Historici.nl





Gepubliceerd op 23-12-2020

Dossier Ecogeschiedenis – Nederland regenland, maar wat als het droog blijft?

Nederland heeft een complexe verhouding met water. Aan de ene kant heeft onze ligging aan de Noordzee en verbinding met grote rivieren als de Rijn en de Maas ons kleine landje laten ontpoppen tot een succesvolle handelsnatie. Maar aan de andere kant wordt ons lage land bedreigd door dezelfde zee en rivieren die buiten hun oevers kunnen treden. Watersnood is een bekend fenomeen in onze geschiedenis, al hebben technologische vooruitgang en de Deltawerken er grotendeels voor gezorgd dat het vooral bij geschiedenis blijft. De laatste grote watersnood, die van 1953, begint met de jaren verder in het verleden te raken.

Waar we minder bij stilstaan is de geschiedenis van het tegenovergestelde: extreme droogte. Waarschijnlijk komt dit doordat we vaak regendruppels zien als we uit het raam kijken. Nederland is met zijn maritieme klimaat een regenrijk landje, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat het aantal droogteperioden de komende decennia zal toenemen. De zeer droge zomer van 2018 was daarbij nog maar het begin. Hoge temperaturen en een gebrek aan neerslag – de meest typerende definitie van droogte – zorgden toen voor veel problemen. Het grondwaterpeil is op veel plekken ook nog steeds niet volledig hersteld van deze droogte. Wie dit met eigen ogen wil waarnemen hoeft maar even een schep in de grond te zetten om te zien dat de bodem, ondanks de regen die er valt, nog erg droog is.

Net als watersnood heeft droogte in Nederland een geschiedenis. De laatste paar jaren is onder milieu- en klimaathistorici de aandacht voor dit onderwerp enorm toegenomen. Op dit moment verschijnen er maandelijks nieuwe studies over droogteperioden en de maatschappelijke impact hiervan in het verleden. Extreme droogte kon er bijvoorbeeld voor zorgen dat akkers en de daarop geteelde gewassen uitdroogden en verdorden, met hongersnoden als gevolg. Een ander veelvoorkomend fenomeen was een tekort aan schoon water. Dit laatste aspect is onderdeel van het NWO-onderzoeksproject “omgaan met droogte” (Coping with Drought) onder leiding van Petra van Dam, hoogleraar water- en milieugeschiedenis aan de Vrije Universiteit. In dit project wordt vooral gekeken naar verschillende aspecten van stedelijke watervoorziening in de Nederlanden gedurende de periode 1550-1850. Dit is grofweg de periode van de late middeleeuwen tot aan de grootscheepse aanleg van drinkwaterleidingen in Nederland.

Detail van Abraham Beerstraten, “De Waag met de Brink”, 1665 (Museum de Waag, Deventer) (Origineel afkomstig van Wikimedia Commons: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:De_Waag_met_Brink.jpg)

De stedelijke watervoorziening in deze periode bestond vaak uit oppervlaktewater afkomstig uit rivieren, grachten of beken, en grondwater dat omhoog werd gehaald via putten en pompen. Dat men in het verleden weleens te lijden had onder droogte en daaropvolgende watertekorten lijkt dus voor de hand liggend. Toch er is nog nauwelijks onderzoek gedaan op dit gebied, zowel in Nederland als daarbuiten. ‘Omgaan met droogte’ probeert hier verandering in te brengen. Het project kent verschillende deelprojecten. die allemaal dezelfde vraag nastreven, namelijk: hoe ging men in Nederland om met een watertekort als gevolg van droogte, en hoe wist men dit mogelijkerwijs te voorkomen?

Maar wat kan een historische studie, met name vanwege de huidige aandacht voor droogte, toevoegen aan het hedendaagse debat? Aan de ene kant kan het natuurlijk inzicht geven in de manier waarop men het verspillen van water probeerde tegen te gaan wanneer de situatie nijpend was. Tegenwoordig betekent dit vooral het zo min mogelijk open draaien van de waterkraan. In de periode voordat elk huis van leidingwater was voorzien, had men echter velerlei waterbonnen tot zijn of haar beschikking. Men bezat vaak één of meerdere putten of pompen rondom het huis, en soms zelfs binnenshuis. Wanneer men minder vermogend was en geen eigen put bezat kon water worden gehaald bij verschillende openbare putten of andere bronnen. Daarnaast werd op veel plekken regenwater opgevangen in tonnen of waterbakken voor het huis, of in grote waterkelders die ook wel cisternen worden genoemd.  Het kostbare regenwater werd op deze manier zoveel mogelijk opgeslagen voor allerhande dagelijks gebruik, en natuurlijk voor perioden wanneer sommige waterbronnen minder toegankelijk waren. Doordat men niet afhankelijk was één vaste bron voor het drinkwater, kenmerkte de premoderne periode zich dus als flexibel als het ging om de beschikbaarheid van drinkwater. Dit zorgde er ook voor dat men bij droogte eenvoudiger een beroep kon doen op meerdere aanwezige waterbronnen.

Hoewel sommige tuinbezitters tegenwoordig een regenton gebruiken om het groen te bewateren, en er in Amsterdam bier wordt gebrouwen van regenwater (onder de naam “Code Blond”), loopt het meeste regenwater op veel plekken nog steeds rechtstreeks het riool in. Dit soort kleine initiatieven zetten natuurlijk niet direct zoden aan de dijk, maar een blik op het verleden kan vooral benadrukken dat het belangrijk is om meerdere waterbronnen achter de hand te hebben in tijden van droogte. We hoeven het wiel uiteraard niet opnieuw uit te vinden. Het verleden laat ons zien dat het loont om efficiënt met water om te gaan en niet afhankelijk te zijn van één waterbron. Een besef dat we in onze droge toekomst nog hard nodig zullen hebben.

Dániel Moerman is promovendus aan de Vrije Universiteit binnen het NWO-project: “Coping with Drought: An Environmental History of Drinking Water and Climate Adaptation in the Netherlands, 1550-1850”.

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.