecties, naar Frankfurt te sturen. Het plan is dat Wolter de meeste Italiaanse en Franse exemplaren kan opkopen zonder argwaan op te wekken.

Het plan werkt: Wolter koopt op de lentebeurs van 1614 een grote hoeveelheid exemplaren van een boekhandelaar uit Heidelberg, onder het voorwendsel dat hij die zal doorverkopen in Frankrijk. Om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe edities van de tekst zouden verschijnen, vertelde Wolter aan zijn collega’s dat hij zelf een nieuwe editie plande voor de herfstbeurs. Uitgevers wilden immers hun exemplaren verkopen en niet met te veel stock blijven zitten. In een brief van 19 oktober 1614 schreef Albergati dat hij nog 650 exemplaren had ontvangen voor de prijs van 53 gouden scudi. In diezelfde brief meldde hij trots dat er nu nog bijzonder weinig exemplaren in omloop zullen zijn, temeer omdat hij nog voor een laatste afleidingsmanoeuvre heeft gezorgd.

In de volgende blog heb ik het over Albergati’s spectaculaire laatste zet.

Nina Lamal is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het NL-Lab van het Humanities Cluster en het Huygens ING. Ze bestudeert publieksdiplomatie in het Heilige Roomse Rijk. Ze is ook editeur van de briefwisseling van Suriano, de eerste Venetiaanse gezant in de Nederlandse Republiek tussen 1616-1623.


Nina Lamal is als FWO postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Universiteit Antwerpen. In 2014 promoveerde ze aan KU Leuven en University of St Andrews met haar proefschrift over de Italiaanse berichtgeving, politieke discussies en geschiedschrijving over de Nederlandse Opstand.
Alle artikelen van Nina Lamal
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.